Tijdstip: 15:00
op de zitting van de rechtbank van Assen van 20 januari werd de mishandeling van Teunis Boxma behandeld door de broers Siebren, Hendrik en Wietze Pleizier (resp. 26, 23 en 17 jaar). Het gezin Pleizier kwam van Ooststellingwerf en woonde net als Teunis Boxma aan de Steendijk (en later aan de Oosterparallelweg). Op 7 december zouden ze Teunis na een woordenwisseling op de Steendijk hebben vastgegrepen en geslagen. Volgens de gebroeders Pleizier was de oorzaak een 'onbeteekenende kleinigheid' en de gevolgen waren ook gering (ze beweerden dat ze Teunis niet hadden aangeraakt). In het proces-verbaal staat dat Siebren en Wietze hadden geslagen en Hendrik Teunis had gebeten. Op de zitting verklaart Teunis echter dat niemand hem geslagen had en alleen Hendrik hem had gebeten. Hierop kreeg Teunis een waarschuwing dat hij vastgezet kon worden voor het doen van een valse aangifte. De tweede getuige A. Boxma verklaart dat hij alleen heeft gezien dat er "door elkaar" geslagen was, maar dat hij niet gezien heeft wie er precies geslagen heeft. Deze kleine zaak werd na een half uur uitgesteld tot twee uur 's middags om de verbalisant, agent van politie Oostergetel, te kunnen horen.
's Middags om half drie werd de zaak voortgezet omdat gedacht werd dat de verklaringen niet klopten. De politie-agent Oostergetel was nu present. Teunis vertelde nu dat de drie broers hem wel mishandeld hadden. Dat hij 's ochtends niet de waarheid had verteld kwam door de zenuwen zei hij. De verklaring van de agent maakte het niet duidelijker, zodat mishandeling in vereniging niet bewezen kon worden. Voor elk van de broers afzonderlijk werd 8 gulden boete en 8 dagen hechtenis geeist.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen