Hij is getrouwd met Mariana Pelepina Elisabeth Herrebrugh.
Zij zijn getrouwd op 12 juli 1843 te Banda-Neira (Ind.), hij was toen 22 jaar oud.
Kind(eren):
Hetgeen ik door mijn vertrek uit Nederland heb moeten missen, is:het onafgebroken verkeer met dezelfde betrekkingen en vrienden
eene aangelegenheid die men eerst leert waarderen, als men die missen moet .
De gedachte dat van de 40/m personen, die, zoo als ik heb gelezen,
s’jaarlijks uit Nederland naar elders vertrekken, zij die zich in de Kolonien vestigen, tegenwoordig niet meer worden beschouwd als buiten ‘s Lands te vertoeven, heeft mij meermalen tot bemoediging gestrekt.
Ons huis is gerepareerd, waarmede wij zeer gelukkig zijn; daar het toch tot nu toe nimmer in verhuurbaaren staat verkeerde.
Voor luchtigheid is gezorgd. Voorts de omstandigheid, dat Bandjermasin,
Alwaar de wegen en erven kunstmatig zijn opgehoogd,-voor het overrige mijlenver omgeven is,door lage aangespoelde gronden, die bij elken vloed onder water staan, veroorzaakt koele luchtstroomen over de stad onzer inwoning; in verschil met de luchtstroomen, die over zand of heete gronden worden aangevoerd.
Alle eilanden, als van alle zijden door water omringd, hebben in dat opzicht in het algemeen veel voor.
Als eene bijzonderheid, hoezeer warmte of koude op het gevoel inwerken, kan ik hierbij mededeelen, dat bij morgen- of avondkoelte, beneden 30,35 ha 76 graden fahrenheid,de kinderen en ook vele volwassen personen, flanellen overjassen gebruiken
Ging in 1859 met verlof naar Rotterdam, waar zoon Everhard werd geboren.Ging vervolgens weer terug naar Oost Indie. Everhard bleef bij grootouders.
Francois heeft volgens overlevering geld belegd en verloren in de steenkoolwinning.
Woonde in 1893 in Bandjermasin.
François Sauerbier ging in 1839, na de Rotterdams kermis, naar Batavia, Nederlands Indië, met het zeilschip de Hendrika Kapt. Admiraal.
Zijn brief van 20 april 1898 aan zijn neef J.F. Sauerbier te Rotterdam vermeldt:
Alle hutten waren bezet. Ook een broeder van den Heer President Plate, met Mevrouw en een kind, zouden de reis medemaken. Voor het geval het nog in leven mogten zijn, verzoek ik bescheidenlijk mijne vele respecten.
Op de reede van Hellevoetsluis, bleef de wind lang ongunstig; eerst op 6 October van dat jaar konden wij uitzeilen Onderwijl was het aantal vertrekkende bodems tot een twintigtal vermeerderd, die thans allen het anker lichtten en naar buiten stevenden. Nadat wij echter de lichten van Calais en Dover gepasseerd waren, stak een storm op, waardoor wij spoedig uit elkander geraakten.
Wij verloren daarbij de fokkesteng en boegsprietsteng of kluiversteng.
Aan de kaap de Goede Hoop hadden we gedurende 14 dagen achtereen zwaar weer; doch zonder belangrijke haverij.
Wat mijn verblijf in Indie heeft opgeleverd, is: herinneringen aan verschillende zeereizen; reizen langs rivieren en stroomen in ontluikende gewesten, en eene tournee te paard in de Minaharfan,tijdens mijn verblijf te Menado 1841-1842.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.