akte 11/1885
akte 66/1925
Oorzaak: Zelfdoding door ophanging
Hij is getrouwd met Dimphena van Turnhout.
Zij zijn getrouwd in het jaar 1918 te Wouw, Noord Brabant, Nederland, hij was toen 32 jaar oud.
Kind(eren):
Proces-verbaal 1907 : Op 1 september 1907 krijgt Mathijs ruzie met de gebroeders Cornelis en Antonius van Aart. Cornelis had al eerder ruzie gehad met zijn broer Gerardus. Mathijs beslecht die doorCornelis van Aart met een mes in zijn arm te steken. Uitspraak van de rechter : 14 dagen hechtenis. Naar aanleiding van dit proces wordt er bij de burgemeester van Wouw informatie over Mathijs gevraagd. De burgemeester schrijft dan dat Mathijs, voorzover hem bekend, steeds van goed zedelijk gedrag is geweest.
Het gezin van Matthijs Schuurbiers : Het verhaal over het gezin van Matthijs Schuurbiers is een droevig verhaal. Het begint in de jaren 20. Het gezin woont in de Nieuwstraat 42 te Wouw. Thijs Schuurbiers en Dientje van Turnhout hebben in 1925 zes kinderen : 1. Leen (11 jaar), 2. Mari11 jaar), 3. Sjaak (8 jaar), 4. Geert (6 jaar), 5. Nelly (2,5 jaar) en 6. Jantje (1,5 jaar). Na de geboorte van Jantje is Dientje ziek geworden. Ze lijdt waarschijnlijk aan wat we nu noemen postnatale depressie. Ze kan daardoor niet meer voor haar kinderen, man en het vee zorgen. Haar man heeft naar men zegt vaak hulp gevraagd aan het gemeentebestuur, maar krijgt deze niet. Volgens zeggen heeft Thijs in die tijd gezegd :
Binnenkort zullen jullie wel moeten helpen.' Wat hij hiermee bedoelt wordt op 5 december 1925 duidelijk. Hij maakt dan een eind aan zijn leven door zichzelf te verhangen in het schuurtje van boer Elst waar hij werkt. Thijs wordt, zoals toendertijd gebruikelijk is, begraven in ongewijde aarde. Het verzoek van pastoor Wors aan de toenmalige bisschop van Breda, om dispensatie te verlenen vanwege de trieste omstandigheden wordt afgewezen. “Het zijn nu eenmaal slechte tijden”,wordt er in de brief geschreven, die terugkwam. De wanhoopsdaad heeft wel de hulpverlening op gang gebracht. Dientje wordt overgebracht naar het psychiatrisch ziekenhuis Voorburg in Vught. Ze zal er tien jaar blijven In die tijd was de regel 'eenmaal gek altijd gek'. Van de meisjes en Jantje iskend dat zij op 17 december 1925 naar het Sint-Jozefklooster in Venray (LB) zijn vervoerd. De kosten vanvervoer worden voorgeschoten door burgemeester P. Goosen, die ook voorzitter van het Armenbestuur is. De broers Leen, Sjaak en Geert worden int RK Weeshuis in Huijbergen geplaatst. De eerste rekeningen dateren van 9 december 1925. Ze blijven er tot ze veertien jaar zijn. Daarna wordt er voor hen werk gezocht. Leen, een mager manneke, wordt schilder bij Koopman in Bergen op Zoom. Sjaak kt bij Geert Doggen werken : op de boerderij en in de akker. Geert, de jongste, gaat werken bij Dekkers in de Wouwsche Plantage. Als de jongens vrij zijn vinden ze een gastvrij huis bij tante Leen, een zus van Dientje. Het is tante Leen die in 1935, toen Leen 21 jaar werd, zorgt dat haar zuster Dien eindelijk eens op vakantie mag komen. In die vakantie bewerkt tante Leen alle instanties om te zorgen dat de familie Schuurbiers weer herenigd kan worden. Ze krijgtt inderdaad voor elkaar. Dientje krijgt een woning toegewezen in de Roosendaalsestraat en trekt er met haar drie zoons in. Daarna haalt Dientje Nelly op uit Venray. Twee kinderen zijn inmiddels in de afgelopen tien jaar gestorven. Jantje overlijdtn de eerste maand in Venray. Hoe is niet zeker. Er wordt gesproken over een val van de trap. Er is wel een rekening van het burgerlijk bestuur uit 1926 die vermeldt dat er voor Jantjes medische verzorging fl 23,70 is berekend. Voor zijn begrafenisdoodskist en een lijkkleed is dat fl 11,80. Maria verlaat op 17-jarige leeftijd Venray en is dan al vaak ziek. Ze gaat als dienstbode werken voor meester Coremans in de Wouwse Plantage. Na ruim twee jaar wordt ze weer ziek en ligt ongeveer een maann het ziekenhuis te Roosendaal (Charitas). Zij sterft daarop 18 november 1933 aan de tering, zo noemde men toen tbc. (In het bidprentje wordt als plaats van overlijden Bergen op Zoom genoemd) Nelly heeft het, volgens eigen zeggen, altijd goed gehad in Venray. De zusters waren lief en in materieel opzicht heeft ze het altijd beter gehad dan anderen van haar leeftijd. Het is de tijd van de crisisjaren. Nadat er in het klooster een brandgeweest, komen er moderne slaapzalen met zeil op de vloer. Tevens worden er moderne douches gemaakt. Eén keer in de week mogen ze douchen. Voor de winter mogenze een 'nieuwe' jas uitzoeken op de zolder van het klooster. Nelly vindt dat wel leuk dat gepas. Huishoudelijke taken worden ook zoveel mogelijk verdeeld (zoals aardappelen schillen). In het kloosterheeft Nelly het altijd wel naar haar zin tussen al die mensen. Het is dan ook een hele verandering als op 27 oktober 1935 Nelly doorr moeder wordt opgehaald om mee naar huis te gaan. Thuis is het stil, ze mist 'de grote hoop'. Nelly over moeder Dientje : In het psychiatrisch ziekenhuis heeft moeder het, naar eigen zeggen, volgehouden door te bidden en door hard te werken. Ze blijft er op vertrouwen dat ze er eens uit zal komen. Als ze er, na tien jaar, in 1935 eindelijk uitkomt moet ze nog hard werken. Weduwen krijgen in die tijd nog geen uitkering en ze moet dus zelf de kost verdienen. Moeder is flink en gaat werken als schoonmaakster op het gemeentehuis en bij Café Cops. In de Roosendaalsestraat hebben ze niet lang gewoond want er kan geen vee gehouden worden. Het gezin verhuist naar de Bergsebaan en later naar het Zuidend. Moeder gaat werken bij boer Schillemans op het land en in het huis. Verder werkt ze ook bije directeur van de melkfabriek en bij familie de Kok (nu Staalhandel de Kok). Moeder staat nu nog bekend om haar harde werken. In de Tweede Wereldoorlog woont het gezin al op het Zuidend. Omdat het huis door de oorlogshandelingen nogal beschadigddt, moeten ze in een schuilkelder wonen (er zijn dan al drie kleinkinderen). Na de oorlog verhuist moeder naar de Doelhof. Dit zijn noodwoningen die na de oorlog zijn gebouwd. Als deze worden afgebroken verhuist ze met zoon Geert naar de Kloosterstraat, waar ze tot haar dood blijft wonen. Geert is na de oorlog nog als vrijwilliger naar Indonesië (toen Indië) geweest. Als hij terug komt trekt hij weer bijz’n moeder in en gaat nooit meer weg. Geert is nooit getrouwd geweest. Leen gaat half nover met zijn gezin naar Bergen op Zoom. Sjaak knapt het huis aan het Zuidend op en trek er met zijn gezinin. Het huis aan het Zuidend verdwijnt begin jaren zeventig door de aanleg van de A58. Nelly trouwt met Pierre van Zundert. Pierre vertrekt als orlogsvrijwilliger naar Schotland. Tot haar man terug thuis komt blijft Nelly bij haar moeder thuis wonen. Als haar man in juli terug komt uit dienst verhuist ze naar Roosendaal.
Bron : Levensverhaal verteld door Nelly Schuurbiers aan hetblad van de Heemkundige Kring van Wouw en bewerkt door Nancy Schuurbiers.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Matthijs Schuurbiers | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1918 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Dimphena van Turnhout | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Toegevoegd door een Smart Match te bevestigen
Stambomen op MyHeritage
Familiesite: Van Turnhout Web Site
Familiestamboom: 199233001-1