Hij is getrouwd met Johanna Lamina Kymmell.
Zij zijn getrouwd.
Kind(eren):
Mevr. Cassa is op het kerkhof en haar man in de kerk te Dalen, Nederland begraven.
93 in de nveldtocht tegen de Franschen krijgsgevangen gemaakt, leed hij zoo veel, dat daarvan zijn dood 't gevolgd was. Hij is door Drost en Gedeputeerde, op grond der resolutie van Ridderschap en Eigenerfden, STaten der Landschap Drenthe, in d 29 september 1787, even als de kapitein-commandant zijner compagnie R.F. van Kruissen en zijn mede-officieren E. Woldering, H. Bulthuis en C.P. de Groot inhetregeiment van den generaal baron Lewe tot Aduard, in 1789 met een gedeistingueerde gouden medaile, waarvan het borstbeel van den Erfstadhouder gepaste decoratiën en inscriptiën, begiftigd, tot een blijvend gedenkteken van het bijzonder genoegen der Landschapsregering wegens zijn alleszints prijzenswaardig gedrag, in het herstellen en conserveren der openbare rust aangewend.gina uit geslachtenboek
Op 4 november 1783 schrijft Frederik Abraham een brief aan Hendrik Fagel, de peetvader van zijn vader, met de volgende inhoud:
mal">Hoog Edele Gebooren Heere!er opgelegt, draaglijk te maken, doet mij hoopen op mij die reeds sedert mijne eersten jeugd de droevigsten momenten en gevoeligste slagen van het fortuyn heeft ondervonden; Mijne ongelukken zijn de oorzaak mijner stoutmoedigheid, daarom bid ik Hoog Edele Gebooren Heer, wijgert mij dog uwe bijstand niet, maar wilt de goedheid hebben mij goedgunstelijk aan Zijne Hoogheid voor te dragen, met verzoek't Schoutsambt van Zundert en Rijsbergen, dat sedert verscheidene maanden vacant is, en nu eerst daags op Jaarlijkse Recognitie staat uitgegeven te worden, aan mij te willen gunnen op zodanige recognitie als Zijne Hoogheid of U, Hoog Edele Gebooren redelijk zullen oordelen, van eene somma van 13 à 1400 Gld 't welk dat ambt het eene Jaer door het andere gerekend Jaarlijks opbrengt.ik mij als zijn eenige ongelukkige overgebleven zoon aen U Hoog Edele Gebooren opdragen., Hoog Edele Gebooren Heere!sp; U Hoog Edele Gebooren Onderdaanigste en gehoorzaamste dienaar,nbsp; F.A. Cassaa Geertruy Maria Jacobi samen met haar tweede echtgenoot Gerrit Jacobus de Milly, hier woont of gewoond heeft.want op 20 januari 1784 wordt Frederik Abraham aangesteld als Vaandrig:NE HOOGHEID heeft goedgevonden, by deeze, aan te stellen en te committeeren tot Vaandrig effectief in de Lijf Compagnie van het Regiment van den Generaal Lewe, in plaatse van de tot Lieutenant effectief aangestelden Lieutenant titulair en Vaandrig effectief R.F. van Kruijssen, den persoon van Frederik Abraham Cassa.tende alle, en een iegelyk, dien het aangaat, hem daar voor te houden en te erkennen.Jan. 1784. W. Pr.v. Orange.1787 vat hij opnieuw de moed op om Hendrik Fagel te schrijven met het verzoek hem voor te dragen voor een bevordering. De brief luidt als volgt:>Hoog Welgeboren Heer!n conduite, zo ik durve vertrouwen irreprochabel is, heeft mijn familie, zig wel voor mij gelieve te interesseren, en voor mij Request aan Zijne Doorlugtige Hoogheid doen presenteren, ten einde het Zijne Hoogheid goedgunstiglijk behagen mogte, mij als Capitain - Commandant van een Compagnie te avanceren, zo neeme ik ootmoedig de vrijheid mij te bevelen in U Hoog Wel Gebooren hooggunstige protectie, met eerbiedig verzoek dat U Hoog Wel Gebooren tot aandrang deeser sollicitatie mijn Persoon aan Hooggemelde Zijne Doorlugtige Hoogheid gelieve voor te dragen en te recommanderen:- in hoope U Hoog Wel Gebooren, deeze mijne beede met een gunstig oog zal gelieven te beschouwen en mijne vrijpostigheid niet kwalijk zal nemen, heb ik de eere met alle respect te zijn Hoog Wel Gebooren Heer!class="MsoNormal"> Meppelt in den Landschap Drenthe den 17 November 1787p; Hoog Wel Gebooren zeer onderdanige dienaar,class="MsoNormal">Of hij op basis van deze brief bevorderd is geworden is niet duidelijk. Wel heeft Frederik Abraham de Republiek der Verenigde Nederlanden gediend als luitenant, werd in 1793 in den veldtocht tegen de Fransen krijgsgevangen gemaakt en leed in zijn krijgsgevangenschap zo, dat hij na een langdurige ziekte op 35-jarige leeftijd uiteindelijk overlijd. Intussen was hij in 1794 nog gelegerd in de citadel van Antwerpen. Tevens is hij commandant van de vesting Hulst geweest.en, Staten der Landschap Drenthe, d.d. 29 september 1787, nevens zijn compagnie's commandant, kapitein R.F. van Kruissen en zijne medeofficieren in 't regiment van den generaal baron Lewe van Aduard, E. Woldringh, H. Bulthuis en C.P. de Groot, in 1789 begiftigd met eene gedistingeerde gouden medaille, waarop het borstbeeld van den Erfstadhouder, decoratiën en inscriptiën "om te strekken tot een blijvend gedenkteken van het bijzonder genoegen der Landschapsregering wegens zijn prijzenswaardig gedrag in het herstellen der openbare rust".itenant en hij wordt in de kerk te Dalen begraven.een zeer aandoenlijke brief met de volgende inhoud:en, wijl het, zo deeze U toegezonden word de laatste zal wesen, die gij van mijne hand ontvangen sult. Wij zijn van eene Armée fransche vagabonden omringt, die ons ieder ogenblik met eenen aanval dreigen. Bovendien ben ik, nevens anderen van tijd tot tijd verpligt om diverse verlooren posten waar te moeten nemen, waarvan men op sijn best genomen in cas van attaque als krijgsgevangen af kan komen. Ik mag mij thans met dergelijke aanmerkingen niet beesig houden, daar mij 't hart gedurig verscheurd word. Onuitsprekelijk veel kost het mij, mijnen dierbare, u door deze een Eeuwig vaarwel te moeten zeggen, en nogtans zijn de omstandigheden zo gesteld, dat niemand onser (ofschoon in dit leeven nimmer) een ogenblik van zijn leeven zeeker is.1cm;"> Hoe zeer herinner ik mij met vermaak die blijde dag waarin wij ons met de plegtigste banden mogten vereenigen. Gij weet tog mijn dierbare dat enkele geneegenheid ons tot dien staat geroepen heeft, met terzijde stellen van alle belangens. Ten minsten daardoor is onse Egtverbintenis gezegend geworden. Wij hebben in Eendragt en liefde gedurende ruijm vijf jaren mogen doorbrengen. Waarlijk eene te korten tijd om voor Eeuwig te moeten scheiden. Hoe naar hoe aaklig is het niet voor mij mijn dierbare om mijn leeven mogelijk binnen weinige tijd te moeten verlaten, zonder het beste pand dat ik op aarde heb, en kinders, die gij weet dat ik zo zeer bemin, te mogen omhelzen. O! ijsselijke toestand, de vale dood zal mij mogelijk in 't besten mijner jaren wegrukken.lass="MsoNormal"> Vaar dan wel mijn waarde, geniet met mijn kinders al dien voorspoed, en dat geluk dat u een hart toewenscht dat alleen wenschte te leeven, om U zo gelukkig te maken als dit onvolmaakte leeven kan toelaten.p zal ik stervende ten minsten van uwen goedheid en liefde verwagten, terwijl ik U van mijne agting en zuijvere toegenegenheid verseekere.nbsp; Hopende U hier namaals in een volmaakter staat weder te mogen kennen en dan met U deel te hebben aan een volmaakter geluk. Omhelst mijne kinderen voor mij, onderwijst hun vroeg in de Vreeze des Heeren en om deugdzaam te zijn en tragt hunne altijd van den dienst af te houden so het mogelijk is.deze weinige letteren hebben mij veele tranen gekost, uit het een en ander zult gij de gesteldheid van mijn gemoed kunnen opnemen. Vaart nogmaals wel mijn waarde, ik vlij mij tenminste dat na dat ik gesneuveld ben, U deze laatsten brief nog aangenaam sal weesen.jl het mij onmooglijk was U dit laatste vaarwel te moeten zeggen, die hatelijke toestand! Nogtans wijl 't gevaar vermeerdert, vind ik er mij toe gedwongen, groet meede Uwe ouders voor Eeuwig van mij en verseeker haar van mijn eerbied en agting, ook uwe naastbestaanden.dheid in staat gesteld te mogen worden, om mijn pligt met eere waar te nemen. Nog eens vaarwel mijn lieve, hoe zeer zou ik mij verblijden als ik U met mijn kinders nog weder mogt zien, dan dit is hachelijk en onzeker. Adieu mijn dierbare dan voor Eeuwig, gedenk tog aan een man die U altoos oprecht bemind heeft en die altoos in 't leven is Uwe liefhebbenden-left: 1cm;"> Cassa 10 februari 1793.eft niet kunnen passeren, dus is de brief mij weder ter hand gesteld. De post is den 14e ook niet aangekomen dus is mij 't eenige genoegen om tijding van mijn liefde te bekoomen ook ontnomen. Heden moet ik weder naar de pallissaden en wijl een ieders lot onseeker is, zo kan dit het laatste zijn, dat ik aan U zal mogen schrijven. Ik neem dus afscheid van U voor altoos, geniet bestendig dat geluk dat ik U toewensche, dan zult gij Uwe dagen met een onafgebroken genoegen doorbrengen. Ik hoop mij in alle omstandigheden zo te gedragen dat mijn dierbare nog mijn kinders zig over mij zullen kunnen beklagen.ruari.Die nagt is ijselijk geweest mijn dierbare, er is hier bijna nergens een veilig plaatsje over om wat te rusten. Nu wij hebben nog erger te wagten. Ik geloof niet dat ik U zal mogen wederzien. God gaave dat ik mij hier in mooge bedriegen. Het hart is mij te vol om te schrijven, vaarwel, voor Eeuwig wel mijn dierbare, omhelst voor het laatst mijn lieve kinderen. Ik omhelze U duizendmaal in gedagtenen ben eeuwig uwe liefhebbende Cassa.; Maastricht den 25 febr. 1793.ene nagt ligt de stad al voor een gedeelte in puijnhoopen, 't ziet er zeer akelig uit. Hier nevens nog ingesloten een brief die ik den 13 met de post had versonden, maar heb ze weder teruggekregen. Hier nevens ook mijn Testament.n Breda.
Frederik Abraham Cassa | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Johanna Lamina Kymmell | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.