Getuigen bij de geboorteaangifte van Marinus Hobers waren Jan Boesjes, oud 60 jaar, kastelein en Martinus Koopman, oud 30 jaar, beiden wonende te Emmen.
Tijdstip: 04:30
Marinus is overleden in het verpleeghuis "De Blerick" in Emmen , waar hij 4 jaar verbleef.
Hij is getrouwd met Grietje Slomp.
Zij zijn getrouwd op 23 maart 1929 te Emmen, Drente, Nederland, hij was toen 23 jaar oud.Bron 3
Getuigen bij het huwelijk van Marinus Hobers en Grietje Slomp waren Lammert van der Heide, oud 35 jaar, concierge en Johan Jacobus Kiefte, oud 28 jaar, adjunct commies, beiden wonende te Emmen.
De moeder van de bruidegom verklaarde geen schrijven te hebben geleerd.
Kind(eren):
Marinus was achtereenvolgens: Veenarbeider, boerenknecht, ijzervlechter, doorsmeerbaas bij Danlon.
Geloof: Christelijk Gereformeerd.
Woonachtig:
van 30 maart 1905 in Plaggenhut nr. 33a Wijk GB, Nieuw-Amsterdam.
tot en met 1929 in Dikke Wijk, Nieuw-Amsterdam.
van 1929 in Verlengde Vaart ZZ 2, Erica. (gemeente Emmen).
van 22 september 1954 tot 24 januari 1957 in Vaart ZZ 140, Nieuw-Amsterdam (gemeente Emmen).]
van 24 januari 1957 tot 8 mei 1961 in Sluitersveldsingel 45 2b, Almelo.
vanaf 8 mei 1961 in Heidebloemstraat 22, Erica (gemeente Emmen).
Uit het huwelijk van Marinus met Grietje Slomp werden acht kinderen geboren; de eerste twee jongens zijn vrijwel direct overleden ten gevolge van de Spaanse griep.
Marinus begon als veenarbeider, later werd hij boerenknecht, vervolgens gediplomeerd ijzervlechter en daarna weer boerenknecht. Na drie jaar bij de gebroeders Rabbers te hebben gewerkt en gewoond, trok het voltallige gezin 10 maart 1957 naar Twente om daar met bijna het hele gezin bij de stoomspinnerij Twente te gaan werken. Na zes jaar Almelo keert het gezin terug naar Erica. Marinus gaat dan aan het werk als doorsmeerbaas van machines op de kousenfabriek de Danlon.
Dochter Geertje heeft nog verhalen over een bombardement vlak voor de bevrijding, waarbij Marinus gewond raakt en een verhaal over het slachten van een varken.
Beschrijving van de plaggenhut van Jan Hobers en Egbertje Entjes
De plaggenhut nr.33a waarin Jan Hobers en Egbertje Entjes woonden is nauwkeurig te reconstrueren.(met dank aan Wim Visscher en het Gemeente Archief Emmen ,doos 50). De exacte locatie van de hut is niet bekend.
Situatie omstreeks 1908 :
In de hut nr. 33a (wijk GB, Nieuw-Amsterdam) wonen 4 volwassenen en 3 kinderen. Jan huurt de keet , hij is "geen eigenaar". Zijn broers Albert en Jurrie zijn wel eigenaar van hun plaggenhut. De keet kent slechts 1 vertrek. Dit vertrek heeft een hoogte van 2.35 meter, een inhoud van 57.080 kubieke meter (wat veel is in vergelijking met de omringende keten). Het aantal kubieke meters luchtruimte is gemiddeld gelijk aan andere keten: 10. In de plaggenhut zitten 2 ramen van 1.56 m2 ,die niet open kunnen. De vloer is van hout en heeft een oppervlakte van 16.31 vierkante meter. Bij andere keten is de vloer soms van steen of leem. De ambtenaar heeft keurig berekend dat dit 3 vierkante meter per persoon is. Als privaat ( wc) wordt "een ton" genoemd. Buurman E. Luchies heeft geen ton , maar een "kuil ". Er zijn 3 slaapplaatsen in 1 vertrek: "Hoeveel personen daar slapen is 7". Er is een afvoer naar buiten voor afval water "sloot". Het gezin haalt het drinkwater uit een put. "Kleur, smaak en bruikbaarheid van het water is goed". Het onderhoud aan de hut is "goed". Ook met de "zindelijkheid" van het gezin is het goed gesteld,waar buurman K.Lok met "matig" en buurman K.Spiegelaar zelfs met "onzindelijk" aangeduid wordt. De muur is van steen met de aantekening: "deels een zodenmuur". Andere keten hebben soms een turfmuur. Het dak is "pannen". In de omgeving vind je nog geregeld "stro of plaggen".
(bron: Wim Hobers)
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Marinus Hobers | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
1929 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Grietje Slomp | |||||||||||||||||||||||||||||||||||