Hendrik is ook bekend als Hendrik Logjes
De eerste kolonisten uit Hoogeveen
Uit het boek van Wil Schackmann: "De Proefkolonie"
De 'Regenten van het armen-Werkhuis te Hoogeveen' slaan snel toe als de Maatschappij van Weldadigheid midden 1819 de mogelijkheid opent om contracten af te sluiten voor plaatsen in de kolonie. Als vierde sluiten ze in de eerste dagen van december een zogenaamd A-contract af, wat dan ook in de boeken als A 4 voorkomt.
Bij de start van Willemsoord zomer 1820 zijn zes van de 100 hoeves gereserveerd voor pupillen van het Armwerkhuis. Hier een summier overzichtje van de belevenissen van die eerste Hoogeveense kolonisten, her en der aangevuld met door Henk Elsinga verstrekte gegevens over hun leven voor en na de kolonie.
Bij een A contract betaalt de contractant 60 gulden per jaar per kind voor zes wees- of armenkinderen, 360 gulden per jaar dus. Voor dat geld mag hij drie hoeves in gebruik nemen en als hij zestien jaar betaald heeft, zijn die drie hoeves eigendom geworden en mag hij er 'voor altoos' mensen op plaatsen. Het Hoogeveense Armwerkhuis contracteert dubbel, dus ze betalen 720 gulden per jaar voor twaalf kinderen en mogen dus zes hoeves opvullen.
De officiële bedoeling is dat die twaalf op twee hoeves komen met bij elke zes een bejaard kinderloos echtpaar als 'huisverzorgers' om op ze te passen en dat er vier gewone arbeidersgezinnen komen. Maar Hoogeveen zendt maar één 'hoeve-vullend' gezin en bij de andere vijf deelt ze wezen in. Ik heb de indruk dat ze stiekem veel meer wezen wegwerkten dan waar ze voor betaalden.
Op het moment dat ze het contract tekenen, weten ze nog niet precies wie ze in juni 1820 willen sturen. Maar dankzij het onlangs gevonden stamboek Willemsoord ± 1822 tot ± 1824 (Drents Archief, toegang 0186, inventarisnummer 1407), zijn bijna alle Hoogeveense namen bekend. Zie ook hun verneldingen op de Willemsoord-pagina.
De hele meute arriveert op maandag 5 juni 1820, een kleine veertig personen, dus dat moet een hele optocht door zuid-Drenthe geweest zijn. Diezelfde dag arriveren er nog tientallen anderen uit het hele land, het moet die dag een gekkenhuis geweest zijn.
Hieronder de zes Hoogeveens hoeves in de begindagen. Achtereenvolgens:
- Hoeve no 1 gezin Zwiers met ingedeelden
- Hoeve no 34 gezin Loggies met ingedeelden
- Hoeve no 36 gezin Lodewijk
- Hoeve no 37 huisverzorgers Sirrep/Benken met ingedeelden
- Hoeve no 38 huisverzorgers Koster/Flap met ingedeelden
- Hoeve no 46 huisverzorgers Hartman/Flap met ingedeelden
Willemsoord hoeve 34, gezin Loggies met ingedeelden
De weduwnaar Hendrik Loggies is bijna 62 jaar als hij in Willemsoord aankomt met drie dochters en drie ingedeelde jongemannen. Zijn herkomst was een raadsel tot Henk Elsinga ontdekte dat Hendrik zichzelf had vernoemd naar de bijnaam van de vader van zijn moeder! Daar begint dit overzichtje:
Hendrik Harmens Schonewil, ook Schonewille, alias Hendrik Lochjen en Lochjen Schonewille, geboren ± 1695, trouwt ± 1717 met Jentien Hendriks, geen afkomst bekend. Van hen zijn twee kinderen bekend, waaronder Wijggertien (Wichertjen) Hendriks Schonewille, gedoopt 21-12-1721, die trouwt met Arent Jans Metselaar, gedoopt 23 oktober 1712 te Hoogeveen, zoon van Jan Arents en Elsjen Jans. Zij laten acht kinderen dopen in Hoogeveen, waarvan de eennejongste is:
Hendrik Arents, gedoopt 24 september 1758 te Hoogeveen; na 1811 is hij ook bekend als Hendrik Arents Metselaar.
Hij trouwt met Stijntjen Christiaans Breijting, ook Breiding, gedoopt 11 maart 1770 te Hoogeveen, dochter van Christian Breytink (van Hessen Kassel) en Margjen Harms.
Kinderen gedoopt te Hoogeveen:
1. Arend Hendriks, 02-03-1796, waarschijnlijk jong overleden
2. Marrichje, 11-11-1798
3. Wigertie, 19-09-1802
4. Christina, 24-08-1806
Hendrik Arents Metselaar is degeen die als Hendrik Loggies op de kolonie komt en de kinderen 2, 3 en 4 zijn de dochters die mee zijn gekomen. Hendrik leeft niet lang meer. Het maandblad De Star meldt augustus 1821:
In no.2 is overleden de huisverzorger van den berg; in no. 3 de huisverzorger mohle, de oude kolonist loggiers, en de jongeling r. zwaan.
De dochters blijven. Als opvolgend huiverzorger wordt eerst aangesteld de ongeveer 60-jarige Pieter Foest uit Den Haag, maar die neemt na twee jaar ontslag als hij merkt dat huisverzorgers niet alleen moeten oppassen maar ook zelf moeten werken, en dat wordt Frans Loomeijer met vrouw en twee kinderen als huisverzorger aangesteld. Hij was voorheen ingedeelde bij proefkolonist Weender uit Zaandam, is getrouwd met de dochter van de inmideels vertrokken proefkoloniste uit Gouda, en men zit met hem in de maag. Bij de plaatsing wordt opgemerkt dat het ook is om de dochters van Loggies een tehuis te bieden.
Maar Marrigje (of Margje) overlijdt op de kolonie. Na de nodige conflicten met de directie worden Lomeijer en vrouw in maart 1825 ontslagen, daarop vertrekken Wigertie (Wiggertje) en Christina (Stijntje) samen op 27 april 1825 richting Hoogeveen. Wat over hun verdere leven bekend is:
- Wigertie, bij volkstelling 1829 vermeld als Wichertje Hendriks Metselaar, 26 jr, ongehuwd, dienstbode De Huizen 38, Hgvn; overl. 02-01-1868 Hollandscheveld A144 ten huize van Klaas Kist, als Wichertje Metselaar, 60 jr(!), ongehuwd.
- Christina, bij volkstelling 1829 vermeld als Stijntje Loggies, 23 jr, ongeh., Kl. Kerkstg. 814 = Armwerkhuis Hoogeveen.
Hieronder de zes Hoogeveens hoeves in de begindagen. Achtereenvolgens:
- Hoeve no 1 gezin Zwiers met ingedeelden
- Hoeve no 34 gezin Loggies met ingedeelden
- Hoeve no 36 gezin Lodewijk
- Hoeve no 37 huisverzorgers Sirrep/Benken met ingedeelden
- Hoeve no 38 huisverzorgers Koster/Flap met ingedeelden
- Hoeve no 46 huisverzorgers Hartman/Flap met ingedeelden
Willemsoord hoeve 37, huisverzorgers Sirrep/Benken met ingedeelden
Bij Jan Sirrep, die ook als Sierp voor komt, en Aaltje Benken geeft de kolonie-administratie slechts globale geboortejaren, bij Jan staat 1750 en bij Aaltje 1770. Met zulke leeftijden zullen ze zijn bedoeld als huisverzorgers en er zijn ook geen eigen kinderen, alleen ingedeelden. Ze doen dit werk een aantal jaren, Aaltje Blenken overlijdt 1 april 1825, Jan Sierp/Sirrep 23 september 1828.
Aaltje mag in de kolonie-administratie dan als Blenken of Benken voorkomen, onder de naam Aaltje Hendriks Binken staan haar gegevens in de stamboom De Klark.
Er blijkt dat Aaltje en Jan een jaartje voor hun komst naar de kolonie te Hoogeveen getrouwd zijn, voor beiden hun tweede huwelijk.
Bij hun aankomst dragen ze de zorg voor zeven ingedeelden, vijf uit Hoogeveen en twee uit Dordrecht. Die laatsten laat ik even buiten beschouwing, de andere:
- Jantien Koops is verreweg de oudste, ze zou bij aankomst al 40 jaar zijn. Dat duidt er op dat er geestelijk of lichamelijk iets mis is en de Hoogeveense regenten er geen raad mee wisten. Dat lijkt te worden bevestigd door de vele overplaatsingen van de ene koloniale hoeve naar de andere die ze tijdens haar verblijf zal hebben. Ze is nog steeds ingedeelde als ze in 1844, ongeveer 64 jaar oud, overlijdt.
- Pietertje Hendriks Kattouw is maar een jaartje jonger en daarvoor gaat hetzelfde op, ook qua grote aantal verhuizingen. In 1843 is ze ongeveer 62 jaar en wordt ze overgeplaatst naar Veenhuizen. Of ze daar tussen de bedelaars komt of bij een arbeidershuisgezin wordt ingedeeld weet ik (nog) niet.
- Jan Sterken en Hilbert Sterken, met de geboortejaren 1808 en 1809, zullen ongetwijfeld broers zijn. Ze vertrekken na een kleine vier jaar samen van de kolonie: 17 februari 1824.
- Gerrit Molen is na zijn terugkeer uit de strafkolonie (zie bij hoeve 1) hier ingedeeld.Als zijn geboortejaar is genoteerd 1797 en je zou hem gerust 'vluchtgevaarlijk' kunnen noemen. Want na zijn eerdere desertiepoging in 1821, neemt hij mei 1823 opnieuw de benen. Evenals in augustus 1825 en in de zomer van 1826. Dan besluit men hem maar een tijdje in de strafkolonie te houden, maar.... augustus 1828 deserteert hij daarvandaan!
Ook niet voor lang. Uiteindelijk is hij ongeveer 38 jaar als hij 26 augustus 1833 in de strafkolonie overlijdt.
Bovenstaande gegevens met medeweten van de auteur ontleend aan het boek van Wil Schackmann: De Proefkolonie.
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.