Corolus, Gerardus Feij
ven goed als ieder mens, aankleefden en houden we liever het oog gericht op het enorm vele goede, dat door deze ijverige priester in het Juvenaat te Bergen op Zoom is tot stand gebracht. >Pater Feij is van zijn piesterwijding in 1902 af tot aan zijn afsterven in 1928 bijna onafgebroken- slechts een jaar (1910) was hij in Leuven- werkzaam geweest in het Juvenaat en heeft op de eerste 25 jaren van dit huis zijn stempel gedrukt. Hij vertegenwoordigde in het Juvenaat in deze periode van acht opeenvolgende rectoren en voortdurend wisselend personeel, het blijvende, traditionele element. tuur; van 1911-1918 conrector van Bergen op Zoom; van 1906-1909 novicenmeester van de Broeders; gedurende vele jaren muziek- en toneeldirecteur; meer dan tien jaar lang redacteur van het Rode Boekje. Hij was een veel gezocht biechtvader en gedurende 25 jaren was hij leraar met een overbezet program. kheid weer voor de geest halen en zeer velen bewaren herinneringen aan een persoonlijk contakt. De jongeren kennen hem slechts van horen-zeggen. ren te Amsterdam, 21 januari 1875 als eerse zoon van Augustinus Feij en Elisabeth Visser. Hun woning stond aan de lauriergracht, hartje Amsterdam. karel Feij was een ras-echte Amsterdammer, soms opgeruimd, vrolijk en humoristisch, dan neerslachtig. Zijn leerlingen bespeurden dat menigmaal.anger bij de Paters Redemptoristen op de Keizersgracht. Hij vond deze Paters zo sympathiek, dat hij ook Redemptorist wilde worden. Zijn diepe liefde voor het H. Sacrament des Altaars had hij ongetwijfeld opgedaan in zijn talrijke bezoeken aan het Bagijnhof, die oase van vrome stilte temidden van het woelige stadsrumoer. n te brengen; de stoffeerderij was geen florissant bedrijf en de ziekte van zijn vrouw had hem veel geld gekost. Naar het schijnt heeft Karel zelf meegewerkt om aan het benodigde geld te komen. Het geluk diende hem, toen hij bij een hardloop-wedstrijd beslag wist te leggen op een prijs.... een koffer. prijs, doubleerde hij in Roermond bij de Paters Redemptoristen ooit. Op grond van zijn zwakke gezondheid is hem echter aangeraden niet verder bij deze Paters zijn roeping voort te zetten. Karel kwam enigzins teleurgesteld thuis, maar dit duurde niet lang. Zijn vader kwam in contakt met een oom van Pater J. Mulder, die hem attent maakte op het missiehuis Leyenbroek-Sittard. Hij ging eens praten enwerd weldra aangenomen. De voorzienigheid had deze rusteloze, actieve natuur bestemd voor onze jonge congregatie. ezat, zodat hij later in het Rode Boekje aan hem een lange reeks artikelen wijdde. Het noviciaat is bekroond met zijn eerste professie op 29 september 1896. Hij studeerde filisofie en theologie in Sittard, Parijs en Leuven en 14 december 1902 is hij priester gewijd. Zijn eerste benoeming was voor het Juvenaat te Bergen op Zoom. Hij had nu zijn levenstaak gevonden. het is tenslotten een verborgen leven, zonder groot avontuur met de dagelijkse gang van kamer naar klas, van klas naar kamer. Maar dit milieu en dit werk pasten zo volkomen bij Pater Feij, dat het voor hem een groot offer was toen hij in 1910 naar Leuven werd geplaatst om daar exegese te doceren. Hij deed dit uitstekend en men betreurde zijn kort professoraat, want na een jaar keerde hij terug in zijn dierbaar Juvenaat, en bleef hier tot zijn dood. inder begaafd was, dan kostte het hem veel moeite zich de positie van zo'n leerling in te denken. leerlingen trachtte duidelijk te maken. Geheel alleen bestudeerde hij het Grieks, waarin hij het zover bracht, dat hij zelfs een Griekse grammaire samenstelde. Hij was goed thuis in de Nederlandse literatuur en wiskunde; maar de klassieken genoten zijn voorkeur. Hij was uiterst conscientieus in zijn vertalingen. Ja, hij vertallde de Electra van Sophocles op maat en rijm. Dit alles getuigt wattoewijding en wilskracht vermogen. eld en tot de rand met zijn driftig schrift volgekrabbeld. oeilijk te begrijpen, dat studeren niet alleen een kwestie van willen is. Het tekent hem, dat na een reeks van ongelukkig beantwoorde vragen plotseling de gewetensvraag kwam: heb je erop gewerkt? En daar lag voor hem het criterium of iemand een goed of slecht student was. Maar hij leerde zijn leerlingen meer dan alleen werken. Graag zette hij bij een proefwerk het bord vol Griekse vormen en het was zijn geliefkoosde hobby alle mogelijke gelijkende werkwoordsvormen bijeen te plaatsen; de jongens kregen een vaardigheid in het hanteren van deze gecompliceerde stof.ist hij anderen na te bootsen of met krijt op het bord uit te tekenen. Onder een thema vol fouten schreef hij wel: "hier en daar een nachtpitje". choon volkomen autodidact heeft hij het hierin ver gebracht; nog leven zijn melodiën en zijn Liederkrans is nog niet uitgezongen. ode Boekje! Elke maand een artikel dit kostte hem veel moeite en zorg; tien, twaalf maal begon hij opnieuw en als het dan lukte, moest hij dit even op 's buurmans kamer komen vertellen. We mogen zeggen: Pater Feij bezat een grote liefde tot de Congregatie en het Juvenaat, een liefde, niet louter affectief, maar vooral effectiefen daadkrachtig. Juist zijn onverwoestbare liefde tot de Congregatie openbaarde zijn stevig inwendig leven. Want ontegenzeggelijk was Pater Feij een stipt religieus, een man van sterk inwendig leven. doorwerkte, was hij trouw aanwezig in het morgengebed Nooit ontrbrak hij zonder ernstige redenen in de gemeenschappelijke oefeningen. Aan zijn oversten, meest jonger dan hij zelf, gaf hij steeds de meest duidelijke blijken van eerbied en onderwerping. Nooit hoorde men uit zijn mond een woord van kritiek op het gezag. ndeerd innerlijk leven, dat hij liet leven door de meditatie, waarin hij nooit ontbrak en door zijn overige geestelijke oefeningen. Dit schonk hem de kracht zijn rusteloos opofferend leven standvastigdoor te zetten ondanks moeilijkheden of tegenwerking. Dit inwendige leven deelde hij mee in zijn artikelen over de godsvrucht tot het heilig Hart; gaf hij door aan de hem toevertrouwden in de biechstoel, in zijn conferenties aan de Broeders en meditaties aan de studenten.rome werkzaamheid moest zijn lichaamskrachten wel voor de tijd slopen en het is dan ook niet te verwonderen, dat Pater Feij op 53 jarige leeftijd totaal opgewerkt was. Hij mocht niet meer schrijven, lesgeven of biechthoren. Slapeloze nachten en overdag voortdurende pijnen matten zijn lichaam snel af. En midden inde grote bedrijvigheid van een rectorsfeest, waaraan hij toch nog deelnam en waarbij hij zich hartelijk vermaakte met zijn vriend Pater Neyzen, is hij door God opgeroepen. Getroffen door een beroerte en voorzien van het H. Oliesel stierf hij, terwijl de jongens, onkundig van dit droevegebeuren, uit volle borst zijn lied zongen "Aan der Oosterschelde boorden ligt ons dierbaar Juvenaat". Dit was op 29 mei 1928.sen zijn gebruinde en afbrokkelende tanden, deze rusteloze zwoeger voortleven onder ons als een waar Priester van het Heilig Hart.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.