(1) Hij is getrouwd met Eve Doppes van Goor.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
(2) Hij is getrouwd met Judith van Twickelo.
Ze zijn in de kerk getrouwd rond 1531 te Delden.
Kind(eren):
http://www.marceltettero.nl/twickel/
Unico Ripperda en Judith van Twickelo bouwden het rood gearceerde gedeelte van Weldam, waarna de torens en de uitbouwen aan de voorkant (grijs) pas volgden. Hun zoon Eggerik Ripperda schonk het kasteel aan zijn broer. Hij had Heeckeren in Goor en Boxbergen bij Deventer nog als bolwerken.
https://docplayer.nl/23040818-Genealogie-van-het-geslacht-ripperda-en-cosijn-von-ripperda.html
Unico Ripperda, heer van Oosterwijtwerd en Dijkhuizen, geboren 1503. Verder bestond zijn landbezit uit grazen en heerlijke rechten te Holwierde en Uitwierde. Hij werd in 1537 beleend met Boxbergen, waarna hij in datzelfde jaar onder de edelen van Overijssel werd beschreven – N.B. de eerste Ripperda in die Ridderschap. Na † van Scino Mulert benoemde keizer Karel V hem op 12 oktober 1553 tot landdrost van Salland. Hij was één van de meest invloedrijke edelen van zijn tijd en was een heimelijk aanhanger van Martin Luther. Hij † 10 juli 1566 en ligt begraven te Wesepe. Unico Ripperda stond bekend als een verstandig en intelligent man, die echter te veel dronk. Als hij weer eens te veel gedronken had placht hij warme wijnazijn te drinken om zijn maag van het overtollige te ontlasten. „Doch kon hij ook sooberlijk leven, seggende op den eenen dagh soude men een osse verteeren, en op den anderen een ey“.
Kinderen van G5, Unico Ripperda X Judith van Twickelo, dochter van Johan, heer van Twickel, drost van Twente en Jutte van Sticke, erfvrouwe van Weldam. Door dit huwelijk verwierf hij Weldam, Boculo en Olidam. Zij † 23 november 1554.
1.Eggerik Ripperda, heer van Boxbergen en Weldam, was gehuwd (1561) met Agnes van Ittersum, dochter van Johan en Anna van Buckhorst. Zij † in 1598/99. Hoewel dit huwelijk kinderloos bleef, had hij een bastaardzoon bij de dienstmeid, genaamd Otto. Eggerik was drost van Salland in 1567 en Luitenant-Stadhouder van Overijssel. Hij maakte deel uit van de delegatie van de Gedeputeerden van Overijssel en schonk zodoende Anna, de dochter van keizer Maximiliaan II, namens de provincie een gouden lampet ter gelegenheid van haar huwelijk met koning Filips II (1579). Hoewel hij bekend stond als een verstandig man, dronk ook hij te veel. Hij placht te zeggen: “ ’s voormiddags ben ik ten dienste van het land, en ’s achtermiddags ten dienste van mijzelven”, „want dan dede hij niets dan drincken“. Hij was rijk doch leefde op veel te grote voet. 1568 draagt hij de heerlijkheid Weldam over aan zijn broeder Johan. Hij † 16 februari 1584
2.Johan Valck Ripperda, geboren circa 1533, † 29 november 1547. Hij was canonicus in Xanthen.
3.Judith Ripperda, geboren 1530, huwde 1550 met Christopher von Schele, erfheer van Schelenburg en Welvelde, zoon van Sweder en Anna van Welvelde. Zij † 4 april 1608 te Welvelde en ligt in de kerk van Borne begraven. Zij had twee zonen en acht dochters en werd de stammoeder van zowel de Schelenburgse alswel de Welvelder takken van het geslacht Von Schele. Zij was een voortreffelijke echtgenote en huisvrouw. Judith en Christohper waren beide trouwe aanhangers van Martin Luther.
4.Hilania (Helena) Ripperda, geboren circa 1553, † 21 augustus 1585 te Arnhem. Zij trouwde met Adolf Haeck van Ruytenborch, heer van Zuythem, zoon van Engelbert en Geertruit van den Boetzelaer. Zij had vijf zonen en vier dochters. Via haar dochter Judith, die met Gerhard von Lebedur trouwde, is zij een indirekte voorouder van kroonprins Willem-Alexander der Nederlanden.
5.Johan Ripperda, heer van Weldam en Olidam, geboren circa 1536. Hij werd in zijn jeugd door een dolle hond gebeten, waaran hij echter geen blijvend letsel overhield. Later brak hij een been bij de val van het paard, dat hij van zijn zwager Christopher v. Schele had gekocht. Hij was samen met zijn broer Eggerik, bij de deputatie uit Overijssel ter gelegenheid van het huwelijk van koning Filips II van Spanje. Als lid van de ridderschap van Overijssel werd hij samen met Bentinck naar Brussel gezonden ter ondertekening van het Verdrag van Brussel. Later werd hij lid van de Raad van State te Brussel, hoewel hij een heimelijk aanhanger was van de prins van Oranje. Hij moest derhalve meerdere malen het land ontvluchten, terwijl Verdugo’s troepen Weldam verwoestten. Hij † 5 april 1591 en is te Weldam in Goor begraven. Hij was gehuwd en zijn kinderen volgen sub O.
6.Adelheid (Alijt) Ripperda, geboren circa 1537, huwde Caspar von Schele zu Schelenburg, zoon van Sweder. Caspar † vóór 1582. Over haar man is bekend dat hij Luther’s tafelgenoot in Wittenberg is geweest. Samen met zijn broer Christopher behoorde hij tot de meest geleerde edelen van zijn tijd. Adelheid en Caspar waren beide trouwe aanhangers van Martin Luther. Zij † na 1582.
7.Adriana Ripperda (na de geboorte van haar broeder Adriaan, Elisabeth genoemd), geboren circa 1538, was voor haar huwelijk chanoinesse in het adellijke stift te Hunnep. Zij trouwde (1570) met Dirk van Baer, erfheer van Slangenburg, landdrost te Lochem (1567), zoon van Willem en Elisabeth Ripperbant. Dirk was een trouw aanhanger van de prins van Oranje. Hij † onverwacht 24 mei 1591, terwijl hij een vriend voor het ontbijt had uitgenodigd. Hun zoon Frederik van Baer zou 1602 met Judith Ripperda (P3) trouwen.
8.Adriaan Ripperda, heer van Oosterwijtwerd en Dijkhuizen. Verder bestond zijn landbezit uit grazen en heerlijke rechten te Holwierde, Uiwierde en Delfzijl. Hij studeerde aan meerdere universiteiten in Duitsland, Frankrijk en Italië. Later (1580) werd hij door de Staten van Groningen gedeputeerd bij Wigbolt van Ewsum, heer van Nienoort, tijdens het ontzet van Steenwijk. Hij werd tussen 18 en 23 mei 1581 door de Spanjaarden bij Aduard gevangengenomen en werd tegen betaling van een hoog losgeld weer vrijgelaten. Daarna heeft hij verzwakt en ziek toevlucht gezocht bij zijn zus op de Schelenburg. Uiteindelijk is hij naar zijn broer Eggerik in Deventer verhuisd waar hij ongehuwd † 1583. Adriaan Ripperda was een geleerd man, hoewel hij, alsmeer Ripperda’s, echter geneigd was tot overmatig drinken, hetgeen niet in overeenstemming was met zijn devies: Moderata durant. Hij was een trouw aanhanger van de prins van Oranje en werd in het familiegraf van het geslacht van Ruytenborch bijgezet.
9.Herman Ripperda, heer van Boxbergen, geboren op Boculo na 1548. Al jong diende hij in buitenlandse krijgsdienst en vocht nota bene onder Johan von Plettenberg en de hertog van Brunswijk voor koning Filips II van Spanje tegen zijn eigen vaderland.Derhalve werd hij door zijn vader onterfd en verloor zijn deel van een enorme nalatenschap. Desalniettemin schijnt hij zich met geweld op Boculo gevestigd te hebben. Hij bracht ook enige tijd door met zijn zuster Judith en Christopher v. Schele. Hij was echter door het harde krijgsleven zo ruw geworden, dat het tot menig meningsverschil kwam, en hij derhalve de Schelenburg snel weer moest verlaten. 1593 werd hij, na † van zijn broer Eggerik, beleend met Boxbergen, inclusief de schuldenlast,en was van 1602-1612 lid van de ridderschap van Overijssel. Hij is te Osnabrück „in drunckenschap sijn peerd op de straet piqueerende“ gevallen en brak een been, waardoor hij verlamd raakte. Hij † circa 1623. Hij was gehuwd en zijn kinderen volgensub P.
10.Balthasar Ripperda, heer van Oosterwijtwerd en Dijkhuizen, heeft in zijn jeugd veel tijd in Frankrijk en Duitsland doorgebracht om daar de talen te leren. Een tijdlang was hij goed bevriend met Diderich von Viermundt zu Odinck (waarschijnlijk een broer van zijn schoonzuster Anna v. Viermundt), doch deze vriendschap schijnt later snel af te koelen. Hij brengt dan veel tijd door met zijn zwagers Christopher en Caspar op Welvelde en de Schelenburg. Hij bezocht met Heinrich van Saksen, bisschop van Osnabrück, het hof van koning Frederik II van Denemarken in Kopenhagen. Hij leerde d.t.s. tot zijn grote genoegen veel Deense leden van het geslacht Von Schele kennen. Het uitbundige leven en zware drinken aan het Deense hof deden hem echtergeen goed, zodat hij spoedig weer naar de Schelenburg terug moest keren om bij te komen. Hij woonde vervolgens enige tijd bij zijn schoonfamilie op de Valckenhof bij Coesfelt, daar Oosterwijtwerd door het oorlogsgeweld te gevaarlijk was geworden. Vanaf 1597 was hij lid van de ridderschap van Münster, die hem o.a. als afgevaardigde naar Den Haag stuurde. Later erfde hij de heerlijkheid en het gelijknamige waterslot Venhaus van zijn schoonouders. Hij † 29 december 1616. Zijn kinderen volgen sub Q.
11.Otto Ripperda, geboren circa 1540, † 1570 ongehuwd aan de pest.
Later nam Unico als “bijzit” Eve Doppes van Goor, wier moeder een bastaarddochter uit het geslacht Van Reede was. „Had haer sitten op Arkelstein, waervan de drosten van Sallant wegens de provincie van Overijssel castelijns sijn, en teelde bij haer twee kinderen met namen: Harmen en Focco“.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Unico Ripperda | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) ± 1531 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Judith van Twickelo | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.