In 1795 fungeerde hij als ontvanger van de gemene middelen te Roosendaal en bij zijn dood bleek hij pachter van de impost op de bieren en wijnen te zijn geweest. Pas in 1816 werd zijn omvangrijke nalatenschap, bestaande uit landerijen en huizen onder Roosendaal en Zegge voor eenwaarde van f 33.500,- plus oblogaties ter waarde van f 9.200,- verdeeld onder de kleinkinderen van zijn zus Maria Anna Hartogh.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Cornelius Hartogh | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.