Getuigen bij de geboorteaangifte van Gerrit Lotgerink waren Jan ter Meulen, oud 30 jaar, klerk en Herman Jonkers, oud 31 jaar, fabriekarbeider, beiden wonende te Enschede.
Aanvankelijk genoteerd Los werkman en op een onbekende datum gewijzigd in emploijer rijwielfabriek
Inwonend bij Jannes Arentzen. Jannes Arentzen woonde achtereenvolgens op de drie genoemde adressen. Het is niet te zien op welk adres toen Gerrit Lotgerink hier inwonend was.
Zijn vrouw volgde op 26 mei 1903. Inmiddels woonde Gerrit in Sterkrade, Duitsland.
Ingekomen van Sterkenraht
Het overlijden van Gerrit Lotgerink werd aangegeven door Abraham Eversdijk, oud 42 jaar, barbier en Hendrik Brommelcamp, oud 57 jaar, aanspreker, beiden wonende te Amsterdam.
(1) Hij is getrouwd met Bertha Reudink.
Zij zijn getrouwd op 13 december 1888 te Enschede, Overijssel, Nederland, hij was toen 22 jaar oud.Bron 14
Het voorgenomen huwelijk van Gerrit Lotgerink en Bertha Reudink werd afgekondigd op 2 en 9 december 1888 in Enschede, Hengelo en Lonneker. Gerrit woonde in Hengelo, maar had voor minder dan 6 maand nog in Lonneker gewoond.
De ouders van de bruidegom en de vader van de bruid hadden bij akte hun toestemming gegeven; de moeder van de bruid was overleden.
Getuigen waren Bernard Pautus Lotgerink, oud 36 jaar, kantoorbediende, wonende te Hengelo, broer van de bruidegom, Christiaan Maurits Lotgerink, oud 29 jaar, bankwerker, broer van de bruidegom wonende te Lonneker, Jan Lotgerink, oud 27 jaar, kantoorbediende wonende te Lonneker, broer van de bruidegom en Frederik Reudink, oud 22 jaar (gehuwd), molenaar wonende te Enschede, broer van de bruid.
Voor ons Andries Peteri, Notaris in het Arrondissement Almelo, ter standplaats Enschede, in tegenwoordigheid der beide nagenoemde getuigen compareerden Johan Heinrich Lotgerink en onder zijnen bijstand en magtiging zijne echtgenoote Margaretha Johanna Riedick, beiden zonder beroep en wonende te Hengelo in Overijssel.
En verklaarden bij deze acte hunne toestemming te geven tot het huwelijk dat hunnen zoon Gerrit Lotgerink, oud twee en twintig jaren, Kantoorbediende wonende te Hengelo in Overijssel voornemens is aantegaan met Bertha Reudink, oud twintig jaren, zonder beroep wonende te Enschede, dochter van Laurens Reudink, molenaar wonende te Enschede en van wijlen Aleida Wilmink, en zulks ten einde de voltrekking van dat huwelijk ook buiten de tegenwoordigheid van de comparanten kunne plaats hebben.
Waarvan acte, in originali uittegeven, verleden te Hengelo in Overijssel, den achtsten December achttienhonderd acht en tachtig, in tegenwoordigheid van den Heer Antonie Willem ten Hoopen, Candidaat Notaris te Enschede en Phillippus Holthuis, portier te Hengelo woonachtig, als getuigen annex de comparanten aan ons Notaris bekend.
En is deze acte onmiddellijk na voorlezing door de comparanten, de getuigen en door ons Notaris geteekend.
(was get.) J.H.Lotgerink, M.J.Reduk, A.W. ten Hoopen, Ph.Holthuis, A.Peteri Notaris.
Voor ons Andries Peteri, Notaris in het Arrondissement Almelo ter standplaats Enschede, in tegenwoordigheid der na te noemen getuigen compareerde Laurens Reudink, molenaar wonende te Enschede, weduwenaar van Aleida Wilmink.
En verklaarde bij deze acte zijne toestemming te geven tot het huwelijk dat zijne dochter Bertha Reudink, oud twintig jaren, zonder beroep, wonende te Enschede, voornemens is aantegaan met Gerrit Lotgerink, kantoor bediende, wonende te Hengelo (Overijssel), zoon van Johan Heinrich Lotgerink en Margaretha Johanna Riedick, beiden wonende te Hengelo voormeld, en zulks ten einde de voltrekking van dat huwelijk ook buiten de tegenwoordigheid van hem comparant kunne plaats hebben.
Waarvan Acte, in originali uittegeven.
Verleden te Enschede, den dertigsten November achttien honderd acht en tachtig, in tegenwoordigheid van Antonie Willem ten Hoopen, Candidaat-Notaris en Andries Westendorp, houtkooper, beiden wonende te Enschede, als getuigen en met den comparant aan ons Notaris bekend.
En is deze acte onmiddellijk na voorlezing door den comparant, de getuigen en door ons Notaris geteekend.
(was get.) L.Reudink, A.W.ten Hoopen, A.Westendorp, A.Peteri Notaris.
In Naam der Koningin!
De Arondissements Rechtbank te Almelo rechtdoende in Burgerlijke zaken heeft gewezen het volgende vonnis:
In Zake tusschen
Bertha Reudink, echtgenoote van Gerrit Lotgerink
wonende te Enschede, eischeres,
ingevolge verlof van den President dezer
Rechtbank dd. 13 Juni 1894 gratis procedeerende
ingevolge beschikking dezer Rechtbank dd. 2 Mei 1894,
bij exploit dd. 19 Juli 1894 hebbende tot procureur
Mr. G. Jannink
ca
Gerrit Lotgerink voornoemd, laatstelijk gewoond
hebbende te Enschede, doch wiens tegenwoordige
woon- en verblijfplaats zijn onbekend, gedaagde bij
gemeld exploit en defaillant.
Ter terechtzitting van den zes en twintigsten September 1800 vier en negentig is voor de eischeres daartoe geconcludeerd dat het der Rechtbank moge behagen bij vonnis de ontbinding door echtscheiding uit te spreken van het tusschen partijen bestaande huwelijk met de gevolgen daarvan volgens de wet en te verstaan, dat de drie, uit dat huwelijk, geboren kinderen zullen verblijven bij de eischeres; alles met veroordeeling van den gedaagde in de kosten dezer procedure.
De Rechtbank
Gehoord de eischeres
Gehoord het Openbaar Ministerie concludeerende dat het der Rechtbank behage toe te wijzen de vordering van eischeres en mitsdien te verklaren op grond van overspel het huwelijk van eischeres met gedaagde met alle gevolgen daaraan door de wet verbonden met veroordeeling van den niet verschenen gedaagde in de kosten op deze procedure gevallen.
Gezien de stukken.
Wat aangaat de daadzaken.
Overwegende dat de eischeres vooruit stellende dat zij op den tienden December 1800 acht en tachtig te Enschede is gehuwd met den gedaagde; dat de gedaagde gedurende dat huwelijk, speciaal in het jaar 1893, zich herhaaldelijk heeft schuldig gemaakt aan overspel; dat de gedaagde sinds ongeveer medio Februari 1894 de echtelijke woning te Enschede heeft verlaten, zonder zich eenigzins te bekommeren over de eischeres en zijne drie uit het huwelijk met deze geboren kinderen; dat overspel naar de wet grond geeft om echtscheiding te vorderen op grond daarvan bij dagvaarding en opgevolgde conclusie heeft gevonden dat het der Rechtbank moge behagen bij vonnis de ontbinding door echtscheiding uit te sprekenvan het tusschen partijen bestaande huwelijk met de gevolgen daarvan volgens de wet en te verstaan dat de drie uit dat huwelijk geboren kinderen zullen verblijven bij de eischeres, alles met veroordeeling van den gedaagde in de kosten dezer procedure.
Wat het recht betreft.
Overwegende dat gedaagde niet verschenen zijnde, de vordering niet is tegengesproken, dat deze op de wet is gegrond en derhalve aan eischeres behoort te worden toegewezen.
Gezien speciaal art. 56 en 76 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering benevens het Tarief van Justitiekosten en Salarissen in Burgerlijke Zaken.
Rechtdoende bij verstek.
Verklaart het tusschen partijen bestaande huwelijk ontbonden door echtscheiding met alle gevolgen daarvan.
Verstaat dat de drie, uit dat huwelijk geboren kinderen zullen verblijven bij de eischeres.
Veroordeelt gedaagde in de kosten van deze procedure begroot op dit vonnis op dertig gulden (f. 30) buiten de in debet gestelde griffie-, registratie- en deurwaardersrechten, het salaris van den procureur daaronder begrepen.
Aldus gewezen te Almelo door de Heeren Mrs van Wulfften Palthe, president, ten Bruggencate, rechter en Stork, rechterplaatsvervanger en openlijk uitgesproken ter terechtzitting van Woensdag tien October 1800 vier en negentig door den president in tegenwoordigheid van gemelde Heeren van Mrs. Pelerin, officier van Justitie en Jordens, griffier.
(get.) J.v.W. Palthe, H.J.Jordens griffier.
Gratis admissie dd. 2 Mei 1894.
In den jare 1800 vier en negentig den eersten November.
Ten verzoeke van Bertha Reudink, echtgenoote van Gerrit Lotgerink, wonende te Enschede, ten dezent domicilie gekozen hebbende ten kantore van den procureur Mr. Gerrit Jannink te Stad-Almelo.
Heb ik Leonardus Albertus Kubscher, deurwaarder bij de Arrondissements-Rechtbank te Almelo, wonende te Stad-Almelo
met overgifte van afschrift beteekend aan Gerrit Lotgerink voornoemd, laatstelijk gewoond hebbende te Enschede, doch wiens tegenwoordige woon- en verblijfplaats zijn onbekend, mitsdien mijn exploit doende door aanplakking van een afschrift dezes en van na te melden expeditie aan de hoofddeur van de gehoorzaal der Arrondissements-Rechtbank te Almelo, terwijl een tweede afschrift van beide stukken door mij is overgegeven aan den Ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij gemelde Rechtbank, mijn exploit doende aan het Parket en aldaar sprekende met den WelEdelGestrenge Heer Mr. L. L. Pelerin Officier van Justitie die het oorspronkelijk exploit met "gezien" heeft geteekend, zullende dit gedaan exploit daarents zal worden aagekondigd in de Twentsche Courant.
de behoorlijk geregistreerde grosse van een vonnis door de Arrondissements-Rechtbank te Almelo gewezen bij verstek tusschen mijn requirante als eischeres en de beteekende als gedaagde en uitgesproken ter openbare terechtzitting van den tienden October 1894, bij welk vonnis het tusschen partijen bestaan hebbende huwelijk is verklaart te zijn ontbonden door echtscheiding c.a.
De kosten dezes zijn buiten die der redactie en de in deze gestelde zegel en regist. f. 2,65
(was get.) A.Kubscher
Gratis admissie dd. 2 Mei 1894. De Griffier der Arrondissements-Rechtbank te Almelo verklaart dat er in zijne registers berustende ter Griffie dier Rechtbank geen verzet is gedaan tegen het vonnis den tienden October 1800 vier en negentig door gemelde Rechtbank uitgesproken in zake Bertha Reudink, echtgenoote van Gerrit Lotgerink, wonende te Enschede, eischeres bij exploit van dagvaarding dd. 19 Juli 1894 hebbende tot procureur Mr. G. Jannink
ca.
Gerrit Lotgerink voornoemd laatstelijk gewoond hebbende te Enschede doch wiens tegenwoordige woon of verblijfplaats zijn onbekend, gedaagde bij gemeld exploit van dagvaarding en defaillant.
Gedaan te Almelo den achtsten December 1800 vier en negentig
(was get.) H.J.Jordens
Kind(eren):
Het echtpaar is gescheiden 10 oktober 1894 te Almelo, Overijssel, Nederland.Bron 15
Oorzaak: Overspel door de man.
(2) Hij is getrouwd met Johanna Hendrika de Vree.
Zij zijn getrouwd op 28 juni 1899 te Zutphen, Gelderland, Nederland, hij was toen 32 jaar oud.Bron 16
Het voorgenomen huwelijk van Gerrit Lotgerink en Johanna Hendrika de Vree werd afgekondigd op 11 en 18 juni 1899.
De vader van de bruid was aanwezig en gaf zijn toestemming; de moeder van de bruid was overleden.
Getuigen waren Paul Hendrik Lotgerink, oud 37 jaar, bakker wonende te Kampen, broer van de bruidegom, Gradus Johannes Jaspers, oud 33 jaar, landbouwer wonende te Wichmond, gemeente Warnsveld, zwager van de bruid, Evert Willem Demmink, oud 27 jaar, caféhouder en Bernardus Johannes Claassen, oud 47 jaar, schoenmaker, beiden wonende te Zutphen.
Kind(eren):
NATIONALE MILITIE.
PROVINCIE OVERIJSSEL.
De Commissaris des Konings in de provincie Overijssel verklaart, dat Gerrit Lotgerink, geboren te Lonneker den 23 september 1866, wonende te Enschede, van beroep kantoorbediende, zoon van Johan Heinrich en van Margaretha Johanna Riedick, wonende te Hengelo, in het inschrijvingsregister van de gemeente Lonneker van het jaar 1885 voor de ligting van het jaar 1886 is ingeschreven, dat hem bij de loting is ten deel gevallen nr. 16, en dat hij vervolgens door den militieraad uithoofde van broederdienst van den dienst is vrijgesteld.
Gegeven te ZWOLLE, den 29 November 1888.
De Commissaris des Konings in de provincie Overijssel
(get.) Geertsema
NATIONALE MILITIE.
PROVINCIE OVERIJSSEL.
De Commissaris der Koningin in de provincie Overijssel verklaart dat Gerrit Lotgerink, geboren te Lonneker den 23 September 1866, wonende te Zutphen, van beroep koffiehuishouder, zoon van Johan Heinrich en van Margaretha Johanna Riedick, wonende te Enschede, in het inschrijvingsregister van de gemeente Lonneker van het jaar 1885 voor de ligting van het jaar 1886 is ingeschreven, dat hem bij de loting is ten deel gevallen nr. 16, en dat hij vervolgens door den militieraad uithoofde van broederdienst van den dienst is vrijgesteld.
Gegeven te Zwolle, den 19 Juni 1899.
De Commissaris der Koningin in de provincie Overijssel,
(get.) Lyclama
Over de periode medio februari 1894 tot 30 juni 1898 is van Gerrit Lotgerink niets bekend, maar naar alle waarschijnlijkheid is hij (een deel van) die tijd in Nederlands Indië geweest als militair. Als hij op 30 juni 1898 in kost komt bij Jannes Arentzen, komt hij vanuit de Kazerne Waliën en op de gezinskaart van hemzelf staat de aantekening gegageerd militair O.I.L. (Oost Indische Leger)
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Gerrit Lötgerink | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) 1888 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Bertha Reudink | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) 1899 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Johanna Hendrika de Vree | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Geboorteakte gemeente Lonneker. Akte nr. 290.
Geboorteakte zoon Johan Hendrik
Geboorteakte dochter Aleida
Geboorteakte dochter Johanna Mararetha
Geboorteakte dochter Berendina Mararetha
Geboorteakte dochter Johanna Maria
Gezinskaart Amsterdam
Geboorteakte Johan Hendrik
Geboorteakte Aleida
Bevolkingsregister Zutphen
Overlijdensakte
Overlijdensakte gemeente Amsterdam. Akte nr. 5930.
Huwelijksakte gemeente Enschede. Akte nr. 121
Akte van echtscheiding gemeente Enschede. Akte nr. 126, dd. 11-12-1894 en vonnis rechtbank Almelo
Huwelijksakte gemeente Zutphen. Akte nr. 88.