Stamboom Wim en Annelies de Leede » Wilhelmus Johannes Maria Antonius Asselbergs (1903-1968)

Persoonlijke gegevens Wilhelmus Johannes Maria Antonius Asselbergs 


Gezin van Wilhelmus Johannes Maria Antonius Asselbergs

Hij is getrouwd met Leonie Judith Anna Arnolds.

Zij zijn getrouwd op 8 september 1930 te Bergen op Zoom, hij was toen 27 jaar oud.


Kind(eren):



Notities over Wilhelmus Johannes Maria Antonius Asselbergs

Willem Jan Marie Anton Asselbergs (Anton van Duinkerken) werd op 2 januari 1903 geboren te Bergen-op-Zoom tussen half tien en tien uur in de morgen als oudste kind van de bierbrouwer Antoine Asselbergs en Cornelia van Loon. Hij overleed, 65 jaar oud, op 27 juli 1968 in het St. Radboud-ziekenhuis te Nijmegen na een langdurig lijden, met zoveel heldhaftigheid gedragen, dat de velen, die hem op zijn ziekbed bezochten, getroost, bijna opgewekt, door hun eigen gezondheid gegeneerd, weer naar huis gingen.


In de zekerheid, dat hij dag aan dag een versnelde stap zette naar de dood, voelden zijn vrienden na ieder bezoek, dat hun droefheid om het lijden en scheiden door een milde golf van aanvaarding, zelfs van vreugde werd begeleid. Het was een soort geschenk dat de zieke hun had meegegeven.


De herdenkingsrede van zijn vriend en naaste collega, Prof. Dr. Karel Meeuwesse, uitgesproken ter zitting van de academische senaat te Nijmegen op 31 juli 1968, eindigt dan ook met deze zin: "Hem in vreugde dankbaar gedenken, ik weet niets wat hem hier op dit ogenblik méér verheugd, wat hem zelf van groter dankbaarheid vervuld zou hebben".


Deze overweging heeft haar oorzaak natuurlijk niet alléén in voorbeeldig lijden en sterven van Anton van Duinkerken. Zijn hele leven, zijn werken, zijn vriendschap, zijn gezinsleven, zijn geloof, zijn goedheid voor alle mensen, zijn verlangen naar vriendschap, zijn humor en het vermogen om temidden van zijn enorme werkzaamheid als schrijver, geleerde, feestredenaar en cultureel organisator met meeslepend talent de deugd der gezelligheid te beoefenen. Dit heeft gemaakt, dat hij overal en altijd welkom was en ook dat herinnering aan hem na zijn dood altijd een element van vreugde zou bevatten. Ieder fatsoenlijk mens heeft zijn vijanden. Hoeveel Van Duinkerken er gehad heeft, weet ik niet, maar ze doen nauwelijks mee, als we zijn vrienden zouden willen tellen, die stuk voor stuk dankbaar getuigen, dat ze vele gelukkige uren aan zijn gezelschap en de lectuur van zijn werken, aan zijn colleges te Nijmegen te danken hebben.


Het is opmerkelijk, dat in alle herdenkingen die tot dusver van hem geschreven en gesproken zijn in Noord en Zuid bijzondere aandacht is geschonken aan Van Duinkerkens opvallende gerichtheid naar de goedheid, die hem altijd dreef en die hij altijd zocht, die hem deed houden van alle mensen. Maar die eigenschap heeft hem nooit belet, in fel verzet te komen tegen alle onrecht dat hij tegen kwam, want goedheid is geen zwakheid maar kracht.


Om nogmaals Meeuwesse aan te halen: "Voortwerkend in de traditie van Alberdink Thijm, met het temperament van Mgr. Schaepman en de eruditie van Gerard Brom, integreerde hij opnieuw de gemoedstraditie van het katholieke Zuiden in de vaderlandse cultuur. Over allerlei grenzen van religieuze, levensbeschouwelijke en politieke aard heen, vond hij de weg naar het hart van tallozen, hier in Nederland, in Vlaanderen en elders in de wereld". Uit deze karakterschets kan men afleiden, dat Van Duinkerken in bizondere mate het vermogen bezat om mensen, gedachten, gevoelens, opvattingen tot elkaar te brengen, maar tevens dat hij hiertoe geen compromissen zocht, noch accepteerde, als ze werden aangeboden.


Hoe nobel en menselijk zijn intenties ook waren, hij koos met bloedige ernst, als er gekozen moest worden, in volkomen onafhankelijkheid en op alle terreinen van het politieke, culturele, sociale en religieuze leven. Als een staaltje van zijn morele moed kan het volgende verhaal gelden. Toen hij in mei 1940 bij monde van Van Vriesland vernam, dat Ter Braak tragisch ten gevolge van de nazi-invalom het leven was gekomen, verdween hij in zijn werkkamer om voor De Gids een afscheidsartikel te schrijven over zijn belangrijkste opponent. Het risico van zulk een daad was hem natuurlijk bekend, maar hij nàm het zonder enige aarzeling. Anton van Duinkerken was een van de eersten en zeker de duidelijkste strijder tegen het fascisme dat in opkomst was in Spanje, Italië en Duitsland endat hij met grote helderheid onderkende.


Later, na de concentratiekampen, is hij cultuurpessimist geworden, maar hij bleef opkomen voor recht en vrijheid. Zijn radicale afwijzing van het fascisme is anders gekleurd dan zijn genuanceerde houding tegenover het communisme. Katholicisme en fascisme zijn volstrekte tegenstanders.


Met het communisme echter heeft het katholicisme in zijn diepste wezen de liefde gemeen, dat is: erkenning van de gelijkheid van alle mensen. En wat het katholicisme betreft, hij leefde "onder Godsogen", diep overtuigd van de heerlijkheid "hierna", belijdend "dat er een God leeft, die alles schiep wat zichtbaar en onzichtbaar is", dat "zijn pad voorafgetekend ligt, dwars tegen mijn begeerte in". Ik weet dat er mensen, vrienden van hem, moeite hebben of gehad hebben met het religieuze besef van Van Duinkerken.


Ongeveer dertig jaar geleden vroeg een dergelijk vriend mij: "Denk je werkelijk dat een zo scherpzinnige man als Van Duinkerken in God en eeuwigheid gelooft?" Ik heb geantwoord: "Ja". En niet lang geleden vroeg een andere vriend, of Van Duinkerken op zijn sterfbed werkelijk de verwachting had, dat hij op weg was naar God. Ik heb hem in alle oprechtheid verzekerd, dat dit zo was.


Ik heb onze zieke vriend om de andere dag bezocht, soms veel, soms weinig met hem gesproken en ten slotte zijn bediening bijgewoond, en diep onder de indruk kan ik getuigen, dat zijn geloof onwankelbaar was.


De humor, die nimmer faalde, heeft hem niet belet letterlijk te zeggen: "Van nu af zijn onrust en ongeduld mijn grootste vijanden". Dat gebeurde een paar weken voor zijn dood. Hij twijfelde niet aan het "wat", maar was opgetogen nieuwsgierig naar het "hoe".


Overigens: dat hij zich voor en na de oorlog aandiende als "binnenkerkelijk" antiklerikaal, bewees dat hij het klerikalisme een gevaar achtte voor het geloof en dat hij dit geloof de moeite waard vond, tegen terreur en benepenheid te verdedigen.


Dat hem intussen nimmer een kerkelijke onderscheiding ten deel is gevallen is even triest als voor de handliggend. In zijn jeugd leefde Van Duinkerken volop in de wereld van het boek. Wat in boekenomging had zijn hevigste belangstelling.


Op het voetbalveld van het kleinseminarie IJpelaar te Ginneken trapte hij de bal in eigen doel om van de plicht tot spelen af te komen en zich in Racine te storten, die hij, veilig in het struikgewas verscholen, verslond.


Hij vertelt dit in zijn Brabantse Herinneringen en Meeuwesse tekent hierbij aan, dat hij wel te jong geweest zal zijn om Racine goed te kunnen begrijpen, maar dat hij hem voor zijn 24ste jaar tweemaal zou herlezen.


Zijn drang tot schrijven openbaarde zich al toen hij dertien was en zijn moeder berichtte dat hij Vondel achterna zou gaan, en vooral op het grootseminarie, waar hem een schrijfverbod werd opgelegd, dat aanleiding werd tot zijn afscheid van de klerikale wereld, al heeft de missie hem een tijdlang zeer aangetrokken. Hij was toen al medewerker van De Nieuwe Eeuw en Roeping, door Dr. Moller gesticht, en volgde de lessen aan de R.K. Leergangen te Tilburg, waar Moller en Michels zijn leermeesters waren, over wie hij zo hartelijk schrijft in zijn Herinneringen.


Vrijwel iedereen die na de dood van Asselbergs over hem heeft geschreven, heeft de gelegenheid waargenomen om te herinneren aan zijn vurig gedicht Ballade van de Katholiek aan het adres van zijn naamgenoot Anton Mussert, zich noemende "leider van het Nederlandse volk". Dit gedicht is als een storm door het land gegaan en geen krant die zich respecteerde, heeft het overgeslagen, maar A. B. Kleerekoper van Het Volk reageerde op zijn manier door vijftig rode rozen te plaatsen bij het Mariabeeld in de kerk De Papegaai in de Kalverstraat.


Zijn naamkaartje vermeldde: "Voor de Joodse Vrouw". In die dagen had Van Duinkerken de Leergangen te Tilburg al verlaten en was hij op uitnodiging van Alphons Laudy redacteur van het dagblad De Tijd geworden.


Zijn bundels Onder Gods ogen, Verdediging van Carnaval, Roofbouw, Hedendaagsche ketterijen en Lyrisch Labyrinth waren toen al verschenen, en het maandblad De Gemeenschap, waarvan hij de ziel was, was in volle actie.


De grote hoeveelheid artikelen, die Van Duinkerken in De Tijd heeft geschreven over literatuur en cultuurgeschiedenis, zijn voor een deel ook in boekvorm verschenen, vooral Achter de vuurlijn en twintig tijdgenoten, maar geheel los van de journalistiek kwamen achtereenvolgens van de pers Het wereldorgel en Welaan dan beminde geloovigen.


Voor zijn grote bloemlezing Dichters der Contra-reformatie kreeg hij in 1932 de Van der Hoogtprijs, die vele jaren later, in 1967, door de Staatsprijs zou gevolgd worden als waardering voor zijn totale oeuvre. Er zijn een paar stemmen opgegaan tegen de erkenning van Dichters der Contra-reformatie, omdat daarin gedichten waren opgenomen, die een grondige behandeling niet helemaal zouden verantwoorden, maar talrijker waren de stemmen, die de erkenning verdedigden omdat "een behandeling in handen van begenadigden van het woord tot heerlijke brokken beschouwend proza kunnen leiden", zoals Van Mierlo schreef.


In alle gevallen heeft zulk een behandeling eens te meer bevestigd dat Van Duinkerken zijn literaire belangstelling zo breed mogelijk wenste te houden.


Zo kan ook verklaard worden, hoe hij in het negende deel van De Geschiedenis der Nederlandse Letterkunde, dat door hem is verzorgd, de journalistiek heeft betrokken als een niet te verwaarlozen onderdeel van de letterkunde.


In 1937 werd Van Duinkerken eredoctor van Leuven, samen met Maria Belpaire, Stijn Streuvels, Gerard Brom en Cyriel Verschaeve en in 1940 bizonder hoogleraar in de Vondelstudie aan de Leidse universiteit, vanwege de Vondelstichting.


Dit geschiedde onder hevige protesten van P. N. van Eyck, maar Van Duinkerkens aanvaarding van zijn Ambt met een rede over Vondels Pascha was indrukwekkend en kon gelden als een inleiding tot zijn later gul erkende deskundigheid als Vondelspecialist, een deskundigheid die bleek uit tal van "binnenleidingen" tot Vondels werk. Als opvolger van Gerard Brom werd Asselberg in 1952 benoemd tot hoogleraar in de Nederlandse en Algemene letterkunde.


Zijn oratie was getiteld Vijftig jaar na Schaepmans dood. In Nijmegen zou zijn laatste werk gecomponeerd worden: Nijmeegse Colleges, tot stand gekomen in de jaren van veel lijden en verdriet, dat hem nochtans niet uit zijn evenwicht heeft gebracht omdat het lijden het geluk niet in de weg hoeft te staan. Men mag wel zeggen dat Asselbergs door alle plagen heen zijn gevoel voor de betrekkelijkheid der dingen, voorwaarde voor de humor, tot het laatst toe heeft bewaard.


Over zijn maandenlange ziekte en sterven is al heel wat geschreven en gesproken zowel in Vlaanderen als in Nederland. In al dat schrijven en spreken klonk bewondering door voor de man die groots wist te leven en te sterven.


Ik ben mij ervan bewust dat ik hier geen bijdrage heb geleverd tot een portret van de dichter-essaist-cultuurhistoricus-hoogleraar-Asselbergs. Anderen hebben dat gedaan en zullen het doen. Ik kan moeilijk afstand nemen omdat ik hem zoveel jaren en vooral in de maanden van zijn ziekte heb gezien als de man die het als een roeping beschouwde om tot de laatste dag Gezelle's motto waar te maken: "onzer vrienden hert verheugen".


Prof. Dr. Wilhelmus Johannes Maria Antonius Asselbergs (Anton van Duinkerken) is: Doctor Honoris Causa van de Katholieke Universiteit te Leuven. Bijzonder hoogleraar namens de Vondelstichting aan de Rijksuniversiteit te Leiden van 1939-1952 Hoogleraar in de cultuurgeschiedenis aan de Jan van Eyck-Academie te Maastricht van 1948-1953 Hoogleraar in de Nederlandse en Algemene letterkunde aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen van 1952-1968 Commandeur in de Kroonorde van België. Officier in de order van Oranje-Nassau. Chevalier des Palmes Académiques. Oud-rector aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen. Ere-lid van de Katholieke Studenten Vereniging "Sanctus Thomas Aquinas" te Amsterdam. Lid van de raad voor de kunst.


 


 


 


 

Heeft u aanvullingen, correcties of vragen met betrekking tot Wilhelmus Johannes Maria Antonius Asselbergs?
De auteur van deze publicatie hoort het graag van u!


Tijdbalk Wilhelmus Johannes Maria Antonius Asselbergs

  Deze functionaliteit is alleen beschikbaar voor browsers met Javascript ondersteuning.
Klik op de namen voor meer informatie. Gebruikte symbolen: grootouders grootouders   ouders ouders   broers-zussen broers/zussen   kinderen kinderen

Voorouders (en nakomelingen) van Wilhelmus Johannes Maria Antonius Asselbergs


Via Snelzoeken kunt u zoeken op naam, voornaam gevolgd door een achternaam. U typt enkele letters in (minimaal 3) en direct verschijnt er een lijst met persoonsnamen binnen deze publicatie. Hoe meer letters u intypt hoe specifieker de resultaten. Klik op een persoonsnaam om naar de pagina van die persoon te gaan.

  • Of u kleine letters of hoofdletters intypt maak niet uit.
  • Wanneer u niet zeker bent over de voornaam of exacte schrijfwijze dan kunt u een sterretje (*) gebruiken. Voorbeeld: "*ornelis de b*r" vindt zowel "cornelis de boer" als "kornelis de buur".
  • Het is niet mogelijk om tekens anders dan het alfabet in te voeren (dus ook geen diacritische tekens als ö en é).



Visualiseer een andere verwantschap

De getoonde gegevens hebben geen bronnen.

Aanknopingspunten in andere publicaties

Deze persoon komt ook voor in de publicatie:

Historische gebeurtenissen

  • De temperatuur op 2 januari 1903 lag tussen 1,3 °C en 9,5 °C en was gemiddeld 4,7 °C. Bron: KNMI
  • Koningin Wilhelmina (Huis van Oranje-Nassau) was van 1890 tot 1948 vorst van Nederland (ook wel Koninkrijk der Nederlanden genoemd)
  • Van 1 augustus 1901 tot 16 augustus 1905 was er in Nederland het kabinet Kuijper met als eerste minister Dr. A. Kuijper (AR).
  • In het jaar 1903: Bron: Wikipedia
    • Nederland had zo'n 5,3 miljoen inwoners.
    • 15 maart » De eerste Turkse voetbalclub, Beşiktaş JK, wordt opgericht.
    • 27 mei » Opening nieuwe Koopmansbeurs van Amsterdam (Beurs van Berlage) door Koningin Wilhelmina
    • 3 oktober » In Rotterdam worden de eerste twee droogdokken in gebruik genomen.
    • 31 oktober » Opening van Hampden Park, een voetbalstadion in de Schotse hoofdstad Glasgow.
    • 1 november » Het eerste nummer van het autotijdschrift de Auto verschijnt. Het is het officiële orgaan van de Nederlandsche Automobiel Club, die in 1913 de Koninklijke Nederlandsche Automobiel Club (KNAC) zou worden.
    • 18 november » De Verenigde Staten en Panama tekenen het Hay-Bunau Varilla Verdrag, dat de Verenigde Staten exclusieve rechten geeft over de Panamakanaalzone.
  • De temperatuur op 8 september 1930 lag tussen 11,2 °C en 17,3 °C en was gemiddeld 14,4 °C. Er was 2,8 mm neerslag gedurende 0,9 uur. Er was -0,1 uur zonneschijn (0%). De gemiddelde windsnelheid was 3 Bft (matige wind) en kwam overheersend uit het westen. Bron: KNMI
  • Koningin Wilhelmina (Huis van Oranje-Nassau) was van 1890 tot 1948 vorst van Nederland (ook wel Koninkrijk der Nederlanden genoemd)
  • Van 10 augustus 1929 tot 26 mei 1933 was er in Nederland het kabinet Ruys de Beerenbrouck III met als eerste minister Jonkheer mr. Ch.J.M. Ruys de Beerenbrouck (RKSP).
  • In het jaar 1930: Bron: Wikipedia
    • Nederland had zo'n 7,8 miljoen inwoners.
    • 18 februari » Clyde Tombaugh ontdekt de planeet Pluto na bestudering van foto's die in januari zijn genomen (sinds 24 augustus 2006 wordt Pluto niet langer als planeet maar als dwergplaneet bestempeld).
    • 22 april » Het Verenigd Koninkrijk, Japan en de Verenigde Staten tekenen in Londen een verdrag waarin de onderzeebootoorlog en de bouw van marineschepen worden gereguleerd.
    • 30 mei » In Łódź wordt het Stadion Widzewa in gebruik genomen, de thuisbasis van de Poolse voetbalclub Widzew Łódź.
    • 28 september » Oprichting van de Portugese voetbalclub CD Trofense.
    • 2 november » Haile Selassie wordt tot keizer van Ethiopië gekroond.
    • 4 december » Het Vaticaan keurt periodieke onthouding goed als methode voor anticonceptie.
  • De temperatuur op 27 juli 1968 lag tussen 12,4 °C en 20,7 °C en was gemiddeld 16,2 °C. Er was 6,3 uur zonneschijn (40%). Het was half bewolkt. De gemiddelde windsnelheid was 2 Bft (zwakke wind) en kwam overheersend uit het noorden. Bron: KNMI
  • Koningin Juliana (Huis van Oranje-Nassau) was van 4 september 1948 tot 30 april 1980 vorst van Nederland (ook wel Koninkrijk der Nederlanden genoemd)
  • Van 5 april 1967 tot dinsdag 6 juli 1971 was er in Nederland het kabinet De Jong met als eerste minister P.J.S. de Jong (KVP).
  • In het jaar 1968: Bron: Wikipedia
    • Nederland had zo'n 12,7 miljoen inwoners.
    • 29 januari » Het ADR-verdrag treedt in werking. Het regelt het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over de weg.
    • 2 maart » De staat Florida in de Verenigde Staten wordt een zelfstandige rooms-katholieke kerkprovincie met het Aartsbisdom Miami, het Bisdom Saint Augustine en de nieuwe bisdommen Orlando en Saint Petersburg.
    • 30 maart » In Amsterdam wordt het 'kosmisch ontspanningscentrum' Paradiso geopend.
    • 7 september » De VARA zendt de laatste aflevering uit van de serie Ja zuster, nee zuster
    • 9 oktober » Rebellenleider Pierre Mulele wordt publiekelijk gemarteld en geëxecuteerd in de Democratische Republiek Congo.
    • 31 december » 's Werelds eerste supersonische passagiersvliegtuig, de Tupolev Tu-144, maakt zijn eerste vlucht.


Dezelfde geboorte/sterftedag

Bron: Wikipedia

Bron: Wikipedia


Over de familienaam Asselbergs


Wilt u bij het overnemen van gegevens uit deze stamboom alstublieft een verwijzing naar de herkomst opnemen:
Annelies de Leede, "Stamboom Wim en Annelies de Leede", database, Genealogie Online (https://www.genealogieonline.nl/stamboom-de-leede/I65611.php : benaderd 31 januari 2026), "Wilhelmus Johannes Maria Antonius Asselbergs (1903-1968)".