Overleden in een huis staande aan het eiland in Zwolle.
Tijdstip: 20:00:00
Hij is getrouwd met Evergrada Johanna Steenman.
Zij zijn getrouwd op 28 november 1867 te Zwolle.Bron 3
Huwelijksakte:
Op heden den achtentwintigsten november des jaars 1867, verschenen voor ons Antonius Johannes ambtenaar van den burgelijken stand der gemeente Zwolle, in het openbaar gemeentehuis: Johannes Pouwel Daenen, geboren te Beuningen, oud eenendertig jaren, arbeider, wonende te Zwolle, meerderjarige zoon van Pouwel Daenen en Anna Weijers
beiden overleden en Evergrada Johanna Steeman, geboren te Deventer oud vierentwintig jaar, zonder beroep, wonend te Zwolle, meerderjarige dochter van Reinirus Steeman, overleden, en van Maria Aleida Reimerink, zonder beroep, wonende te Hattem, alhier tegenwoordig, toestemmende in dit huwelijk en verklarende dat ofschoon hier voornoemde echtgenoot in zijne overlijdensakte als Reinder Steeman staat vermeld, dat door die verschillende namen evenwel dezelfde persoon wordt bedoelt, die ons verzochten, om tot de voltrekking van hun voorgenomen huwelijk over te gaan, waarvan de openbare afkondigingen zijn gedaan voor de deur van het gemeentehuis alhier, op zondag den zeventienden november en zondag den vierentwintigsten november 1867, den voormiddags ten elfde ure.
Geene stuiting van dit huwelijk bij ons bekend zijnde, zoo hebben wij, nadat de aanstaande echtgenooten hadden verklaard dat zij elkander aannemen tot echtgenooten en getrouwelijk al de pligten zullen vervullen, welke door de wet aan den huwelijken staat verbonden zijn, in naam der wet verklaard, dat Johannes Pouwel Daenen en Johanna Evergrada Steeman door het huwelijk zijn vereenigd.
Hierna worden de getuigen genoemd en tekenen de aanwezige betrokkenen.
Kind(eren):
Van de zoons van Johannes Pouwel staat op verschillende aktes vermeld dat zij sigarenmaker zijn. Het is mogelijk dat Johannes Pouwel hun hier mee bekend heeft gemaakt.
De sigaar in Nederland
Van oudsher was Amsterdam één van de belangrijkste tabaksmarkten, terwijl ook de handel in Rotterdam zich reeds vroeg ontwikkelde. Al in het begin van de 17e eeuw werd in beide steden tabak aangevoerd, voornamelijk uit Noord-Amerika. De bloeiperiode duurde tot in het midden van de 18e eeuw, om daarna geleidelijk achteruit te gaan en rond 1800 zelfs geheel te verdwijnen. Dit laatste werd veroorzaakt door het ontbreken van tabaksaanvoer gedurende de Franse overheersing.
Na de Franse tijd begonnen de Duitse steden Bremen en Hamburg meer en meer de plaats van Amsterdam en Rotterdam als internationale tabaksmarkten in te nemen. Omstreeks 1850 werd in Amsterdam echter voor de eerste keer tabak uit Java aangevoerd. Toen in 1864 bovendien ook nog Sumatra-tabak op de markt kwam, maakte de Amsterdamse tabaks-markt wederom een sterk positieve ontwikkeling door. Zo bedroeg de omzet van alleen tabak uit Sumatra in 1873 al F 2,5 miljoen. Deze gunstige ontwikkeling duurde voort tot 1940, toen door de Duitse inval eenzelfde situatie ontstond als tijdens de Franse overheersing.
Tot dusver was, met uitzondering van het pruimen en het snuiven, de pijp steeds het middel tot het genieten van tabak geweest. Tegen het einde van de 18e eeuw kwam het roken van sigaren echter via Spanje ook in andere Europese landen in zwang. Zo rond 1800 deed de sigaar in geheel West-Europa zijn intrede, en werd het roken opeens zeer populair: de gehele samenleving in al haar geledingen deed eraan mee.
Andere staten namen de fabricage zelf ter hand, waardoor het product vaak vrij slecht van kwaliteit bleef. In Nederland deed men noch het een, noch het ander. Er werd wel belasting geheven, maar niet teveel. Bovendien liet men de fabricage over aan het particulier initiatief, waardoor een goed product ontstond dat qua prijs binnen ieders bereik viel. Gedurende vele jaren lag de sigarenconsumptie in Nederland dan ook ver boven de consumptie in andere landen.
Aanvankelijk waren het vooral de zogenaamde thuiswerkers die een groot aandeel in de productie hadden. Elke plaats van enige betekenis kende wel enige van deze 'huisvlijt-beoefenaars', die ook zelf het product aan de man trachtten te brengen. Langzamerhand maakte de techniek zich echter ook van het sigarenmaken meester en ontstonden sigarenfabrieken, zoals wij die ook nu nog kennen.
Handwerk: 1830 1920
Tot aan het einde van de Eerste Wereldoorlog werd de productie van sigaren vrijwel geheel handmatig uitgevoerd. Er bestonden wel enige eenvoudige machines, maar die werkten in het algemeen weinig doelmatig en verspilden meer tabak dan bij handarbeid gebruikelijk was. De lage loonkosten bevorderden een aanzet tot mechanisatie evenmin. Een van de eerste schreden op weg naar minder handwerk, was het gebruik van een houten persvorm bij het vormen van het bosje, zoals dat in de jaren tachtig van de vorige eeuw algemeen ingang vond. Het modelleren van het bosje hoefde hierdoor minder nauwgezet te gebeuren en kostte dus minder tijd. Bovendien kregen de bosjes een stevigere vorm, waardoor het opdekken vergemakkelijkt werd.
In eerste instantie vond de productie van sigaren volledig in fabrieken plaats, waardoor men toezicht kon houden op de verwerking van de kostbare grondstoffen en de kwaliteit van het eindproduct. Door middel van de grote onderlinge concurrentie tussen de sigarenmakers (t.g.v. het stukloon) kon bovendien een hogere productiviteit gehaald worden dan bij thuisarbeid, en was een strakkere reglementering van de arbeid mogelijk. De snelle groei van de binnenlandse sigarenconsumptie, die tussen 1850 en 1900 vertienvoudigde, schiep een afzetmarkt over het gehele land. Talloze kleinere en grotere firma's gingen zich in de tweede helft van de negentiende eeuw dan ook bezighouden met de productie van sigaren. Zo bleven Amsterdam en Kampen, de eerste plaatsen waar rond 1850 een sigarennijverheid opkwam, belangrijke centra, maar ontstond ook in Eindhoven en omgeving een belangrijke sigarenindustrie.
De ondernemers stelden in het algemeen een werkplaats en materiaal ter beschikking, terwijl de sigarenmakers (mannen, vrouwen en kinderen) vaak hun eigen gereedschap meebrachten om er per dag of op stukloon te komen werken. Vrouwen- en kinderarbeid kwam in die dagen op grote schaal voor in de sigarennijverheid; ze vormden in veel gevallen de helft of meer van het fabriekspersoneel.
Het eigenlijke sigaren maken, het vormen van het bosje en het opbrengen van om- en dekblad, was goed betaald vakwerk dat meestal door mannen werd verricht. De sigarenmaker werd bijgestaan door een zogenaamde 'poppenmaker', die het omblad om het binnengoed wikkelde. Werkzaamheden die weinig of geen ervaring en lichaamskracht vereisten, zoals het strippen van de tabak (het verwijderen van de hoofdnerf uit het tabaksblad), het schoonhouden en het inpakken, gebeurden meestal door vrouwen of kinderen.
Rond 1890-1900 ontwikkelden zich vervolgens verschillende vormen van huisindustrie. Zo kochten sigarenmakers in Amsterdam en Rotterdam voor eigen rekening tabak, en slaagden ze er ook in de geproduceerde sigaren zelf te verkopen. Het succes van deze handelwijze werd voornamelijk veroorzaakt door het feit, dat de tabakshandel geconcentreerd was in bovengenoemde steden, terwijl daar bovendien een redelijke vraag naar goede sigaren bestond. Een grote groep thuiswerkende arbeiders kocht zijn grondstoffen daarentegen van een ondernemer, waarna ze op eigen risico werden verwerkt tot sigaren, om tenslotte per stuk aan dezelfde of aan een andere ondernemer verkocht te worden. In de meeste gevallen werkten de thuisarbeiders echter voor een ondernemer, die de grondstof ter beschikking stelde. Het op deze wijze uitbesteden van (een deel van) de productie had voor de ondernemer het voordeel dat zijn investering in productiemiddelen gering bleef: de thuisarbeider betaalde zelf zijn werkruimte en zorgde meestal ook voor andere benodigdheden als messen, stijfsel, licht en verwarming.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Johannes Pouwel Daenen | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1867 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Evergrada Johanna Steenman | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||