De doop van Gerrit Lasonder werd bediend door Ds. Joost Isaac Cremer. Hij is gedoopt in de Nieuwe kerk.
Het overlijden van Gerrit Lasonder werd aangegeven door Hendrik Zeggelink, oud 66 jaar, zonder beroep en Johannes Siethof, oud 42 jaar, schoenmaker, beiden wonende te Enschede, geburen van de overledene.
Gerrit is overleden aan de Haverstraat, huis nr. 725.
Tijdstip: 03:00
Hij is getrouwd met Helena Zeggelink.
Zij zijn getrouwd op 18 juni 1827 te Enschede, Overijssel, Nederland, hij was toen 26 jaar oud.Bron 7
Het voorgenomen huwelijk van Gerrit Reudink en Helena Zeggelink werd afgekondigd op 27 mei en 3 juni 1827 te Enschede en Lonneker. (Gerrit woonde reeds zes jaar in Lonneker).
Gerrit had voldaan aan zijn verplichtingen voor de Nationale Militie.
Getuigen waren Jan Wienink, oud 63 jaar, fabrijkarbeider, Johannes Buter, oud 52 jaar, stadsbode, Arend Nijland, oud 35 jaar, policiebediende en Bernardus Dalenoord, oud 26 jaar, fabrijkarbeider. De eerste drie getuigen woonden in Enschede, Dalenoord in Lonneker.
Stadsgericht Enschede, 26 november 1694:
Comp. Alexander Wenge geassisteert mett proc. Becker exhibeert uijt krag van testamentaire dispositie den 22 jan. 1663 alhijr tusschen sijn wijlen Ehevrouwe Saertjen Jansen en Comp. gepasseert. inventarium in Dubbelt met versoock dat die eene daer aff an Beertjen Jansen weed. wijlen Daniel Paschen en d'ander an Xander van d.E. Burgerm. Pelgerum Laersunder en Jan Steenbergen als gemagtigde van de kinderen van wijlen Catharina Jansen als naeste blootverwanten van Comp. Sal. Huijsvrouwe voornoomt moogen behoorlijck geinsinueert worden alles onder reserve en bedinck als daer in. Salvis. Sulx stellende ad Decretum.
Decretum.
Die versogte insinuatie wordt geaccordeerd.
Stadsgericht Enschede, 12 december 1692:
Compareert Borgerm. Jan Looninck en secretarius Stockman seggende hoe dat haer ter ooren gekomen is dat Roleff Abrahams ten Bouhuis vader van die overleeden dogter kinder van wijlen Berent Speecken waer van Comparanten all bij het Leeven van vorg. Speecken gerigtelijck sijn gestelt als mombaren (i gelijck ter prothocol toe hersien) heeft sonder weeten van de voorgen. mombaren weggehaelt die meeste mobile goederen van hare pupillen waer over sij an die Burgemeesteren als over mombaren hebben geklaegt, die daer op hare dienaers nae die voorgen. Bouhuis huis hebben gesonden om die weggehaelde goeden die nog mogten voorhanden sijn weder toe haelen, maer heefft die niet willen laten volgen offte openbaren maer tegens haer geseit, dat die andre gooderen daer lagen en verdorven waer op die mombaren twee burgermeisteren in der tijdt als Burg. Gerhard Schimmel en Pelgerum Laersunder hebben versogt en het selve in oogenschijn toe neemen, die wel gesien dat die kisten mett gewelt waren Losgebroocken en die gooderen die daer in waren beslooten, diewijle die kisten digte geen schaede konden lijden ende dat die inwoonder Jan Seegelinck heefft geseit in presentie van die voorg. Burgerm. dat die oudeste soone selves præsent waer gewest als die laeste gooderen door die vader wirden weg gehaelt, en 't slot van d'kamer Losgebroocken en is denselvigen dito dooor d' samentlijcke Burgermeesteren an Jan Gerritsen verbooden geenderhande geldt off waren an voorg. Bouhuis off sijn kinder toe langen, en soo bij daer en booven nog te doen, dat het hem tot geene betalinge teegens die mombaren sal verstrecken.
Jan Gerritsen Wessel met assistentie van Ds. Wagelar bespreeckt nae gedaene wettelijcke citatie oudt Burgermeester Gerhard Laersunder en Gerhard Laurens Laersunder om betaelinge te moogen hebben van 16 gl. 7½ st. voor haer pupille Greetken Laersunder te betaelen angenoomen van eene summa 51 gl 17 st. waervan de reeckeninge albereits den 17 Novemb. 1687 is overgegeven, Engelbert en Maria Laersunder 14 gl. 15 st. affkortende het geene bewijsselijck daer op mogte sijn betaelt als meede gesamentlijck voor 21 gl. 7 st. affkortende ses gulden alleene soo Jan Laersunder van de repartitatie van 21 gl. 7 st. alleene heefft angenomen te betaelen versoockende dan onder protest van costen in Eischunge et fine Compareant contumaciam volgens reglement het bewijs wordt in cas van contradictie bij bedongen.
Contumicias.
Henr. Bennink bediende van Janna Quinkeler wed. van wijlen Jacobus Bussier als wettige voogdesse van haar minderjarige kleijnsoon Jan Stroink en doed omni meliori modo pandinge an de gerede goederen van Aaltjen Bussier wed. van Claas Reijger, als Geinstitueerde Erfgenaam van wijlen voorschreven Jacobus Bussier ten Eijnde om daar aan te verhaalen 66 Carl. guldens zijnde de halfscheijd van 132 guldens verscheenen Interesse van een Capitaal van 400 gulden volgens handschrift van den 8 xbr. 1786 an voorschreven Jan Stroinks overleden moeder verschuldigt geworden en de Interesse van dien daar van Jaarlix door gemelte Bussier en desselfs huijsvrouwe 3 per Cento beloofft te betalen en welke Interessen tot den 19xbr 1737 berekent en voldaan sijnde oversulx tot den 8 xbr.1748 daar van ...... Jaaren ten agteren wordende het geseijd capitaal voor de halfscheijd an gemelte wed Reijger bij deesen gedenuntieert en opgesegt om ten naasten verschijnsdag wederom te geeven, versoekende hij Comparant hier van de nodige weete per extracto an gemelte gepandee met proclamatie om deselve in 14 daagen met Geld off regt aff te maken. Sulx stellende met Eijsch van kosten ad Decretum.
Decretum.
De gesogte pandinge word na Landregte geaccordeert en sal hier van het ........... an de gepandede kennisse gegeven worden met mededelinge ansage om dese in 14 daagen met geld off regt aff te maaken.
Staat en Inventaris der Meubilaere goederen, van den boedel van mijn wijlen dogter Gerritdina Bossier wed van wijlen Gerrit Lasonder Engb.z. junior, zo op den Inventaris, dewelke den 6 Maart, door Mij aan gemelte Lasonder waar toe gezonden, dog door hem wederom gezonden, per abuis daar afgelaten waren.
1mo. één Lampe; 2e. een paar gouden braseletten; 3. drie Keurslijven waaronder een oud; 4. twee Crevees; 5. vijf vrouwen hoedjes waronder een oud; 6. een do. kinderhoedje; 7. vier stoelen; 8. Een Kraaamstoel, deze word niet gerekend worden, omdat reeds op den Inventaris staat, dus alhier geroijeert; 9. Een Koperen Was Ketel; 10. Vier weefgetouwen Zijnde in huure of gebruik als een bij Gerrit Schipholt in de Eschmarkte, een bij Willem Huvink of Knijp Willem, een bij de Wedw. Jannes Dalenoort, en een bij Engbert Heupers; 11. een oud schrijfboek; 12. een Letterboek; 13. een Stukkenden gouden ring; 14. een Saal pistool; 15. een harsvanger zonder Schede; 16. een houten hamer; 17. een wit glazen vlesjen; 18. 2 Stukken Bentheimer of gildehuiser Steen tot een gote.
Schulden warmede deze boedel is bezwaard.
De ondergeschrevene heeft bij het Collateraal of versterf van wijlen Hend. Teilers, voor zijn dogter Gerritdina Bossier verschoten een Summa van twee en negentig gl Zegge 92.-.-
Aldus deze gesuppleerde Inventaris gemaakt, onder dat voorbehoud, als bij slot van de Inventaris te zien.
Endschede den 28sten Maart 1787.
(was get.) Tob. Bossier.
Nood Gerigte Gehouden den 9 November 1778.
Mandsch. J.B. Lasonder Loco Hend. Swiers & Hend. Weddelink. In eigenaar perSone gecompareerd en erschenen Sij Swaantjen Stenvors weduwe Herman Schouwink ten deezen gesterkt met de Ed. Philip Pruimers als haren Mombaar en adsistent welke Compte. bekende en verklaarde van de Ed. Hendrik ten Kate Salomonszoon en Gezina Judith Reiger Egtelieden ontvangente hebben Een Capitale Summa van Seeven Honderd Vijf en Twintig Caroli guldens tot twintig St ieder Zeggen 725.-.- Strekkende tot volle betalinge van sodane Huis where en grond als Compte. op den 4 october 1777 aan gezeide Ehelieden Luid Contract van Koop daar van opgerigt van opgerigt heft verkogt Staande en gelegen binnen deeze Stad in de Haverstraat tussen de huijzen van Tobias Bussier en de Erven Frerik Nijhoff met den eenen einde aan de Stads Straate en den anderen einde aan de where en grond van de weduwe Lambert Teilers en zulks met alle lusten en lasten oude en nieuwe regten en Geregtigheeden, war onder meede behoord het regt tot de Putte Staande aan de Sijde van dit Huis.- Soo als Compte. dit parceel tot hier aan toe in eigendom heeft ...........
(de rest ontbreekt)
Stadsgericht Enschede,
Ik Adriaan ten Kate in overweging genomen hebbende de kortheid en brosheid des menschelijken Leevens, de zekerheid des doods en onzekere uure van dien, en daarom voorgenomen hebbende bevorens uit deze waereld te scheiden over mijne tijdelijke goederen te hebben gedisponeerd, zo is 't dat ik daar over bij dit mijn Testament disponere als volgt:
Art. 1. Anullere, Cassere en vernietige ik Testator alle mijne vorige Testamenten of andere makingen van uitersten wille, in specie mijne testamentaire dispositie op den 12 Meij 1797 voor het Land Gerigt van Enschede geapprobeerd; begerende dat deze testamentaire dispositie alleen ten vollen kragt zal hebben en effect sorteren.
Art. 2. Volgt een hele reeks legaten waar onder
Art. 18. Legatere, geeve en make aan Hendrik ten Cate Salomonszoon en Zijne huisvrouw Judith Reiger of bij vooroverlijden aan hunne wettige descendenten eene Somme van duizend gulden, zegge 1000.-.-
Art. 43. Legatere, geeve en maake aan mijnen Neef Herman ten Cate Hendrik Zoon en huisvrouwe Johanna Lazonder, en bij vooroverlijden hare Dogter Aleida ten Cate, eene Somme van Drie Duizend guldens Zegge 3000.-.- dog zo hare Dogter Aleida ten Cate zonder Lijfs Erven komt te overlijden, zo zal deze Drie duizend guldens wederom vererven aan de kinderen van Adriaan van Gronouw en de kinderen van Assuerus Doijer, te Haarlem, of bij vooroverlijden hunne descendenten.
Hierna volgt:
Nood Gerigte gehouden ten huize van wijlen Adriaan ten Cate den 24 April 1798.
Maandsch. Js. Wagelaar en O. ten Cate.
Is voorenstaande Testamentaire Dispositie, nadat de Zegels gevisiteerd, en gaaf en ongeschonden waren ter præsentie van Herman ten Cate Hendriks Zoon gerigtelijk geopend en uitgelezen.
(was get.) Js. Wagelaar, O. ten Cate.
N.B. Adriaan is overleden op 23 april 1798.
Stadsgericht Enschede,
Gerigte Gehouden den 6 J..... 1749.
Maantschepenen Brm. J.W.Swiers en Wilh. Linthuijs.
Compareert in dit Achtbare Gerigte per Litteras Procr. Henr. Pennink volmr. van de wed. van wijlen Jacobus Bussier, voodragende dat sigh voor als nogh op den abusiven Eijsch van de wedew. wijlen Jan Bussier, en Claas Reijger an deesen Achtbaren Gerigte tegens de wed. Jacobus Bussier ingediend, in geenen deele nogh in exceptivis nogh ten ............ gedenkt in te Laten de qua expressa tot protestatio en refererende sigh ook wel expresselijk alle gedienstige exceptien wehren en defensien als daar teegen ingebragt kunnen en moogen worden, moetende egter tot narigt van u Ed Achtbare bij deesen seggen, dat sij weduwe Jacobus Bussier verscheijden maal met de soon, en schoonsoon van de weduwe Reijger en ook wel present Tobias Bussier nomine matris in Conferentie is geweest omme ingevolge het bewuste compromis het eene en andere te vereffenen soo als deselve niet sullen ontkennen maar dat sigh daar over onderlinge niet hebben kunnen vinden oversulx alnogh bij deesen an geseijde weduwen aanbieden omme ten allereersten het selve onderlinge te doen conform de compromissariele uijtsprake, en dat dieselve daer toe maar en dagh moogen kramen omme ten huijse van de wede. Jacobus Bussier bij de papieren en stukken saamen te koomen aer over men desselfs verklaringe sal verwagten en bij tegendeels handelinge Copia met een termijn van 4 weken versoekende ende protest van kosten.
Hier op erscheenen Tobias Bussier namens sijn moeder, en Anth. Reijger nomine matris, versoekende van voorenstaande reces off ............ Copia met een termijn van ses ............ Aut interim. Salvis.
Compareerd in dit Agtbr. Gerigte oud Br. Jan Bussier en Jan Laarsonder als gevogde van sijn schoonmoeder Aaltje Bossier wed. wijlen Claas Reiger als Erfgenamen van overleden Jacobus Bossier en exhiberen bij deesen Eijsch en Aaensprake an documento sub A op en tegens Jurriaan Laarsonder. Salvis.
Hierop erschenen Jan Laarsonder versogt van het g'exhibeerde Eijsch en Aaensprake cum documento Copien, cum termn ad ses weken. Salvis.
Compareerd in dit aghtbare Gerighte Gerrit Goolekatte geadsisteert met Br. H. Pennnk voordragende hoe dat in den beginne van het jaar 1751 van de Erfgenamen van wijlen Jacobus Bussier hebbe gekogt een kamp hooijland soo door wijlen Jacobus Bussier in Eijgendom beseten is geweest en de verkoperen oorgeërft gelegen bij het Golekatte in de Esmarkte waar van de betalinge reets an handen van de Heer Pr. Stokman p ordre der verkoperen ter somma van vier hondert gulden gedaan sij en de kosten van overdragt en 50ste pennink volgens vertoonde koops conditien tot Comprts Last sijn verbleven die hij ook gewillig anneemt en veerdig is te voldoen en door dien de wed. van wijlen Jan Bussier en haar meerderjaarige kinderen of sij wed. met haar soon Tobias Bussier geadsisteert als mede erfgenamen van Jacobus Bussier verweijgeren het gemelte parceel Lands an hem Comparant Landcedelijke cessie en overdragt te doen daar nogtans de wed. Reiger en haare kinderen als mede Erfgenamen daar toe gewillig en bereidt is en hij Compnt. van de overdragt der Laaste alleen te doen niet genoegsaam verwoord ten sij de wed. van Jan Bussier en haare meerderjarige kinderen of de erffenisse van Jacobus Bussier repudieren en dus verklaren op en an dit verkogte Land geen reght te hebben ofte andersins die overdragt in ordre te helpen perfecteeren. Soo is Copnt. nolens volens genoodsaakt geworden gemelte wed. Bussier en haare meerderjarige kinderen van wijlen Jan Bussier tegen heden te doen dagleggen ende bij desen te concluderen
Dat gemelte quiteerders bij vonnis of decreet van dit Aghtbaare Gerighte mogen worden gecondemneert om van haar reght van Erffenisse en Eijgendom an voorsch. Stukke Lands te moeten afsien ofte andersins ingvolge de vertoonde koopsvoorwaarden met en neffens de wed. Reiger en haar kinderen voor het Landgerighte van Endschede daar van ordentelijke cessie en overdragt te moeten doen met condemnatie van deselve in de kosten deser proceduire ofte ue. versoekende dat geciteerdens hier toe ongeijst en bij uijtblijven ten profijte als na Landreghte gecontumaceert mogen worden. Sulx stellende ad Decretum.
Decreet.
De wed. van wijlen Jan Bussier en haare meerderjarige kinderen als mede Erfgenaamen van wijlen Jacobus Bussier ongeijst en niemant haarentwegen gecomposeert so worden deselven ten profijte als naregte gecontumaceert.
Stadsgericht Enschede, 1 december 1656:
De Huijsfr. van Leefvert Laersonder voor haeren schoon sohne Lud. Wagelaer bespreekt Anna Soonders offte haren Eheman voor eene Sa. van 40 Carl. gl. cum interesse
In sitenden Gerigte Erschennen Herman Strodinck Gertken sijn echte huisvrouwe Ende Geert Strodinck met Enne sijn echte huisvrouwe ende bekanden aldaer voor ons Gerichtelichen v.......r hem van de oven ......... ....genhnemen wie datt sie ........ ove ......rmende broeders Ende susteren ......... In ....... 1577 tot ........ Harmens Strodinck behofd van Harmen Walminck ende Swenne sijn huisvrouwe ........... ende opgenhomen hebben eenne summa van tweehondert ende dertich daeller stuck, tot 30 stuifer gerekent allent .......... eennen gerichtelichen bezegelden breeff onder die handt ende Zegel Zalgr Macharis Pinninck Richter toe Enschede in dato ut supra gepasseert ..... whar ende datt ick Harmen Strodinck mij ..... ........... ........... kunnen schuldig gebleven sin die summa van Dertich Daeller den Daelder van .......... .......... ........... welcke penningen, ..... Zaligr suster ........ Hendrick schuldg was unde soe mij an hem ter betaeling ......gewesen hefft, ...ech bekande Harmen wie dat hie sijnnen broeder Henderick schuldich sij die summe van 20 Daeller dewelcke Hendrick sijnnent wegen, an Berent ten Walhave betaelt hebbe, ..... ........... datt wij ....... die handt den gemelten ........ van 200 Daeler ......... .... ingelost hebben, voer 70 Daeller ad 30 stuf die onse broeder Hindrick ..... halven den ............ van Zal Herman te ........... ......... unde voldaen hebben ........ dat gemelte Erfgenaemen tegens .......... ......... penningen hem die ....... gerichteliche ........... in sijnnen handen gestelt hebbe, zelfs bekande Harmen voorts dat hie sijnnen broeder Hendrick ..........lichen .... kenliche schult schuldig sij die summa van hondert unde tseventich daeller stucke tot 30 ster gerekent, voor welcke summa Herman unde Greet den gemelten Hendrick verhipotisieren, unde en onderpande stellen unde setten alle ... hebbende E....gerchtcheit so dieselven ...mpt over Erffgeh om dat Erve, unde Goett Strodinck in die Eschmarkte gelegen hebbende sinnen ........ dat Hendrick nha ommeganck G....den Jaren datt Erve ....sten ende tot sijnnen besten profite gebruiken sall .... unde mede so lange, Herman offte sijn Erffgenhaemen hem Hendrick offte sijnnen Erffgenhamen die voorgs summa te ........... ....ichtet ende voldaen sollen hebben unde also lange solches .... gescheensal Hendrick offte sijnnen medebenoempten, datt Hendrick Erve .......... inholden ende gebruiken, sonder bespiringe van Ienande, deden Hermen ende sijn huisvrouwe also ........... Gerichteliche Cessie, transportatie unnde vertichenisse, mit hande, unde, allent tot behoeff over ...... .......... .... unde sijnen medebenoempten, gelaven ... hem ........... toe saene, toe waeren, unde toe wachten, .... allent unde Ieder...........ichlichen, alent tot behoeff Hendrick voors. unde sijnen medebenoempten, .... den bescheijde ....... dat gemelte Hermen voors. Zumme alletijdt sall mogen losen, ....... so 20 minder offte ..... summen tot die aflosen toe, in forma meliori
NATIONALE MILITIE.
PROVINCIE OVERIJSSEL.
CERTIFICAAT.
DE GOUVERNEUR VAN DE PROVINCIE OVERIJSSEL, verklaart: dat Gerrit Lasonder geboren te Amsterdam den 5 Mei 1801, van beroep fabriek-arbeider, zoon van Jannes en van Gerritje Glistra, van beroep Deurwaarder, binnen de gemeente van Enschede voor de Nationale Militie is ingeschreven; dat aan hem vervolgens bij de Loting is ten dele gevallen het Nummer 24 het welk tot heden niet opgeroepen zijnde, hem tot geenen dienst heeft verpligt.
Gegeven te Zwolle, den 22 Mei 1827.
DE GOUVERNEUR DER PROVINCIE ,
(was get.) B.H.Bentinck
Signalement: Lengte 1 El 716 Str.; aangezicht ovaal; voorhoofd hoog; oogen grijs; neus ordinair; mond klein; kin spits; haar blond; wenkbraauwen id; merkbare teekenen geene; handteekening Gt.Lasonder.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Gerrit Lasonder | ||||||||||||||||||
1827 | ||||||||||||||||||
Helena Zeggelink | ||||||||||||||||||