aangifte op 12/12/1944
Hij is getrouwd met Henderkien Ennen.
Zij zijn getrouwd op 13 januari 1892 te Assen, hij was toen 24 jaar oud.Bron 3
Kind(eren):
Leeuwarder courant, 15-10-1890: Rechtszaken. In de zitting van het Gerechtshof alhier, bested tot behandeling van strafzaken en gepresideerd door den heer mr. W. Terpstra, is een hooger beroep behandeld, ingesteld door J. van D., 22 Jaren, schoenmakersknecht te Assen, van een vonis der Rechtbank aldaar, waarbij hij wegens mishandeling is veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf; - rapporteur, de raadsheer jhr. mr. O. de Marees van Swinderen.
Den 26 Mei l.l. op een bal bij een kastelein te Assen vroeg de meubelmaker IJ.Boxma een meisje om met hem uit te gaan; zij weigerde dit en toen beklaagde zich daarop in haar schoot liet vallen, trok Boksma hem weg. Hierover kregen zij samen twist, maar de bedienden kwamen tusschen beiden. Dienzelfden nacht, toen Boksma naar huis ging, zag hij een jongen en meisje voor zich uit loopen, en nader bij hen komende, herkende hij beklaagde,wien hij vroeg of deze nog kwaad was. Hierop antwoordde beklaagde: "wil je ruzie zoeken?" en trok dadelijk zijn mes. Getuige zei hierop: "neen, maar als je geen meisje bij je hadt, dan zou ik je een slag om den kop geven". Nu liep het meisje van beklaagde weg en hij zelf liep op Boksma toe met een geopend mes, waarmede hij dezen ene steek in de linkerknie gaf. Boksma riep: "wat steekt hij mij, dat zal ik hem afleeren". Hij viel en greep naar het mes van beklaagde; bij die gelegenheid kan hij de jas van dezen wel gescheurd hebben. Beklaagde rukte zich los en liep weg, Boksma is met moeite naar huis gstrompeld. Toen is hij eerst onder behandeling van dr. Scheltema geweest, maar deze verklaarde zijn toestand voor ernstig, waardoor hij naar het ziekenhuis te Groningen werd getransporteerd, waar hij vijf weken gebleven is. Zijn been is nog stijf tengevolge waarvan hij met een stokje loopt. Beklaagde zegt, dat hij het niet gedaan heeft, die man liegt. Hij had hem achtervolgd en met een stok zijn jas stuk geslagen.
Henderkien Ennen, machinewerkster te Assen, was met zekeren Seets ook op dat bal geweest, en toen deze haar naar huis bracht, hoorden ze op den weg reopen van "moord", waarop zij de wijk namen in een boschje. Daar zijnde hoorden zij stemmen, zonder te kunnen verstaan wat er gesproken werd, maar Henderkien herkende de stem van Boksma, waarop zij het boschje uitging. Zij kende die stem zeer goed, want ze had een jaar lang verkeering met hem gehad, maar toen zijn uit het boschje waren kwamen zij alleen den beklaagden tegen,die "moord" riep en van de zijde kwam waar zij de twist gehoord hadden. Henderkien vroeg hem wat er gebeurd was, waarop hij zeide: "wij zijn leelijk aan den gang geweest, ik had niet een mes moeten gebruiken,ik zou Boksma een laatste por geven, toen snapte het mes uit in mijn eigen knie". Er kwamen een paar andere personen bij en toen zeide beklaagde, dat hij geen mes gebruikt had, maar dat Boksma hem gestoken heeft. Beklaagde beweert dat hij dadelijk tegen haar gezegd heeft, dat Boksma het gedaan heeft, hij heeft het niet anders gezegd. Zijne wond is behandeld door dr. Bakker.
De adv.-gen., jhr. mr. F. van Panhuijs, is van oordeel,als hij de verklaringen der getuigen zoo voor de Rechtbank als hier afgelegd nagaat,dat er geen twijfel bestaat of beklaagde is terecht veroordeeld. Getuige Boksma heeft pertinent verklaard, dat hij het mes gezien heeft waarmede de wonde is toegebracht door beklaagde; aan Henderkien,die Boksma aan zijne stem herkende en daarvoor een goede reden van wetenschap opgeeft, heeft beklaagde gezegd, dat hij geen mes had moeten gebruiken en dat, toen hij hem een laatste por wilde geven, het mes is uitgesnapt in zijn eigen knie; en aan eene in eersten aanleg gehoorde getuige heeft beklaagde gezegd, dat het hem speet dat Boksma door hem ongelukkig gemaakt was. Men zal van zijde der verdediging bijbrengen, dat Boksma den beklaagde heeft opgewacht en men zal zich daartoe beroepen op Kippenbroek en vrouw; maar dan wijst spreker er op, dat Boksma een eind weegs met hen is opgeloopen en zij, toen ze bij hun huis waren, naar binnen zijn gegaan en Boksma is doorgelopen. Spreker oordeelt, dat de eerste rechter op goede gronden beklaagde heeft schuldig verklaard, en vordert bevestiging van het vonnis.
De verdediger, mr. A. Kloekers, zal trachten de onschuld van beklaagde aan te toonen. Men heeft hier te doen met eene duistere zaak, met de verklaring van een hoofdgetuige en aanwijzingen welke geput zijn uit buitengerechtelijke verklaringen van beklaagde aan twee getuigen. Pleiter wijst vooral op de verklaring voor den inspecteur van politie en op den onderlingen strijd der verklaringen van de getuigen; hij tracht aan te toonen, dat Boksma is de uitdager en de opwachtende partij, daar Marchien Boering verklaart hem half drie bij de exportslagerij gezien te hebben, en Kippenbroek en vrouw verklaren een eind weegs met hem te zijn opgeloopen, dat zij ruim 2 uur thuis waren en om half drie de twist gehoord hebben.m op diens verklaring aan Marchien, dat Boksma zeide: "ik zal dij een flik om den kop geven". Boksma was dus de opwachtende partij en de aanvallende partij, waaruit is af te leiden,dat hij zich van een wapen voorzien had. Pleiter dingt verder af op de geloofwaardigheid van Henderkien en wijst er voorts op dat beklaagde gunstig bekend staat. Hij verzoekt vrijspraak van beklaagde, en bijaldien het Hof onverhoopt hem schuldig mocht verklaren, dat het hem dan in elk geval eene veel lichtere straf zal opleggen. Het Hof heeft het vonnis in zijn geheel bevestigd.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
IJzebrand Boxma | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1892 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Henderkien Ennen | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
is geboorteplaats Anleg bij huidige café De Aanleg? Hier was vroeger waarschijnlijk ook de tol, waar Johannes tolgaarder was