Jan is begraven op het Bergkerkhof.
Uit "Het Boek van 't begraven van den Barg":
6 juni 1763 Jan Lasonder van den Bergschilt begraven op kerkhof. ½ uur alle klokken en baar 1 gulden en 6 stuivers.
De data kloppen niet helemaal. In het begraafboek staat dat Jan op 6 juni 1763 begraven is, terwijl de akte van boedelscheiding is gepasseerd op 17 april 1763.
Hij is getrouwd met Berendina Reigers.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
Bij de volkstelling van 19 augustus 1748 wonen Jan Lazonder en Berendina Reyger met hun kinderen Gerrit, Margareta, Lourens, Jan, Judith en Aaltjen buiten de Veldpoort in het huis nr. 279. Het kind Engbert geboren in 1746 zal dan al wel overleden zijn.
Volgens Twentebestand zou Jan Lasonder geboren moeten zijn tussen 1710 en1713.
Jan Lasonder en Berendina Reigers waren niet onbemiddeld, zoals blijkt uit de akte van boedelscheiding tussen hun kinderen:
Hiermede zij kennelijk hoe dat op dag en tijd hier ondergeschreven een wettige maagscheijdinge en verdeelinge is gehouden tussen die meerderjaarige kinderen van wijlen Jan Lasonder en Berendina Reijgers in Leven geweesen Egteluijden mitsgaders Jan Reijger en Engbert Lasonder als Qamenen Mombaars van die minderjaarige kinderen van voorschreven Jan Lasonder en Diena Reijger te weeten genaamd Jan, Judith, Aaltjen en Diena jongste Dogters als volgt
Eerstelijk zal Gerrit Lasonder zijnde de oudste zoon in vollen Eigendom ende alzoo Erffelijk hebben en behouden het Erfhuis Ende Sterfhuis met de bijliggende beijde Hofkes en die verdere gereedschap behoorende tot die grutterije van sakken schepel en het eene peerd waagen en ploog soo en als die overleeden Vaader en Moeder in 't gebruijk hebben gehadt. Al het welke gemelde Gerrit Lasonder voor sijn Erfportie zal trekken mids daarenbooven aanneme alle Boedels Schult geene daar van uitgesondert en moet daarenbooven nog in den Boedel uitkeeren eene somma van 164. Het welke in die vier porsij moet verddeld worden.
En neemt Gerrit Lasonder aan om die Beide Jongste Susters genaamd Aaltjen en Diena te onderhouden in kost en kledinge en te laaten leeren leesen en schrijven en wat ordentelijk is en wat kinderen toekoomt om te Leeren tot zoo lange als zij bekwaam zijn om haar brood te verdienen waarevoor hij Gerrit Lasonder geduirende dee[..] pleginge En onderhoud zal hebben te trekken off profiteren het gebruijk offte de huire van haaren Eijgendom zoo en als zulkx ten wedersijden word aangenomen.
Ten 2. Is die zoon offte broeder Laurens Lasonder uit deesen gemeenen Ouderlijken Boedel ten deele gevallen de weijde off mathe in die Horsteege bijlangs die mathe ofte weijde van Doktor Jalink kennelijk geleegen soo en als sijn ouders deselve ingebruijk hebben gehadt en moet daarenbooven nog trekken van het geld dat Gerrit moet uitkeeren 34 Gld 1st.
Ten 3. Is die zoon Jan Lasonder uit deesen gemeenen ouderlijken Boedel toegedeeld Een Stukke Bouwland genaamd het Prinsenstukke bijlanges den weg als men nae de Lipper gaat kennelijk en Een stukke Bouwland in den Laar Esch Bijlanges het stukke van Albert Lasonder kennelijk geleegen En den langen gaarden kennelijk geleegen. Soo en als die ouders in gebruijk hebben gehadt. En moet om tot Gaal te komen nog trekken aan geld 62 guldens 1 stuiver.
Ten 4. Is aan die Beijde Dogters offte Susters Margaritha en Judith Lasonder te zaamen uit deesen gemeenen ouderlijken Boedel ten deele gevallen de mathe offte weijde van Hendrik de Mulder aangekogt door haar overleeden ouders geleegen bij soogenaamden Drijfwegs en een half mudde Bouwland in het Heurnse veld waarvan Engbert Lasonder den achtersten Ende hoort en moet over deesen Ende zijnen weg houden ter bekwaamen tijdt En een brink kennelijk geleegen agter het Land so en als die ouder in gebruijk hebben gehadt bijlanges een Stukjen van Pelgrom ten Vaarde en een beslooten gaaarden van Burgermeester Hoedemaker en Engbert Lasonder en moeten elk daar en booven nog trekken uit dat Gerrit Lasonder in den Boedel moet uitkeeren 34gld 2 stuivers.
ten 5. Is aan de jongste Susters te weeten aan Aaltjen en Diena Lasonder te saamen uit deesen gemeenen Ouderlijken Boedel toegedeeld en voor haare respective Erffporsij toegevallen de Weijde offte Mathe kennelijk geleegen agter Kolthoffs Mathe en twee groote Stukken Bouwland kennelijk geleegen in den Laar Esch nagst malkanderen en den lossen gaarden bij het fortuin Bijlangs den gaarden van Gerrit Ottenhoff. Alles kennelijk geleegen zoo als die ouders in 't gebruijk hebben gehadt.
Zijn nog berustende de bedden van die Drie Dochters in 't Erffhuis om datse daar nog in den Boedel sijn soo alsse van malkanderen sijn gedeelt. Sijnde de overige goederen als Linnen Servetten goed onder malkanderen verdeelt off ter genoegen verkogt. Aldus gemaagscheijdet en geaccordeert door voorschreeven Kinderen en Mombaren ten overstaande van Dages vrijnden en getuijgen en sijn daarvan twee alleensluijdende gemaakt Tot voorkomende van het voorenstaande sonder Erg offte List getekent Binnen Endschede en 17 April 1763 En moet ten aansien van die minderjaarige Kinderen hier over de approbatie worden versogt bij de Heeren Borgemeesters.
Onderstonden: Gerrit Lasonder, Laurens Lasonder, Wolter Lasonder, Jan Reijger als Mombaar, Engbert Lasonder als mombaar.
Laager Staat
Voorenstaande Maagscheidinge word van ons ondergeschreeven Burgemeesteren geapprobeert en de Mombaaren geconfirmeert.
Actum Endscheide den 11 Junius 1763.
(was geteekent) J.Stroink Br., Hendrik Weddelink Burgem.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen