54 Jacob Wijnant Doolvoet en zijn zuster Geraertgen zijn als erfgenamen van hun broer heer en meester Henrick Doolvoet, pastoor van de heerlijkheid St. Michielsgestel toen hij leefde, in die kwaliteit met een vonnis van de schepenbank gerechtigd geworden door de vorster over twee schepenbrieven van St. Michielsgestel, inzake een stuk land in de heerlijkheid van St. Michielsgestel te Nieuw Herlaer, b.p. de erfgenamen Stans Adriaens, de gemeenschappelijke weg. Nog inzake een stuk akkerland in de zelfde heerlijkheid ter plaatse genoemd de Santberch, b.p. jonker Geraert Proninck, Jacob Jan Dancken, eerder eigendom van jonker Jacob Proninck van Deventer en diens erfgenamen, vanwege een bedrag van 1312 gulden en 17 stuivers, welk bedrag heer en meester Henrick Doelvoet van genoemde jonker Jacob Proninck van Deventer had te vorderen en ter voldoening van dat bedrag met de rente ervan tegen de penning zestien, waren die 2 stukken land bevonnist, welke vonnissen ten uitvoer mochten worden gelegd. Daarna hebben genoemde Jacob Wijnants Doolvoet en zijn zuster Geraert als erfgenamen door Willem Willems (Moelenbroecks) als presidentschepen van St. Michielsgestel in naam van de drossaard, de koop van de 2 stukken land verkregenop 17 oktober 1634 in aanwezigheid van 3 schepenen en daarvoor hadden ze 1312 gulden en 17 stuivers geboden met de rente, waarop in mindering de bedragen kwamen die eerder volgens het schepenprotocol zijn betaald dat berust onder de secretaris vanSt. Michielsgestel. Omdat die verkoop inmiddels verjaard is, heeft men de 2 stukken land opnieuw in het openbaar laten veilen (bekendmaken), in de stad Den Bosch en ook de heerlijkheid St. Michielsgestel en de parochie van Esch, op 3 verschillendezondagen zoals blijkt uit het relaas van de dienaar van de groene roede in Den Bosch en door de twee vorsters van Gestel en van Esch ondertekend zoals blijkt uit de biljetten om de percelen in het openbaar te verkopen. Daarna zijn op 26 mei 1638 voor Rutger Corstiaen Spierincks, Geraerd Jan Rijckaerts en Jan Jan Michiels als schepenen en voor mij als secretaris ten mijne woonhuize de genoemde Jacob en zijn zuster Geraertgen als erfgenamen van hun broer verschenen en hebben volgens de opdracht het bezit ten behoeve van de meest biedende te koop aangeboden voor de achterstand van 1312 gulden en 17 stuivers met de vermelde rente en de kosten van de procedure, met de lasten die er al van eerdere datum op drukten zoals in het vonnis is vastgelegd en openbaar verkocht met de brandende kaars om te zien of er meer voor zou worden geboden. Als het minder opbrengt zal men dat verhalen op het andere bezit van jonker Jacob Proninck van Deventer en als het meer opbrengt komt dat ten goede van Jacob Wijnants en zijn zuster Geraertgen. Betaling moet plaatsvinden binnen de eerstkomende 14 dagen met alle genoemde achterstand en indien de koper daarbij in gebreke blijft zal men het land weer aanvaarden en weer opnieuw laten veilen. Het bezit is belast met een jaarlijkse rente van 18 gulden en 15 stuivers aan de erfgenamen van heer Henrick Doelvoet zoals blijkt uit een schepenbrief van Den Bosch d.d. 16 januari 1620 en nog met een jaarrente van 25 gulden aan joffrouw Barbara Proninck van Deventer en 9 gulden per jaar aan een onbekend persoon. Omdat er niemand is verschenen die er meer voor heeft willen bieden is het bezit na het uitgaan van de brandende kaars in eigendom overgegaan naar Jacop en zijn zuster Geraertgen en er is aan mij als secretaris gevraagd hiervan een dokument te krijgen. Akte is opgemaakt in aanwezigheid van Geraert Jan Rijckaerts (tekent als Rijckaert Jan Rijckaerts) en Jan Jan Michiels als schepenen, verder Rijckaert Janssen, Jan Henricks van Venroij en Antonis Peters van Tartwijck als inwoners te St. Michielsgestel. Getekend: Jan Jan Michiels, Rutger Corstiaen Spierincks, Rijckaert Jan Rijckaerts; bij mij: Ricart Janssen, Bernaert van de Weijer, Anthonis Peters en Jan Henricks van Venroij.
Datering:
26-05-1638
Pagina: 40v
Soort akte: Executieverkoop
Plaats: Sint-Michielsgestel
Toegangsnummer: 5121
Inventarisnummer: 47
Scan: Akte inzien
Bron: Schepenbanken
Geografische namen: Sint-Michielsgestel
106 Al degene die deze brief zullen zien of horen lezen, gegroet!. Wij, Willem Adams en Geraert Jan Rijckaerts verklaren dat voor ons is verschenen in eigen persoon Jacop Wijnant Doolvoet oud ca. 68 jaar en Adriaen Pauwels oud ca. 33 jaar, beiden inwoners van de heerlijkheid Gestel, na behoorlijk te zijn ondergevraagd en hen de eed is afgenomen, verklaren op verzoek van het dorpsbestuiur en inwoners van St. Michielsgestel, dat hij Doolvoet als een van de erfgenamen van wijlen de heer pastoor in het jaar 1636 diverse keren is aangemaand door Willem Willem Moelenbroecx alias de Man, ter betaling van de bijdrage voor de pastoorstiende te St. Michielsgestel volgens de nieuwe ´inzettingen’ (bepalingen) en dat niet alleen in Den Bosch op de markt en andere plaatsen, maar ook binnen deze heerlijkheid onder de linde toen de ´geboden´ (dagvaardingen) daar werden gedaan, dat toen deze Moelenbroecx aan hem als deponent nu, in grote woede en heftigheid deze aanmaningen aan het doen was met de openbare dreiging dat als de getuige in gebreken zou blijven hij de zaak zou overdragen aan de overleden ontvanger Hamel. Daarop had de deponent geantwoord ´waarom valt gij mij daarmee meer lastig dan anderen, als een ander geeft zal ik ook geven´. Daarop zei deze Moelenbroecx o.a. deze of dergelijke woorden: ´gij condt het haelen van het Papengelt dat gij gemaeckt hebt´. Daarop ontstond er onder de omstanders die deze ´kijfelijke´woorden aanhoorden een duidelijke onrust en gemor.Verder verklaren deze Doolvoet en Adriaen Pauwels dat korte tijd na deze dreigende aanmaningen ook onder de linde daar, het is gebeurd dat beide getuigen vanwege de niet-betaling van de bijdragen aan die tienden, in opdracht van de erfgenamen van Hamel of vanwege de kontroleur van diens kantoor, toen soldaten naar hun huizen zijn gekomen om hen te zoeken en daarna hebben genoemde deponenten borgen gesteld zodat ze de andere dag naar Den Bosch konden gaan om zich te melden. Toen ze de volgende dag naar Den Bosch kwamen zijn ze daar toen gegijzeld en door soldaten gevangen gezet en toen 14 dagen vastgehouden ten huize van een zekere Ariaen, tambour in de St. Jorisstraet totdat ze de vereiste contributie hadden betaald volgends de nieuwe bepalingen die ze met een vermindering hebben moeten voldoen. Hij voegt er nog aan toe dat toen ze in gevangenschap zaten de controleur toen tegen Jacob Wijnants zei of hij zich niet schaamde dat een eerlijk man naar Breda was gegaan om Merwijck te ´bedraegen¨(bedreigen of bedriegen?). Daarop had Doolvoet geantwoord dat hij nooit in Breda was geweest en zulks ontkende en dat de controleur dat zou moeten kunnen bewijzen. Daarop repliceerde de controleur dat hij Doolvoet dadelijk op de gevangenpoort zou vastzetten en hem vandaar uit naar ´s-Gravenhage zou vervoeren. De deponenten verklaren nog dat zij zelf in die gevangenis hebben gezeten en er dus goede wetenschap van hebben. Wij als schepenen hebben hieraan ons schependomszegel bevestigd naast de handtekening van de secretaris. Datum 14 juli 1639.
Datering: 14-07-1639
Pagina: 75r
Soort akte: Corruptie
Plaats: Sint-Michielsgestel
Toegangsnummer: 5121
Inventarisnummer: 47
Scan: Akte inzien
Bron: Schepenbanken
Geografische namen: Sint-Michielsgestel
Kind(eren):
St. Michielsgestel – Protocol van akten van overdracht etc. 1617-1618 – pag. 39
61-r)
Al degenen die deze brief zullen zion of lezen, gegroet. Wij Herbert Stevens en Bartholomeus
Laureijssen, schepenen verklaren dat voor ons is verschenen Roelof Aert Hagelaer onze
collegaschepen oud ca. 66 jaar en Jacop Wijnant Doolvoet oud ca. 48 jaar, beiden inwoners
alhier, zijnde personen met een goede reputatie en zijn daartoe opgeroepen door onze vorster
Willem Jorissen en hebben eerst de eed afgelegd bij Adriaen Schellens onze secretaris
vanwege de afwezigheid van de officier. Nadat ze daarover zijn ondervraagd hebben ze op
verzoek van Jan Jan Claessen als producent verklaard dat zij zeer wel een hengstpaard
kennen van 2 jaar, zijnde een donkerzwart schimmelpaard en dat dat paard in zijn huis is
*gevollent* en opgebracht en waarvan de producent thans nog de moeder van het paard heeft.
De deponenten weten dat omdat ze buurlui zijn van de producent en ze dat paard dagelijks
hebben gezien. Datum 27 oktober 1617.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.