Hij is getrouwd met Juliana Louise Emma Marie Wilhelmina van Oranje-Nassau.
Zij zijn getrouwd op 7 januari 1937, hij was toen 25 jaar oud.
Kind(eren):
Bernhard Leopold Frederik Everhard Julius Coert Karel Godfried Pieter, Prins der Nederlanden, Prins van Lippe-Biesterfeld, geboren als Bernhard Friedrich Eberhard Leopold Julius Kurt Carl Gottfried Peter Graf von Biesterfeld (Jena, 28 of 29 juni 1911 – Utrecht, 1 december 2004), was de prins-gemaal van koningin Juliana der Nederlanden en de vader van onder anderen koningin Beatrix.
Geboorteakte[bewerken]
t: 14px/22px sans-serif; margin: 0.5em 0px; letter-spacing: normal; background-color: #ffffff; text-indent: 0px; -webkit-text-stroke-width: 0px;">Bernhard werd geboren in het groothertogdom Saksen-Weimar-Eisenach. Volgens zijn geboorteakte was dat op 28 juni 1911 om 02.45 uur. Bernhards moeder heeft altijd aangegeven dat dit een foutieve vermelding was. Hij vierde zijn hele leven zijn verjaardag op 29 juni, de datum die in zijn naturalisatie- en trouwakte staat. Er is geen officieel bewijs dat 29 juni correct is. Niettemin is aannemelijk dat 29 juni de feitelijke geboortedag van prins Bernhard is.Op 1 juli verzocht Bernhard senior per brief aan zijn broer Leopold om peetvader te worden van zijn oudste zoon. Als je, zo schreef hij, ons dat plezier wilt doen, dan zal hij jouw naam als dubbelnaam krijgen. Leopold stemde toe en op 18 juli gaf het departement van Justitie in Weimar toestemming om de voornaam Leopold twee plaatsen naar voren te schuiven, zodat hij op 27 oktober 1911 de namen kreeg van Bernhard Leopold Friedrich Eberhard Julius Kurt Carl Gottfried Peter Graf von Biesterfeld. Zijn geslachtsnaam Graf von Biesterfeld bleek sinds 30 juni 1911 op de geboorteakte ingevuld te zijn bij zijn voornamen, iets dat niet geoorloofd is. Op eveneens 27 oktober 1911 werd een en ander officieel rechtgezet.
Jeugd in Duitsland[bewerken]
olor: #252525; font: 14px/22px sans-serif; margin: 0.5em 0px; letter-spacing: normal; background-color: #ffffff; text-indent: 0px; -webkit-text-stroke-width: 0px;">Bernhard was de zoon van prins Bernhard zur Lippe (1872-1934), een jongere broer van de laatste regerende vorst van Lippe, en Armgard von Cramm (1883-1971).Bernhard had een jongere broer, Aschwin (1914-1988). Hun ouders sloten een morganatisch huwelijk. Daarom kreeg Bernhard bij zijn geboorte de naam en titel van zijn moeder,die voor de gelegenheid van haar huwelijk was verheven tot Gräfin von Biesterfeld, en werd "Graf von Biesterfeld". Op 24 februari 1916 verhief de vorst, Bernhards moeder en haar twee zonen echter tot Prinz(essin) zur Lippe-Biesterfeld. Bernhard werd lid van het Lippische vorstenhuis en kreeg een hogere plaats in de rij van troonopvolging.
De jeugdjaren bracht hij door op het ouderlijk landgoed Wojnowo, nabij de stad Bomst in de provincie Posen, later Grensmark Posen-West-Pruisen.
Na eerst privélessen gevolgd te hebben, ging Bernhard op 22 april 1924 voor het eerst naar school; naar het Pädagogium, een jongenskostschool te Züllichau. Na een toelatingsexamen begon hij er op de tweede klas van het Realgymnasium, het Obertertia, waarna hij inhet voorjaar van 1926 naar het elitaire Arndt-Gymnasium te Berlijn (Dahlem) ging, waar hij in 1929 zijn diploma behaalde. Bernhard studeerde rechten aan de handelshogeschool in Lausanne, de universiteit in München en aan de toenmalige Friedrich-Wilhelm Universiteit in Berlijn, nu de Humboldtuniversiteit. In Berlijn verkreeg hij in 1935 de titel van Referendar Juris, in Nederland vergelijkbaar met die van doctorandus. Vervolgens ging hij per 1 september 1935 als stagiaire werken bij de Parijse dochteronderneming van het Duitse chemiebedrijf IG Farben, Société pour l’Importation de Matières Colorantes et de Produits Chimiques aan de Avenue Hoche, waar hij begon met brieven te controleren op typefouten, postzegels plakte en de post naar de verzendafdeling bracht.Hij bleef er werken tot aan de dag van zijn verloving met prinses Juliana op 8 september 1936.
background-color: #ffffff; text-indent: 0px; -webkit-text-stroke-width: 0px;">Bernhard was als student aan de Friedrich-Wilhelm Universiteit lid geworden van de Deutsche Studentenschaft, indertijd een studentenorganisatie met een officieel nationaalsocialistisch karakter. De door de prins ondertekende lidmaatschapskaart is bewaard gebleven. De kaart bevat gegevens over lidmaatschappen van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP), Sturmabteilung (SA), het Deutsche Luftsport Verband en de tennisclub van de eveneens nationaalsocialistische corpsvereniging Borussia. Toen de prins zich in december 1934 uitschreef als student, werd hij geschrapt uit de ledenlijst van de studentenvereniging.
De prins heeft stelselmatig ontkend lid te zijn geweest van de NSDAP. Nadat in 1996 RIOD-medewerker Gerard Aalders en historicus Coen Hilbrink bewijs voor zijn NSDAP-lidmaatschap presenteerden, bleef hij volhouden zich nooit als lid te hebben aangemeld. Sinds 1mei 1933 stond hij als lid ingeschreven. Uit de onvolledige ledenadministratie blijkt dat zijn contributie betaald werd van in ieder geval eind 1934 tot en met mei 1935. Vanaf 1 augustus 1935 gebeurde dat niet meer. Op 5 januari 1937 werd hij als lid uitgeschreven.
Wel heeft Bernhard toegegeven dat hij aspirant-lid is geweest van de SA en de paramilitaire Schutzstaffel (SS). In zijn geautoriseerde biografie uit 1962 geeft hij toe dat hij het bruine uniform van de SA en het zwarte van de SS gedragen heeft.[12] Volgens Bernhard had hij zich om opportunistische redenen aangemeld. Door zijn lidmaatschap zou hij als student zijn vrijgesteld van het afleggen van een politiek examen. Het bestaan van zo'n politiek examen is nooit bewezen.
Af en toe moest de prins op wacht staan, zoals rond 1 juni 1934 tijdens de Nacht van de Lange Messen. Dat hij een overeenkomstige opdracht uitgevoerd had ten tijde van de Juden-Boykott in april 1933 (hetgeen uit de op die datum gelaste algemene mobilisatie van SA en SS voortgevloeid zou zijn) was volgens de prins in 1956 uitgesloten.
Kennismaking en verloving
margin: 0.5em 0px 1.3em 1.4em; letter-spacing: normal; background-color: #ffffff; text-indent: 0px; -webkit-text-stroke-width: 0px;">width: 222px; text-align: center; background-color: #f9f9f9; border: #cccccc 1px solid; padding: 3px;">xt-align: left; line-height: 1.4em; padding: 3px;">le="white-space: normal; word-spacing: 0px; text-transform: none; color: #252525; font: 14px/22px sans-serif; margin: 0.5em 0px; letter-spacing: normal; background-color: #ffffff; text-indent: 0px; -webkit-text-stroke-width: 0px;">Bernhard was bij de bijna zevenjarige zoektocht naar een echtgenoot voor Juliana niet benaderd door het koninklijk huis. Frans Beelaerts van Blokland en Johan Paul van Limburg Stirum, vertrouwelingen van Wilhelmina, hadden hem, Bernhard, mogelijk over het hoofd gezien omdat hij pas in 1916 tot prins was gepromoveerd. Maar hij voldeed door de promotie tot prins en toetreding tot het Lippische vorstenhuis in 1916 wel aan het profiel van de gezochte kandidaat. Een kandidaat diende ebenbürtig te zijn en deel uit te maken van een vorstenhuis dat minimaal tot 1918 had geregeerd. Bij de zoektocht naar een huwelijkskandidaat voor Juliana maakte Wilhelmina gebruik van deAlmanach de Gotha. Bernhard stond in het goede gedeelte van de Gotha.
Bernhards familie had goede contacten met de familie Von der Goltz, die tot de entourage van de Duitse ex-keizer in Doorn behoorde.In 1935 bezocht Bernhard minimaal tweemaal de Duitse ex-keizer en zijn vrouw Hermine Reuss in Nederland.
In november 1935 was hij samen met mevrouw Von der Goltz op bezoek bij de Nederlandse ambassadeur in Parijs John Loudon. Aan Loudon vroeg hij hoe hij zich kon laten introduceren bij Wilhelmina en Juliana.Van zijn tante Anna kreeg hij informatie dat Juliana en Wilhelmina van plan waren om de Olympische Winterspelen in Garmisch-Partenkirchen te bezoeken en net over de grens zouden logeren in Oostenrijk.
Bernhard reisde spoorslags af naar Garmisch-Partenkirchen en legde op 11 februari 1936 in het Oostenrijkse Igls een bezoek af aan Juliana en Wilhelmina onder het voorwendsel dat zijn vader een kennis van Juliana's vader prins Hendrik was geweest. Via mevrouw Von der Goltz had Bernhard een introductiebrief gekregen. De gesprekken verliepen in het Frans.
De prins viel zowel bij Juliana als bij haar moeder, als - overigens - bij de meegereisde hofhouding in de smaak. Wilhelmina won daarop informatie in bij Duitse familieleden en de Nederlandse ambassade in Berlijn. Hermine Reuss steunde Bernhard en vroeg Wilhelmina's schoonfamilie een positief advies uit te brengen. Hoewel niet alle adviezen positief waren besloot Wilhelmina door te gaan met Bernhard.
Nadien ontmoetten de Nederlandse kroonprinses en Bernhard elkaar met Pasen en Pinksteren in Paleis Het Loo. De daarop volgende ontmoeting vond plaats op 11 juli, eveneens in Paleis Het Loo. Bernhard vroeg toen Juliana - vergeefs - ten huwelijk. Juliana vond dat ze elkaar nog te kort kenden. Een nieuwe ontmoeting werd een maand later in Zwitserland belegd om het huwelijkscontract te regelen. Juliana ging er op 15augustus akkoord met een verloving. Die werd geheim gehouden en afgesproken werd dat Bernhard naar Nederland zou komen om drie maanden lang de Nederlandse taal en cultuur te leren kennen. Juliana en Bernhard zouden dan de gelegenheid krijgen elkaar nader te leren kennen. Als het stel dan niet van mening was veranderd, zou de verloving eind dat jaar wereldkundig worden gemaakt.
Dagblad De Telegraaf publiceerde op 20 augustus echter een foto van Juliana in gezelschap vanBernhard en de geruchtenmachine kwam op gang. Wilhelmina voelde zich gedwongen de aankondiging van de verloving flink te vervroegen en het paar verloofde zich in allerijl op 8 september 1936. In totaal hadden Juliana en Bernhard elkaar toen zo'n veertien dagen gezien, verdeeld over vijf ontmoetingen. De verloving leidde in het door een economische crisis beheerste Nederland tot een golf van vreugde. Binnen een week na de verloving werd in Vlaardingerambacht een laan naar de prins vernoemd.
Op 4 november 1936 kreeg Bernhard het Nederlands staatsburgerschap en op 4 december 1936 kwam de benoeming tot luitenant-ter-zee der eerste klasse à la suite bij de Koninklijke Marine en ritmeester à la suite bij de Koninklijke Landmacht. Tevens werd hem de titulaire rang verleend van ritmeester bij het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger.
Huwelijk
humb tright">background-color: #f9f9f9; border: #cccccc 1px solid; padding: 3px;">3px; margin-right: 0px;">
Voorafgaand aan het huwelijk was er enige commotie over een kwestie waarbij in december 1936 geen hakenkruisvlaggen getoond zouden zijn bij een clubwedstrijd tussen een Haagse en Duitse voetbalclub. Prins Bernhard, die - hoewel geenszins aanwezig bij de wedstrijd - in de nationaalsocialistische pers werd beschuldigd hierin de hand te hebben gehad, stuurde via diplomatieke post een brief aan Hitler, hem verzekerend dat een en ander op een misverstand berustte. Niettemin deed het Nederlands hof, op instigatie van koningin Wilhelmina, een poging om tijdens de huwelijksplechtigheden nationaalsocialistisch vertoon, tegen te gaan.
Het huwelijk maakte meteen een einde aan de grote financiële problemen van zijn familie. Zijn vader was kort ervoor overleden, zijn ouderlijk huis was in zeerslechte staat en er waren grote hypotheekschulden. Bernhard kreeg uit de staatskas een jaarlijkse toelage van 200.000 gulden, twee keer zoveel als Juliana's vader jaarlijks van haar moeder gekregen had. Daarnaast kreeg hij van Wilhelmina een bedrag van 200.000 gulden om de noodzakelijke herstelwerkzaamheden van zijn ouderlijk huis te financieren. Van zijn schoonmoeder kreeg hij als huwelijksgeschenk eenMaybach Zeppelin met een Erdmann & Rossi carrosserie, een luxe auto van ongeveer 20.000 gulden. In 1939 werd hij door Wilhelmina benoemd tot haar adjudant.
Prins Bernhard en prinses Juliana kregen vier kinderen, allen dochters:
Bernhard heeft samen met Juliana de geboorte van vier achterkleindochters en één achterkleinzoon meegemaakt, onder wie de tegenwoordige kroonprinses Amalia, en na het overlijden van Juliana van nog twee achterkleinzoons.
Daarnaast had Bernhard volgens eigen zeggen twee buitenechtelijke kinderen, beiden eveneens dochters:
Terug in Engeland, dat al sinds 1939 in oorlog met Duitsland was, bood Bernhard zijn diensten aan bij de Britse geheime dienst,[29] maar werd wegens zijn Duitse afkomst gewantrouwd. Op 25 juni 1940, drie dagen na de Franse capitulatie, sprak hij voor de Overseas Service van de Britse staatszender BBC over Adolf Hitler als "een Duitse tiran" en sprak hij al zijn vertrouwen uit in de Britse overwinning op nazi-Duitsland.
Voor de aankoop van oorlogsmaterieel werd door de prins op 10 augustus 1940 het Prins Bernhard Fonds opgericht. Vanaf de oprichting was hij regent.
Op 13 november 1940 werd Bernhard hoofdverbindingsofficier tussen de Nederlandse en Britse strijdkrachten. In het najaar van 1940 kreeg de prins vliegles op Hatfield en behaalde zijn vliegbrevet. Hoewel hij later deed voorkomen alsof er sprake was geweest van een carrière als oorlogsvlieger, bestaat er maar één gedocumenteerd geval van een vlucht boven vijandelijk gebied en wel op 21 juni 1944 boven Noord-Frankrijk. Om mee te mogen had hij naar zijn eigen zeggen de commandant met een fles whisky omgekocht.Regelmatig bezocht hij in Engeland ;Nederlandse militairen.
De prins kreeg in 1941 bij de Royal Air Force (RAF) de rang van Honorary Air Commodore. Op 12 juni 1943 richtte hij in Engeland het 322 Dutch Squadron RAF op, dat tot het einde vande oorlog werd ingezet voor escortemissies, bestrijding van V-1 vliegende bommen en grondaanvallen op het Duitse leger. In 1964 werd hij bij de RAF benoemd tot Honorary Air Marshall.[32]
Gedurende de oorlog zou de Nederlandse diplomaat en latere minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns voor de prins contact onderhouden met zijn moeder en overige familieleden in Duitsland via zijn relaties in de neutrale landen Portugal en Spanje.
Volgens geruchten zou de prins de operatie Market Garden hebben ontraden,omdat snel oprukken van een tankdivisie van Nijmegen naar Arnhem onmogelijk zouzijn. Het is echter uiterst onwaarschijnlijk dat de prins ooit vooraf is ingelicht over deze ultrageheime operatie, omdat hij geen formele positie had binnen de geallieerde bevelstructuur. Ook de hardnekkige geruchten dat de spion Chris Lindemans (alias King Kong) zijn informatie over Operatie Market Garden uit het hoofdkwartier van Bernhard verkreeg, zijn daarom hoogstwaarschijnlijk onjuist.
De prins was aanwezig bij de vredesbesprekingen tussen de Duitse generaal Johannes Blaskowitz en de Canadese generaal Charles Foulkes op 5 mei 1945 in Hotel De Wereld in Wageninge
Van 1954 tot 1976 was Bernhard voorzitter van de Bilderbergconferentie. De stichters hadden hem gevraagd als boegbeeld te fungeren. Deze internationale politieke groepering, waarvan de samenstelling enigszins varieert, komt jaarlijks bijeen om onder strikte geheimhouding te praten over politiek en Europese eenheid.
De initiatiefnemers van het Wereld Natuur Fonds vroegen hemin 1962 als hun eerste president. Hij bleef in die functie tot eind 1976.
In eigen land was de prins oprichter en regent van de Stichting Praemium Erasmianum en deelde hij jaarlijks de Erasmusprijs uit. De doelstelling van het Prins Bernhard Fonds werd na de oorlog gewijzigd in 'de bevordering van de geestelijke weerbaarheid door middel van culturele zelfwerkzaamheid' en kreeg de naam van Prins Bernhard Cultuurfonds. Elk jaar reikte hij tot aan het eind van zijn leven de Zilveren Anjer uit aan personen van onbesproken vaderlands gedrag die in enigerlei vorm van onverplichte arbeid verdiensten hadden verworven voor de Nederlandse cultuur of voor die van de Nederlandse Antillen.
Bernhard was van 1956 tot 1977 voorzitter van de Europese Culturele Stichting, die in 1954 was opgericht doorde Zwitserse filosoof Dennis de Rougemont.
In 1970 richtte hij de 1001 Club op, die zich bezighoudt met het op basis van lidmaatschap innen van financiële bijdragen voor het Wereld Natuur Fonds. Elk lid dient een bedrag van 10.000 US-dollar in te leggen. Het geld is bedoeld voor de administratieve kosten.
In 1975 werd Bernhard beschermheer van AMREF, Flying Doctors Nederland, een organisatie die zich inzet voor betere gezondheid in Afrika.
Tot eind 1976 was hij goodwill-ambassadeur van het Nederlandse bedrijfsleven in het buitenland. In die hoedanigheid maakte hij veel buitenlandse reizen.
Andere functies die hij bekleedde:
Ook in kringen van het kabinet was de bezorgdheid groot. Juffrouw Hofmans had zich, op voorspraak van de koningin, ook verzekerd van een afspraak bij minister-president Drees, die na Hofmans' doorgevingen in raadselen achterbleef. Mogelijk op voorspraak van Hofmans kwam het tot een geschil tussen koningin en prins over de vraag of, en zo ja waar, Bernhards moeder, prinses Armgard zich in Nederland zou kunnen vestigen. Daartoe aangespoord door ingevingen van Greet Hofmans, zinspeelde de vorstin zelfs op een scheiding van de man wiens buitenechtelijke escapades en voortdurende buitenlandse reizen (onder meer gemaakt in het kader van de door Bernhard opgerichte Bilderberggroep) haar ook steeds meer een doorn in het oog waren. De prins zelf had het gevoel zijn vrouw steeds meer te verliezen aan de invloed van juffrouw Hofmans.
Hij lekte begin 1956 naar een bevriende journalist van het Duitse weekblad Der Spiegel informatie over de innige band van Hofmans met zijn echtgenote. Het artikel met de titel ‘Zwischen Königin und Rasputin, Geheimnisse im Haus Oranje’ veroorzaakte in Nederlandse regeringskringen veel onrust. Het kabinet voelde zich gedwongen in te grijpen en verbood de verspreiding van het weekblad in Nederland.
Juliana en Bernhard stelden op dwingende wens van premier Drees een commissie van wijze mannen in, de commissie-Beel, die in eerste instantie onderzoek moest doen wie naar het Duitse weekblad gelekt had. In het eindrapport adviseerde de commissie dat Juliana het contact met Greet Hofmans moest verbreken. Bernhard moest onder meer afzien van verdere contacten met de bevriende journalist en Juliana in het vervolg tijdig inlichten over zijn voorgenomen reizen, redevoeringen en alle andere officiële activiteiten. Hij mocht verder geen personen meer ontvangen als Juliana ernstige bezwaren tegen hen had, noch was het hem langer toegestaan zonder toestemming van zijn echtgenote onofficiële gasten uit te nodigen in paleis Soestdijk om te dineren of te logeren.
Een driehoofdige door het Nederlandse kabinet ingestelde onderzoekscommissie, de Commissie van Drie, beoordeelde een aantal handelingen van de prins als laakbaar.Koningin Juliana overwoog af te treden. Kroonprinses Beatrix gaf aan dat ze haar moeder in dat geval niet wilde opvolgen. Staatssecretaris van Volkshuisvesting Marcel van Dam dreigde met aftreden als de prins niet, gelijk aan iedere staatsburger, zou worden vervolgd. De regering meende evenwel dat een constitutionele crisis niet opportuun was.
Den Uyl slaagde erin een compromis te bewerkstelligen, waarmee - na uitvoerig overleg - de Staten-Generaal akkoord ging. Besloten werd de kwestie niet voor de rechtbank aanhangig te maken, maar om het rechtsgevoel te bevredigen werd Bernhard gedwongen zijn functie als inspecteur-generaal van de Krijgsmacht neer te leggen, alsmede af te zien van enkele andere openbare functies. Ook werd hem verzocht in het vervolg het dragen van militaire uniformen achterwege te laten.
Uiteindelijk droeg Bernhard toch nog enkele keren een militair uniform, maar altijd na overleg met de minister-president, zoals bij de begrafenis van lord Louis Mountbatten. In 1991 kreeg hij voor zijn tachtigste verjaardag van toenmalig minister-president Ruud Lubbers toestemming om bij voorkomende gelegenheden altijd militaire uniformen te dragen, maar hij maakte daar zelden gebruik van. Wel koos hij ervoor om in uniform te worden begraven.
In een na zijn dood gepubliceerd interview met de journalist Martin van Amerongen in weekblad De Groene Amsterdammer gaf hij toe dat het een grote fout van hem was geweest om het geld aante nemen.
Tijdens het onderzoek naar de Lockheed-affaire werden documenten ontdekt waaruit bleek dat Bernhard ook door de Amerikaanse vliegtuigfabrikant Northrop was omgekocht. Den Uyl had daarvan de openbaarmaking tegengehouden, omdat anders strafvervolging wellicht onafwendbaar was geworden en koningin Juliana dan mogelijk zou zijn afgetreden. De kwestie kwam pas in 2008 aan het daglicht. Tijdens de Lockheed-affaire kwamen ook concretere details aan het licht dat Bernhard een maîtresse, 'Poupette', en een onwettige dochter, Alexia, had.
Op 1 december 2004 werd hij om 16.30 uur overgebracht naar het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMC). Daar werd, op zijn verzoek, de behandeling gestaakt. Prins Bernhard overleed dezelfde avond om 18.50 uur. Hij werd 93 jaar oud. De Rijksvoorlichtingsdienst maakte om 21.30 uur zijn overlijden wereldkundig.
Van 7 tot en met 9 december was er in de Chapelle Ardente van Paleis Noordeinde voor iedereen gelegenheid om afscheid te nemen. De staatsbegrafenis vond plaats op zaterdag 11 december 2004 in de Nieuwe Kerk in Delft. De uitvaart droeg een militair karakter; de lijkkist met zijn lichaam werd op een affuit naar Delft gebracht. Met een Missing Man-formatie bewees de Koninklijke Luchtmacht de laatste eer. Na de plechtigheid werd de prins, gedragen door militairen van het Regiment Huzaren van Boreel, bijgezet in de Grafkelder van Oranje-Nassau. Hij werd begraven in zijn uniform van generaal-vlieger. Op zijn verzoek werd hij niet gebalsemd.
Dagblad de Volkskrant bracht in december 2004 een reeks interviews met de prins, gebaseerd op negen gesprekken die hij vanaf 2001 had gevoerd met zijn vriend hoofdredacteur Pieter Broertjes en journalist Jan Tromp, buiten medeweten van de regering, de RVD en zijn familieleden. In het interview onthulde Bernhard voor de buitenwereld het bestaan van zijn buitenechtelijke dochter Alicia en bevestigde hij de al lange tijd gaande geruchten over dochter Alexia. Hij verstrekte nadere bijzonderheden over de zaak-Greet Hofmans. Toen een dag later archiefstukken over de zaak-Greet Hofmans openbaar werden gemaakt, bleek dat de opvattingen van de prins niet geheel met de feiten overeenkwamen.