Hij is getrouwd met Catharina Adriana Maria Dalmeijer.
Zij zijn getrouwd op 30 mei 1907 te Schiedam, hij was toen 24 jaar oud.
Kind(eren):
Een regenachtige winterdag
Op 1 december 1934 speelde zich een korpsdrama af in Schiedam. In dat jaar telde het Schiedamse politiekorps ruim negentià personeelsleden. Aan het hoofd stond de 63-jarige commissaris F. Ellenberger, die gold als een strenge, maar rechtvaardige autoriteit. Ellenberger was op 1 oktober 1900 als inspecteur in dienst getreden van het Schiedamse politiekorps. Daarvoor was hij adjunct-inspecteur in Haarlem.
Op 11 juli 1914 werd Rij benoemd tot commissaris (korpschef) van de Schiedamse politie.
Commissaris Ellenberger was eind 1934 van plan binnen niet al te lange tijd met pensioen te gaan.
Zaterdag I december 1934 was een regenachtige winterdag. Kort voor twee uur die middag stapte de Schiedamse hoofdagent C.C. van der Klink het hoofdbureau aan de Lange Nieuwstraat binnen, De 51-jarige hoofdagent had inmiddels zo'n vierentwintig dienstjaren bij het Schiedamse korps achter de mg. In 1911 was hij als 'gewoon agent' in dienst getreden en hij had door de jaren heen een goede reputatie opgebouwd.
Zodoende was hij op 3 december 1923 bevorderd tot hoofdagent.Naast zijn hoofdtaak, surveillance buiten de bebouwde kom van Schiedam en dan voornamelijk in het uitgestrekte Sterrenbosch, oefende Van der Klink nog enkele nevenfuncties uit. Zo was hij belast met de registratie van en het toezicht op bewoners van het woonwagenkamp aan de Buitenhavenweg, de keuring en het toezicht op 'trekhonden' en het 'krankzinnigen vervoer'. Het toezicht op het woonwagenkamp, evenals zijn activiteiten in verband met de trekhonden, leverden hem beide een jaarlijkse toelage van 50 gulden op. Voor zijn surveillance in de buitenwijken kreeg hij 3 gulden per week extra. Voor het vervoer van krankzinnigen werd hij afzonderlijk per keer door het gemeentebestuur financieel beloond. Ook in zijn functie als hoofdagent genoot Van der Klink steeds een prima reputatie.
Gedegradeerd
Begin 1934 ging het geleidelijk aan mis met Van der Klink, vooral doordat hij te veel dronk. Hij knoeide met een declaratie en begon ook ander ongepast gedrag te vertonen.Dat had aanvankelijk alleen maar een aantal waarschuwingen van zijn baas,commissaris Ellenberger, tot gevolg, Toen dat geen resultaat had, kreeg Van der Klink op zaterdag 1 december 1934 de aanzegging dat hijgedegradeerd zou worden tot 'gewoon agent'. Bovendien zou hij worden overgeplaatst naar de politiepost aan de Buitenhavenweg. Daar moest hij voortaan voetsurveillance in de wijk uitvoeren.
Tot overmaat van ramp kreeg hij te horen dat de extra verdiensten uit zijn bijbaantjes tot het verleden zouden gaan behoren. Een uitzondering daarop vormde zijn werk met de trekhonden
De officiële aanzegging tot degradatie ging gepaard met enig formeel vertoon. Rond halftien zaterdagochtend 1 december stond Van der Klink aangetreden in de kamer van commissaris Ellenberger, aan het hoofdbureau van politie aan de Lange Nieuwstraat.Verder waren daarbij twee inspecteurs aanwezig. Van der Klink was op dat moment nog gekleed inhet uniform van hoofdagent. De formaliteit bestond hierin dat na de mededeling van de commissaris dat de degradatie nu definitief een feit was, de hoofdagentstrepen van zijn uniform dienden te wordenverwijderd.
Uit de tekst van een door hoofdinspecteur E.N.H. Dasoul voor de burgemeester van Schiedam opgemaakt rapport d.d. 17 december 1934, blijkt dat Van der Klink als volgt reageerde: 'Dus ik ben maar alleen ontslagen voor "dat" (tegelijkertijd bracht hij zijn rechterhand in een drinkende beweging aan zijn mond. Verder zeide van der Klink: "Mijnheer, ik vind de straf wel wat te zwaar, omdat u mij te midden van de stad aan den schandpaal zet, ik dank u wel.' Vervolgens haalde hij een zakmesje uit zijn zak, met de opmerking: 'Dan zal ik zelf mijn strepen er maar direct afhalen.'
Dat laatste werd hem echter door commissaris Ellenberger verboden. Het gevolg was dat Van der Klink onder begeleiding van inspecteur J.B. Blomsma naar de kleermaker werd gebracht. Die verwijderde de strepen vervolgens vakkundig. Van der Klink kreeg hierna te horen dat hij zich nog diezelfde middag om halfeen in burgerkleding weer aan het hoofdbureau diende te melden. Hij zou dan met enkele collega's dienst moeten doen in het Gorzenkwartier met de opdracht 'te waken tegen colportage van de communisten'. Bovendien diende hij diezelfde middag de registratiepapieren van het woonwagenkamp bij commissaris Elfenberger in te leveren.
Zwaar teleurgesteld verliet 'gewoon agent' Van der Klink even later het hoofdbureau. Iedereen in Schiedam kende hem. Na zo veel jaren met hoofdagentstrepen te hebben rondgelopen, betekende dit een zware vernedering voor hem.
Dat is mijn bescheid
Alvorens die middag aan de gegeven opdracht te voldoen bezocht Van der Klink onderweg een café, waar hij een paar glazen bier dronk. Vervolgens fietste hij door naar het hoofdbureau. Nadat hij daar tegen twee uur was gearriveerd, informeerde Van der Klink bij inspecteur Blomsma of commissaris Ellenberger op zijn kamer was. Na een bevestigend antwoord liep hij de kamer van de administratie binnen. 'Dag jongens, ik ga ervandoor!' riep hij naar de twee medewerkers daar. Hierna liep hij naar de kamer van commissaris Ellenberger, om die vervolgens zonder kloppen binnen te stappen.
Ellenberger zat achter zijn bureau. Toen Van der Klink de kamer binnen stapte, was hij over de nieuwe dienstregeling voor het Sterrenbos in gesprek met de agenten L.I. Vis en L. Hagestein. Van der Klink stevende regelrecht op het bureau van de commissaris af. Met de uitroep 'Als 't U belieft, dat ismijn bescheid' deponeerde hij de gevraagde registratiedocumenten on diens bureau. Daarna haalde hii van onder ziin kleding zijn dienstrevolver, een Browning 'caliber 6,35' tevoorschijn, richtte die op de commissaris en vuurde vervolgens vanaf ongeveer een meter drie of vier schoten af.
Direct nadat die schoten waren gevallen, liepen de commissaris en de agenten Vis en Hagestein op Van der Klink toe. Die deed snel enkele passen achteruit en loste daarna nog enkele schoten. Commissaris Ellenberger zakte hierna dodelijk gewond in elkaar.
Agent Vis, zijn collega Hagestein en hoofdinspecteur Dasou, die inmiddels vanuit de aangrenzende kamer op de schoten waren afgekomen, grepen Van der Klink vast en arresteerden hem. Van de Klink verzette zich niet. Uit zijn dienstrevolver bleken alle zes patronen te zijn verschoten. Bij sectie zou later blijken dat één kogel het hart van de commissaris had doorboord en dat een tweede in zijn hoofd terecht was gekomen.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Casparus Cornelis van der Klink | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1907 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Catharina Adriana Maria Dalmeijer | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.