In het doopboek vermeld als:
08.07.1708 Tonnis Hartgerink binnen Lochem sijn soon HENRIK JAN.
de vader selfs gehouwden.
Enige voorzichtigheid is hier wel geboden, gezien de aantekening voor in het doopboek over de jaren 1717-1723:
Anno 1721, den 24 Junij
De E. Kerkenraat van Lochem bevonden hebbende in 't visiteren van de
Aentekeninge der gedoopte kinderen in de kerkenboeken, dat verscheijden
abuijsen, geduijrende de swackheijt van Dominus de Roij waren ingeslopen,
heeft goet gedacht nevens Dominus Schimmelpennink de Heer Secretaris
Thomasson en Henrick Jan Raat beijde broederen Diaconen te commiteren om
sodane abuisen (soo veel mogelijk) te redresseren en wederom in goede ordre te
brengen, op dat sulkx allesints diene ten fine als behoort, nemende dit redres
sijne aenvank met het eijndigen van het voorige doopboek gedateert den 28
Meij 1717.
(Ds. O. de Roy was predikant te Lochem van 1699-1722.)
Op heden den dertienden februarij des Jaars Achttienhonderd negentien aan ons Mr. Johan Hermanus Thomasson, vrederegter van het Kanton Lochem, Kwartier Zutphen, Provincie Gelderland, door Hendrik Reinder Hanink, opziener der Jagt, woonagtig te Geesteren in het Kanton Borculo, te kennen gegeven zijnde, dat, bij gebrek van de nodige aantekeningen in de registers van overlijden, in de onmogelijkheid verkeerd, het vereischte bewijs van overlijden van derzelver ouders en grootouders, zoo, van vaders als moeders zijde, te kunnen produceeren.
Waarom denzelven, op dato als boven, voor ons heeft doen Compareeren, de vier hierna genoemde getuigen, als Arend Hogeweg, wever, Harmen Dieperink, koopman, Hendrik Vorking, kleermaker en Albert van de Riet, bakker, respective te Lochem woonachtig, welke alle te zamen en ieder afzonderlijk aan ons hebben verklaard zeer wel te weten, dat, de ouders en Groot-ouders zo van vaders als moeders zijde van den genoemden Hendrik Reinder Hanink zijn overleden.
Wij hebben hiervan dit procesverbaal geformeert, het geen na voorlezinge, ten dage en Jaar als boven door de genoemde getuigen neffens ons en onzen Griffier is ondertekend.
De minute dezes was behoorlijk getekend.
(1) Hij is getrouwd met Johanna Roordink.
Zij zijn getrouwd
In trouwboek staat:Ze zijn in de kerk getrouwd op 25 maart 1734 te Vorden, Gelderland, Nederland.Bron 2
25.03.1734 Henderik Hartgering, j.m., Z. van wijlen Teunis Hartgering, tans wonende te
Goor, en Janna Roordink, wede. van wijlen Joost Berendsen onder Wildenborg; hier getrouwt.
Kind(eren):
(2) Hij is getrouwd met Maria Gerritsen Addink.
Toestemming voor het huwelijk is 17 juli 1751 verkregen te Warnsveld, Gelderland, Nederland.Bron 3
Zij zijn getrouwdIn trouwboek Vorden:Ze zijn in de kerk getrouwd op 8 augustus 1751 te Vorden, Gelderland, Nederland.Bron 2
Hendrik Hartgerink, weduwnaar en Maria Gerretsen Addink; de bruidegom van onder Vorden, de bruid van Warnsveld. Op att. van Warnsveld hier getrouwt.
In trouwboek Warnsveld:
Hendrik Hartgerink, weduwnaar van Janna Rodinks onder Vorden en Maria Gerritsen Addink, j.d. woonende alhier.Met attest. na Vorden. Getrouwt te Vorden.
Kind(eren):
fol. 205vº contract van alimentatie: Maria Addink, wed. van w. Hendrik Hartgerink, en haar
jongste zoon Jan Willem Hartgerink en zijn h.v. Roelofje Zoerink, 18 April 1785
Aan de Weled. Gestr. Heer Mr.
P. G. Pleijsier in qualiteit als
Stadholder van 't Scholtampt
Zutphen.
MijnHeer
Geven met behoorlijk respect te kennen Jacob Roordink en Jan Mellink in qter als aangestelde en geconfirmeerde Mombaren aan de Persoon van Teuntje Hartgerink, minderjarige Dogter van Hendrik Hartgerink en wijlen zijn Huisvrouw Johanna Roordink hoe dat gez. Hendrik Hartgerink zig gedenkende te vaan des zaten heeft opgerigt gehad behoorlijken Staat en Inventaris van den Boedel en nalatenschap van hem en zijn overledene Vrouw, en dezelve op den 21 Julij 1751 aan dezen WelEd. Scholten Gera overgegeven als Sub A.
Dat zig daarbij komt te bevinden,dat na aftrek van des Boedels vowraat voor het onmundige zuiver komt over te schieten de Sa van 455=3=8.
Dat Suppltn ter gevolge van dien Inventaris met haar pupils vader hebben opgerigt behoorlijke Erfmagescheidinge op approbatie van dezen WelEd. Scholten Gere,
Dat daarbij bedongen is dat hares onmundigen vader zal behouden alle de gerede en ongerede Goederen dezes Boedels, en daarom tegens lasten en alle schulden breder op den Inventaris vermelt.
Dat daar en tegen aan Supptes pupil in plaats va 455 gln. 3 st. 8 pen. zoude uitkeren vijfhondert guldens, alsmede en Bedde, twe dekens met zijn toebehoren, of 50 glns aan geld daarvoor en dus een meerdere somma als eigenlijk hetzelve uit hoofde van dien Inventaris en daar bij gedane regtmatige taxatie der goederen zoude Competeren als Sub B.
Dat dus hier uit blijkt dat Supplts onmundige, hier bij in geenen deele benadeelt maar ter Cantrail merkelijk bevoordeelt is zo en als Suppten zulx bij dezen voor alsnog zijn verklarende.
En vermits dit magescheid ten respecte van het ongerede na LandR. dezer Graafschap voor zo verre Suppten. onmundige is Concernerende en de zelve voor een 1/8 part tot de ongerede goederen op den Inventaris bedagtigt is, niet kan bestaan anders als met Consent en Decreet van deze WelEd. Scholten ger.
Zo verzoeken Supplten bij dezen dat dit WelEd. Gerigte glten magescheid pro ulse Jaal, met decreet an onpartijdige Regtsgelenden wil gelieven te approberen.
'T welk doende
onderstond pro Stijls
Was get. R. J. Staring.
Bij een WelEd. Scholten Gere van Zutphen gezien, gelezen en geexamineert zijnde tegenstaande Regte met de documenten Sub A en B daar bij geappliceert, en de onder anderen special mede gelettert, niet alleen op de positie en praesentatie ter Regte gedaan waar zo wel als bij het maagscheid Sub B. De vader aan deszelfs minderjarige dogter Teuntjen Hartgerink in plaats van die ter Inventaris Sub A. uitgetrokken Som van 455 glns. 3 st. 8 pen. heeft aangenomen uit te keren een somma van vijfhondert glns boven en behalven een Bedde et zijn toebehoren of anders in plaats van dien 50 glns., en zulx in voldoeninge van de portie haar in 's moeders goed Competerende maar ook op zekere praeliminere afgoedinge tussen opg[emel]ten Hendrik Hartgerink als weduwenaar, en Boedelhouder van wijlen sijn vrouw Johanna Roedink, voorts als vader en wettige voogd van sijn onmundige Dogter Teuntjen Hartgerink voornd ter eenre en de drie minderjarige kinderen van wijlen g[eme]lte zijn vrouw bij haar eertste man Hendk Markerink verwekt ter andere zijde gen 4. Maij laastl. opgerigt, en tenzelve dage ten protocolle dezes Scholtampts geregistreert, en waarbij aan dezelve alleen voor 's moeders goed is toegelegt voor hare 3/4 portien eensomma van 935 glns. en drie ve...ninden, als de onmundige Teuntjen Hartgerink als bij 't magescheid is versproken.
............... Scholtengerigte met assutensetie van onpartijdige Regtsgelen dan heeft gelibelleerde magescheid van den 23 Julij Jongstleden Sub B vor zo verre de onmundigen concerneert pro ute Jaceti, geaspprobeert gelijk approbeert bijeen bragt dezes, ordonnerende niet te min te gelijk aan Jacob Roordink en Jan Mellink als voogden over de onmundige Teuntjen Hartgerink, dat zullen hebben zorge te dragen ten einde, dit geadjudic
Hendrik Hartgerink | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) 1734 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Johanna Roordink | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) 1751 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Maria Gerritsen Addink | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||