Zoeaven
Zoeaven waren vrijwilligers in het pauselijk leger in de jaren 1867-1870.
Zij verdedigden de kerkelijke staat in Italië. Het pauselijk gebied werd bedreigd door naburige koninkrijkjes, waarvan de bestuurders er op uit waren om van Italië een groot koninkrijk te maken. Paus Pius IX zag dat niet zitten en riep katholieke jongemannen over de hele wereld op om zijn gebied te komen verdedigen. In Nederland meldden zich ruim drieduizend jongens aan.
Ook Mathijs van Megen en Peter Vilier uit de parochie Herveld waren daarbij.
Zij droegen een soort Turks uniform, de oorspronkelijke kledij van de Franse Infanteriesoldaten uit Zouavië. Het bestond uit een grauwe pofbroek, een vest en een geborduurd jasje. Op het hoofd droegen ze een kolbak met het pauselijk embleem. Ze kregen een twee meter lang geweer met bajonet.
Ze werden ingeschreven in Oudenbosch en hierbij werd een feuille d'enrôlement opgemaakt. Dit is een in het Frans opgesteld contract, waarin de verbintenis voor twee jaren werd aangegaan. Van de familie Gerritsen kreeg ik een kopie van zo'n formulier, ondertekend door hun grootvader, Mathijs van Megen.
Via Oudenbosch, Antwerpen, Parijs gingen de zoeaven met de trein naar Marseille en vandaar per schip naar Italië. Er zijn in de loop van de tijd veel verhalen geschreven in kranten en historische tijdschriften, verteld door oud-zoeaven. Het is boeiend te lezen wat zij zoal op die reis en in Rome hebben meegemaakt. Helaas had de verdediging van Rome uiteindelijk niet het gewenste effect. Toen de Fransen zich hadden teruggetrokken uit de strijd en de vijand een bres sloeg in de verdedigingsmuur van de stad besloot de paus de witte vlag te hijsen op de koepel van de Sint Pieter. Hij voelde zich vanaf dat moment de gevangene van de Italiaanse staat en pas in 1929 werd Vaticaanstad als soevereine staat erkend.
Jan Everdij
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Peter Vilier | ||||||||||||||||||