Oud Eik en Duinen
Hij is getrouwd met Henriëtta Martina Bax.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
Len de Klerk, Paul van der Laar, Herman Moscoviter.
G.J.de Jongh. Havenbouwer en stadsontwikkelaar in Rotterdam. Thoth, Bussum, 2008.
Stamboom de Jongh door Rudolf Peter (Rudy) de Jongh, geboren ’s-Gravenhage 24-12-1947 op Genealogieonline.nl
Gerrit Johannes de Jongh begint zijn militaire carriere als 2e luitenant bij de Genie Torpedocompagnie, daarna houdt hij zich bezig met het ontwerpen van vestingen en versterkingen o.a. te Breda, Bergen op Zoom, Utrecht, Willemstad, ’s-Hertogenbosch, Weesp en Amersfoort. Van 1879 tot 1910 is hij directeur gemeentewerken in Rotterdam. Adjunct-directeur van 1882-1892 is H.A. van Ysselsteyn.
Gerrit Johannes de Jongh (Willemstad, 4 juli 1845 - 's-Gravenhage, 31 januari 1917) was als directeur van de dienst Gemeentewerken een van de architecten van het moderne Rotterdam.
In 1879 volgt de voormalige genie-officier De Jongh C.B. van der Tak op als directeur Gemeentewerken. Al snel verwerft hij een ongekend machtige positie. Rotterdam maakt op dat moment een zeer sterke groei door (zie ook: Geschiedenis van Rotterdam).
In feite is het De Jongh die bepaalt hoe deze ontwikkeling van de stad wordt vormgegeven. Onder zijn leiding wordt voor het eerst een elektriciteitsnetwerk aangelegd. Ook zorgt hij voor de waterleiding en een moderne riolering. De nog altijd beeldbepalende Westersingel, Noordsingel en de Boezemsingel worden onder leiding van De Jongh aangelegd naar een ontwerp van zijn voorganger Rose.
Gerrit De Jongh wordt vooral bekend vanwege zijn bemoeienis met de uitbreiding van de havens. In 1893 voltooit hij de oostzijde van de Parkhaven; in 1894 de Rijnhaven. De westzijde van de Parkhaven, die onderdeel uitmaakt van de zogenoemde Müllerpier, wordt in 1908 tegelijk met de Sint Jobshaven opgeleverd.
Na de Katendrechtse havens in 1893 en 1896 en na de al genoemde Rijnhaven, volgt in 1906 de voltooiing van de Maashaven. De vrijkomende grond van de nieuwe Waalhaven, waarmee in 1907 een aanvang wordt gemaakt, wordt door een buizenstelsel naar een tussen twee tochten gelegen deel van de Prins Alexanderpolder bij de Kralingse Plas getransporteerd. Zodoende kon op de opgehoogde grond naar het idee van De Jongh het Kralingse Bos worden gerealiseerd.
Het laden en lossen van schepen gebeurt voortaan door middel van uiterst moderne machines, zoals de graanelevator.
Verder geeft De Jongh vorm aan het Noordereiland en de wijk Feijenoord. Zijn ontwerp, met ruime boulevards, stamt al uit 1880. Oude dorpen als Charlois en Katendrecht worden ingesloten door bebouwing.
Op 27 januari 1910 vertrekt hij samen met de voormalige minister van Waterstaat, prof. dr. J. Kraus in opdracht van de minister van Koloniën naar het toenmalige Nederlands Indië om advies uit te brengen over de havens van Soerabaja, Makasser en Tandjong Priok. Diezelfde avond brengt burgemeester Zimmerman ter kennis van de Raad het verzoek van De Jongh om hem per 1 augustus ontslag te verlenen in verband met het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar op 4 juli 1910. Om deze verjaardag met zijn gezin te kunnen vieren, stapte hij op zondag 3 juli in Marseille van de boot die hem uit Indië terugbracht, om zo doende op maandag 4 juli, de dag dat hij 65 wordt en met pensioen gaat, om 4 uur 's middags per trein in Rotterdam te arriveren.
In 1910 wordt De Jongh als directeur opgevolgd door A.C. Burgdorffer. Na zijn afscheid van Rotterdam was De Jongh nog enige jaren lid van Provinciale Staten en de Tweede Kamer (1910-1913).
Bij de aanleg van de wijk Dijkzigt op het voormalige Land van Hoboken is in de dertiger jaren een weg naar De Jongh vernoemd, de G.J. de Jonghweg. Een dag na zijn dood in 1917, besloot de gemeenteraad van Rotterdam tot de aanleg van een gedenkteken. Dit gedenkteken, naar een ontwerp van Ad van der Steur, met een granieten naald met bronzen reliëf van Leendert Bolle, een mozaïek van de stad en de haven van Jaap Gidding, een bronzen beeldenrij over De Jongh en Gemeentewerken van Leendert Bolle, en op de tegelwand een inscriptie die de groei van de stad en de haven aangeeft van Henk Chabot, staat in het Museumpark. Het heeft jaren geduurd voor uiteindelijk een ontwerp en een plaats beschikbaar kwamen waar alle betrokkenen zich mee konden verenigen. Het monument, op dat moment nog niet voltooid, werd op 5 juli 1935 onthuld, een dag voor de opening van hetnieuwe museum Boymans.
Het is tekenend voor het respect dat De Jongh van zijn medewerkers ondervond, dat de door Henk Chabot ontworpen en gehakte inscriptie ter verfraaiing van de kale tegelwand, de gemeente werd aangeboden door oud-medewerkers van Gemeentewerken. De centrale figuur hierbij was L.W.H. van Dijk (1884 - 1983), ooit door De Jongh bij Gemeentewerken in dienst genomen en later één van diens opvolgers als directeur.
Spoedig na zijn ontslag verhuisde hij naar Den Haag, waar hij voor het kiesdistrict Rotterdam als Unie Liberaal in de Tweede Kamer kwam. Deze functie bleek De Jongh niet te liggen en dus besloot hij er na een jaar mee te stoppen. Wel bleef hij nog drie jaar lid was van de Provinciale Statenvan Zuid- Holland. De ontwikkelingen in Rotterdam bleef hij nauwgezet volgen. In het begin van 1914 overleed zijn vrouw, Henrietta Martina Bax, met wie hij meer dan 45 jaar lief en leed had gedeeld. Hij beleefde drie zware jaren, waarna hij op 31 januari 1917, op 72-jarige leeftijd, overleed. Een dag na zijn dood besloot de Rotterdamse gemeenteraad tot een gedenksteen ter nagedachtenis aan deze man. Het monument werd ontworpen door bouwmeester A. van der Steur en werd in 1935 overgedragen door D.G. van Beuningen aan de gemeente Rotterdam. Literatuur: A.C. Burgdorffer, In Memoriam Gerrit Johannes de Jongh, in Rotterdams Jaarboekje 1918, 132-149
Gerrit Johannes de Jongh | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Henriëtta Martina Bax | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.