Getuigen bij de geboorteaangifte van Adriaan Knape waren Andrias Simon Burgerhout, oud 48 jaar, klerk ter secretarie en Jacobus van Eijsden, oud 63 jaar, gemeentebode, beiden wonende te Brielle.
Adriaan is geboren ten huize van zijn ouders in het Zuideinde, wijk 1, nummer55.
Tijdstip: 13:00
Nieuwestraat is Heijplaatstraat geworden. Het huisnummer is later veranderd in 4.
Adriaan en Aleida zijn begraven op de Oude Algemene Begraafplaats aan de G.J. van den Boogerdweg te Brielle.
Hij is getrouwd met Aleida Lötgerink.
Toestemming voor het huwelijk is 16 augustus 1912 verkregen te Enschede, Overijssel, Nederland.Bron 5
Zij zijn getrouwd op 30 augustus 1912 te Enschede, Overijssel, Nederland, hij was toen 28 jaar oud.Bron 6Adriaan was niet zelf naar Enschede gekomen voor de ondertrouw. Hij gaf Aleida een brief mee, met de volgende inhoud:
De ondergeteekende Adriaan Knape, oud acht en twintig jaren, werktuigkundig ingenieur, wonende te Rotterdam, geeft bij deze kennis aan den Heer Ambtenaar van den Burgerlijken Stand der gemeente Enschede, dat hij een huwelijk wenscht aan te gaan met Aleida Lotgerink, oud een en twintig jaren, zonder beroep, wonende te Enschede.
Rotterdam, den derden Augustus negentienhonderdtwaalf,
(get.) A.Knape
Aleida had ouderlijke toestemmng nodig, maar haar vader was onvindbaar. Dus kwam de kantonrechter er aan te pas:
Wij Meester Frederic Johan Godfried van Tricht, Kantonrechter te Enschede, bijgestaan door den griffier.
Gezien een verzoek aan Ons ingediend door Aleida Rottgerink, zonder beroep, wonende te Enschede, strekkende wegens haar voorgenomen huwelijk met Adriaan Knape, ingenieur, wonende te Rotterdam, tot erlanging van verleening van Onze tusschenkomst tot dat huwelijk wegens het niet kunnen bekomen van de toestemming van haar vader;
Gelet op het geboorte-extract verzoekster betreffende, waaruit voortvloeit, dat deze den leeftijd van dertig jaren nog niet heeft bereikt, hoewel zij meerderjarig is;
Gezien het door ons op dat verzoekschrift gesteld appointement, bevelende de oproeping van de ouders van verzoekster, waarvan het registratierelaas luidt: "Geregistreerd te Enschede den derden Augustus 1900 twaalf deel 44 folio 56 verso vak 7 een blad een renvooi, Ontvangen voor recht een gulden twintig cent f 1,20. De Ontvanger (get.) vDedem."
Gezien het exploit van oproeping van de ouders van verzoekster tegen de terechtziting van heden, welks registratierelaas luidt: "Geregistreerd te Enschede den negenden Augustus 1900 twaalf deel 49 folio 65, recto vak 3, 2 baden geen renvooi, Ontvangen voor recht een gulden twintig cent f.1,20. De Ontvanger (get.) v
Dedem."
Overwegende, dat ter terechtzitting van heden voor Ons wel de verzoekster, maar niet de ouders zijn verschenen;
Gezien de artikelen 99, 100 en 101 van het Burgerlijke Wetboek;
Verleenen akte van niet-verschijning der ouders van verzoekster;
Gedaan te Enschede op den vijftienden Augustus 1900 twaalf en door Ons met den griffier geteekend.
(was get.) F.J.G.van Tricht, J.H.Heerspink griffier.
Het voorgenomen huwelijk van Adriaan Knape en Aleida Lottgerink werd afgekondigd in Enschede en Rotterdam op 18 en 25 augustus 1912. Adriaan woonde in Rotterdam
De ouders van de bruidegom, wonende te Brielle, waren aanwezig en gaven hun toestemming.
Getuigen waren Leendert Pieter van den Blink.oud 55 jaar, notaris, wonende te Brielle, oom van de bruidegom, Johan Wagener, oud 49 jaar, schilder, oom van de bruid, Jan Engelbert Wagener, oud 45 jaar, assuradeur, beiden wonende te Enschede en Jacob Knape, oud 30 jaar, commies bij de posterijen en telegrafie, broer van de bruidegom, wonende te Rotterdam.
Een levensbeschrijving van Ir. Adriaan Knape is te vinden in het boek "Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld", gepubliceerd op internet:
"Knape, Ir. Adriaan. Werktuigkundig Ingenieur; Directeur van de Rott. Droogdok Mij., wnd. dir. en comm. van de Scheepsbouw Mij. "Nieuwe Waterweg", wnd. dir. en comm. van de Bouw mij. "Heyplaat". -- Geb. 27 September 1883 te Brielle. --Ouders Teunis Knape, landeigenaar en Adriana Cornelia van Dis. --Geh. op 30 Aug. 1912 met Aleida Lottgerink, geb. 14 Febr. 1891 te Epe. -- Kinderen: Adriana Cornelia, geb. 5 Aug. 1913; Bertha Johanna, geb. 23 Nov. 1917; Hendrika Margaretha, geb. 8 Febr. 1921, en Aleida Adriana, geb. 21 Dec. 1926. --K. bezocht de lagere school te Brielle, vervolgens het Instituut De Graaff en de hoogste klassen der H.B.S. aan het Bleyenburg te 's-Gravenhage. in 1903 werd hij ingeschreven als werkt. student aan de Polyt. School te Delft. In 1908 behaalde hij aan die inmiddels T.H. geworden ondewijsinstelling het diploma van werkt. ing. met het praedicaat "met lof". --Het jaar 1908 was voor de industrie een depressieperiode en zelfs voor werklustige en energieke jongelui was het in Holland moeilijk werk te vinden. Om niet tijdens zijn pogingen een practische technische werkkring machtig te worden, tot nietsdoen gedoemd te zijn, vond K. Prof. Dykshoorn bereid hem als ass. in diens constructie- en studiebureau "zonder bezwaar van 's lands schatkist" aan te stellen. --Begin 1909 vond hij een betrekking aan de Enschedesche Machinefabriek, een kleine fabriek met ± 80 werklieden, waar hij als chef-construceur, tevens werkplaatshef, den grondslag legde voor zijn practische kennis van de alg. machine- en motorbouw.
Drie jaar later kwam er een aanmerkelijke opleving in de industrie en er ontstond ruimere mogelijkheid een meer omvattende werkkring te verkrijgen; K. meende te moeten uitzien naar een groter bedrijf, waar meer ervaring kon worden opgedaan. In 1911 kreeg hij de keus tussen een betrekking als bedrijfsingenieur aan de Rotterdamsche Droogdok Mij. en een dito aan een ander grootbedijf. --Als student had hij eerstgen. Mij. meermalen bezocht en daarvoor vorliefde gekregen. Zo volgde in 1911 zijn benoeming als bedrijsingenieur aan de R.D.M., eerst als assistent van de Eng. hoofding. James Crighton, daarna van diens opvolger D.C.Endert Jr. De plotselinge overgang van een landbedrijf naar dit int. scheepsbedrijf bracht eigenaardige moeilijkheden mede en een uitermate inspannend periode met lange werktijden ving aan. In 1914 brak de oorlog uit; de vooruitzichten voor de scheepswerven, welke door gebrek aan materiaal, slechts met geringe capaciteit konden doorwerken, waren slecht. In Juli 1916 kreeg K. een aanbieding om de technische leiding van de IJzergieterij en Machinefabriek Nering Bögel te Deventer op zich te nemen. Tot eind 1918 is hij met groot financieel succes voor dit toen bloeiende bedrijf werkzaam geweest.--In 1918 overleed de toenmalige Dir. van de Rott. Droogd. Mij., M.G. de Gelder, en zijn vroegere chef, inmiddels tot directeur benoemd, verzocht K. terug te komen als hoofdingenieur. Hoe zeer het hem speet, het toen bloeiende bedrijf in Deventer te moeten verlaten, toch keerde hij naar zijn vroegere werkkring terug. --Voor de R.D.M. volgde een periode van grote opbloei en snel volgden zijn promoties in dit grootbedrijf. Op 1 Jan. 1919 als hoofding. Werktuigbouw bij de R.D.M. teruggekeerd werd hem per 23 Dec. 1920 coll. procuratie en per 28 April 1923 alg. proc. verleend. Na de overneming door de R.D.M. van de "Nieuwe Waterweg", werd hij per 31 Mrt. 1925 benoemd tot directeur van die Mij., welke onder zijn leiding volledig gereorganiseerd moest worden. Per 25 April 1925 volgde zijn benoeming tot onderdirecteur van de R.D.M. Na het overlijden van A.F.J. Dijkgraaf, werd hij op 9 Juli 1932 benoemd tot mede-directeur van de R.D.M. Na deze benoeming heeft K. het directeurschap van de "Nieuwe Waterweg" neergelegd en is tot wnd. Ged. Comm. van die Maatschappij benoemd. Verder is hij lid van het Hoofdbureau van de Metaalbond, lid van het Normalisatiebureau, van de bedrijfsver. voor Ziekengeldverzekering voor de Metaalindustrie, bestuurslid van de Mij. voor Nijverheid en Handel, dept. Rotterdam, en de ver. van Technici te Rotterdam, curator van het Rott. Lyceum, lid van de Raad van Advies van het Scheepsbouwk. Proefstation te Wageningen. K. is officier in de orde van Oranje-Nasau. --Talloze reizen zijn door hem gemaakt, voor het verkrijgen van reparatie- en nieuwbouwopdrachten naar vrijwel alle grote zeehavens in Europa, alsook vele reizen naar de grote industrie-centra in Groot Brittannië en het continent voor het bestuderen van arbeidsmethoden en machines.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Adriaan Knape | ||||||||||
1912 | ||||||||||
Aleida Lötgerink | ||||||||||