Bij akte van 29 september 1569 koopt Adriaen van zijn schoonvadereen huis met hof en aanliggende gronden, gelegen aan de
Hoeven, met de bepaling dat Adriaen aan dat huis voor half
april 1570 een kamer van twee gebonten zal timmeren, waarvan
de helft aan zijn schoonouders hun leven lang voor bewoning beschikbaar
zal zijn. De kinderen Marije, Magdalena en Gheritken
en hun gezinnen verblijven in 1594 in Breda respectievelijk in
Rotterdam.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen