Getuige : zijn grootvader Justinus de Beyer.
In 1794 nam hij deel aan de Veldtocht tegen de Fransen. Hij werd Heer van het voormalige heerlijk leengoed en hoofdleen "het Hof Ter Moer" gelegen in het land van Cadsant onder Zuidzande, bestaande uit het froncier in 30 gemeten, 266 roeden land, of te wel : 13 hectaren, 61 roeden en 40 ellen gtoot. Dit had hij gekregen bij prelegaat van wijlen Jkvr. E.G. de Casembroot. Hij stierf in 1842 ongehuwd als rentenier. Hij werdt in 1834 voogt over de kinderen van zijn overleden broer Philip. Gezien de huwelijksresultaten bij deze kinderen, heeft hij zich uitstekend van deze taak gekweten. Zijn erfgenamen waren deze kinderen van Philips de Beyer : Justinus, Anna en Alida. De erfenis bestond uit : Hof te Moer : Hfl 7.800,- Het Galgenveld, het Nijveld en Bossenberg onder Hatert : 1.354,- Vlaardingerwoudse tienden in Holland : 4.244,- op het eiland Goederede : 261,5 -------- plus roerend goed Totaal :fl 95.082,24 In het archief een brief van hem aan Adriaan de Beyer, Commissiebrief van de Prins van Oranje voor Justinus als Luitenant in de Hollandse Gardes (1792) en diverse andere brieven.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.