Hij is getrouwd met Magdalena Koelewijn.
Zij zijn getrouwd op 1 november 1818 te Rijswijk, hij was toen 39 jaar oud.
Kind(eren):
Proces verbaal houdende de begrooting den som waarvoor door eene voogdesse ten behoeve haren minderjarige kinderen hypotheek moet worden gesteld.dd 24-6-1840 (Kanton Geregt Voorburg no 194)
-----------------------------------------------------------------
In het jaar Achttien Honderd en Veertig, den Vier en Twintigsten der maand Junij, wij Mr BARTHOLOMEUS VAN DORP Kanton Regter in het derde Kanton arrondissement ´sGravenhage provincie Zuid Holland, zitting houdende te Voorburg geadsisteerd met den Griffier van het kanton: in overweging genomen hebbende dat de nagelatene goederen van wijlen GELIJN VAN ADRICHEM in leven bouwman, gewoonde hebbende te Rijswijk, echtgenoot van MAGDALENA KOELEWIJN, met wien dezelve, volgens de voormalige Fransche wetgeving in gemeenschap van goederen gehuwd is geweest, en op den Vier en Twintigsten Januarij van den jare Achttien Honderd en Veertig, in de voorschreve gemeente van Rijswijk is overleden, zijn komen te vervallen. Zoo uit krachte van zijne testamentaire dispositie, op den Vijfden Augustus van den jare Achttien Honderd Twee en Twintig voor den Notaris NICOLAAS BERVOETS en getuigen te ´sGravenhage gepasseerd, behoorlijk geregistreerd, als ingevolge de deswege bestaande wettelijke verordeningen, aanzijne vorengenoemde echtgenote MAGDALEN KOELEWIJN en Zijne negen, met dezelve in huwelijk verwekte kinderen allen nog minderjarig zijnde als: PIETER oud Twintig jaren, MARIA oud Achttien jaren, JOSINA oud Veertien jaren, DIRK oud Dertien jaren, CORNELIS oud Elf jaren, MAGDALENA oud bijna Zeven jaren, ARIE oud ruim Vier jaren en CATHARINA VAN ADRICHEM oud ruim Twee jaren.
In overweging genomen hebbende de verpligting den voogden bij artikel 390 van het Burgelijk Wetboek aan dezelven opgelegd, om tot zekerheid van hun beheer, hypotheek te geven, tot het beloop, eener daar aan geevenredige geldsom en dat de hoegrootheid daar aan door ons moet worden bepaald. Gelet op den inventaris van den gemeenschappelijken boedelhier vorengenoemde echtgenooten, op den Achtsten April dezes jaars Achttien Honderd en Veertig, voor den te Rijswijk residerende Notaris JOHANNES WILHELMUS SCHUURMAN en getuigen opgemaakt en voltrokken, en op den zeventiende diezelfde maand, worden ontvangen in ´sGravenhage geregistreerd en waaruit is gebleken dat de onroerende goederen, op dezelve voorkomende, en welke zijn getaxeerd op een waarde van zes en twintig duizend gulden (f 26.000,=) den zelven overledene waren opgekomen uit de nalatenschap van wijlen zijnen vader PIETER VAN ADRICHEM blijkens akte van scheiding dier nalatenschap, op den Derden Meij van den jare Achttien Honderd Acht en Twintig, voor de Notarissen NICOLAAS BERVOETS en JOHANNES JACOBUS VERWOERT te ´sGravenhage gepasseerd, behoorlijk geregistreerd, en dat derhalve die onroerende goederen des overleden´s particulier eigendom waren geworden, doch dat aangezien de voorschreven onroerende des gemelde overleden ´s erfportie als toen lurpasseerde en te boven ging met eene som van twaalf duizend negen honderd vier en zeventig gulden en vijf en tachtig cents (f 12.474,85) die meerdere som uit de gemeenschap is verstrekt, en dezelve mitsdien daar aan moet worden teruggegeven
Na alvoorens, volgens de aan hen in ´t minnelijke gedane kennisgeving te hebben opgeroepen en gehoord: 1) de hier vorengenoemde MAGDALENA KOELEWIJN als moeder en wettige voogdesse over hare vorenvermelde negen minderjarige kindern en 2) AALBRECHT KOELEWIJN van beroep bouwman, wonende te Maasland in kwaliteit als bij ons procesverbaal van den Zes en Twintigsten Februarij dezesjaars opgemaakt en geteekend en tenzelven dage door den ontvanger J.KELLER in ´sGravenhage geregistreerd, door ons benoemd tot toeziende Voogd over dezelve minderjarigen en wijders de aanwezige bloed en aanverwanten van meergemelde minderjarigen te weten: 1) MACHIEL VAN ADRICHEM bouwman wonende in de gemeente Groeneveld 2) AALBRECHT KOELEWIJN bouwman wonende te Maasland de eerstgenoemde in betrekking van oom, en de tweede in die van behuwd oom van ´s vaders zijde, der voorschreven minderjarigen, voorts 3) GERRIT KOELEWIJN bouwman wonende in de Gemeente van Rijswijk en 4) ARIE VAN NOORD bouwman wonende in de Gemeente Kethel, de eerstegenoemde in betrekking van om en de tweede in die van behuwd oom van ´s moeders zijde, der gemelde minderjarigen; en welke allen dezselfde mening hebbende geuit, op grond waar van wij onze berekening hebben gemaakt, en daar in bestaande dat er eene fictieve verdeeling zal geschieden, eerst van den gemeenschappelijken boedel des overledenen en zijne nagelaten weduwe MAGDALENA KOELEWIJN en dat daar bij onder de baten of het actieve zal worden gebragt, zoodanige som als uit dezelve gemeenschap is verstrekt, ter verkrijging van des overleden´s particuliere eigendom, van de hier voren gemelde onroerende goederen, uit de nalatenschap van wijlen zijnen vader PIETER VAN ADRICHEM en ten tweede van den particulieren en eigen boedel van den overledene zelf; en dat daarbij in acht zal worden genomen, dat de hier voren bedoelde, in het actieve des gemeenschappelijken boedels gebragte som, daarin, onder het passive zal worden opgenomen, en dat het als dan zal blijken, dat het gezamenlijk vaderlijk erfdeel der vorengenoemde kinderen zal bedragen eene somme van ongeveer drie en twintig duizend zeven honderd drie en veertig gulden en veertig cens (f 23.743,40) onder welke som dezelven eene waarde in onroerende goederen bezitten, ten bedrag van negentien duizend vijf honderd gulden (f 19.500,=) als uitmakende het drie vierde gedeelte van de, in den vorenvermelden inventaris voorkomende getauxeerde waarde, der onroerende goederen ter somme van zes en twintig duizend gulden (f 26.000,=) en in het bezit van welke onroerende goederen eenen genoegzamen waarborg gelegen ligt, dan dat er voor de geheele waarde van het aan de minderjarigen toekomende kapitaal, hypotheek zoude behooren te worden genomen, op de goederen van de voogdesse; maar dat zulkszich alleen zoude kunnen bepalen, het zoodanige bedrag, als het welk, na aftrek van het voorschreven kapitaal van negentien duizend vijf honderd gulden (f 19.500,=) nog aan het hier bovenbedoelde geheele bedrag, van het aan de minderjarigen toekomende kapitaal van ongeveer drie en twintig duizend zeven honderd drie en veertig gulden en veertig cents
(f 23.743,40) zoude te kort komen
HEBBEN BEPAALD EN BEPALEN:
dat op het een vierde gedeelte van de hier vorenvermelde onroerende goederen, het welk aan de voogdesse als mede-erfgenaam van haren echtgenoot in eigendom is toebehoorende ten behoeve van hare in dezen gemelde negen minderjarigen kinderen, door de zorg van den toeziende voogd AALBRECHT KOELEWIJN en op deszelfs verantwoordelijkheid, een hypothecaire inschrijving zalworden genomen, tot zekerheid en waarborg van derzelver vaderlijk erfdeel, ten beloope van een geldsom van vier duizend twee honderd en vijftig gulden
(f 4.250,=) immers tot zoo lange dat de moeder en voogdesse in het geval mogt verkeeren, van het wettig vrucht gebruik van de goederen harer minderjarigen kinderen te verliezen.
En hebben wij hier van deze akte doen opmaken, welke na gedane voorlezing aan de voogdesse en toeziende voogd, als mede aan de aanwezige bloed en aanverwanten, met den Griffier van het Kanton hebben geteekend
B VAN DORP KantR.; J MULDER Griffier
daaronder staat: Geregistreerd met een renvooi te ´sGravenhage den Vijf en Twintigsten Junij 1800 Veertig, deel 7 folio 12 verso vak 2, ontvangen met de 23 opcenten, acht en negentig en een halve cents, de ontvanger geteekend J.KELLER
Uitgegeven voor expeditie
bron: Georgina van Adrichem-Gijselhart
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Glijn Pieterse van Adrichem | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1818 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Magdalena Koelewijn | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.