Stamboom Veenstra, Dijkstra, Peperkamp en Van den Dobbelsteen » Johann Gerrit Vondeling (1900-1960)

Persoonlijke gegevens Johann Gerrit Vondeling 

  • Hij is geboren op 29 januari 1900 in Emden (Duitsland).
  • Beroep: dakdekker, begrafenisondernemer, garagehouder.
  • Feit: (diversen) .
    Johann Gerrit Vondeling (Jo, 1900-1960) woonde voor en tijdens de oorlog met
    zijn gezin in Rotterdam en was verzekeringsagent van de RVS. Als kok gelegerd in
    Tilburg en Harderwijk had zijn vader Jan (1878-1948) zijn moeder Revertje Eintje
    van Dettem (1875-1943) ontmoet. Zij was een Duitse, die als schipperskind in een
    internaat bij de nonnen in die Brabantse stad verbleef. Ze huwden op 5 november
    1899 in Emden. Jan zou later dakmastieker worden. Zoon Jo zou slechts drie maanden
    later in dezelfde plaats ter wereld komen. Op 6 oktober 1906 kozen zij met hun
    zoon domicilie in Rotterdam.15 Jo Vondeling huwde op 23 juni 1920 Petronella
    Maria (Nellie) Peperkamp (1896-1995). Als verzekeringsagent organiseerde hij ook
    begrafenissen, waarvoor rijtuigen en later ook auto’s bij derden werden gehuurd.
    In de oorlog hielp Jo vele geestelijken en leden van het spoor- en PTT-personeel,
    De Studebaker Dictator uit 1936 met vermoedelijk een carrosserie met verhoogd dak van buurman
    Van Koppen voor de garage aan de Kerklaan 24 in Rijswijk. Links Jo Vondeling en rechts verpleger
    Henk Henkelman (bron: coll. Arie Vondeling, Rijswijk)
    l106l
    HVR-Jaarboek 2012 l ‘Voor lange mensen was de ziekenauto te kort’
    maar ook anderen aan valse papieren.
    Hij gaf ook gelegenheid tot het
    luisteren naar radio ‘Oranje’, hetgeen
    natuurlijk ten strengste verboden was.
    Hij had regelmatig vijf tot zeven onderduikers
    in huis. Eén van die onderduikers
    zou hem na de oorlog behoorlijk
    opbreken. In een circulaire,
    die hij in 1947 en 1948 kon publiceren
    in het Delftse weekblad ‘Prinsestad’
    en het Amsterdamse dagblad
    ‘De Tijd’, schreef Jo hierover het
    volgende. ‘Eén hiervan was een zoon
    van een reeds vele jaren in Holland
    wonende ´Rijksduitscher´. Op grond
    van zijn Vaders nationaliteit was hij
    in Duitsche krijgsdienst opgeroepen,
    echter hieruit gedeserteerd en bij mij
    ondergedoken. Zijn vader, eveneens
    drager van de Duitsche uniform, onderhield
    zich, volgens zeggen van zijn
    echtgenoote, met een andere vrouw
    en liet niets van zich horen, zijn gezin
    onverzorgd latende. Op verzoek van
    dezen onderduiker leende ik diens
    moeder en hem regelmatig geld voor
    gezinsverzorging, en werd mij, toen
    ik inmiddels een vrij groot bedrag had uitstaan, als onderpand cessie verleend
    op een paar half gesloopte auto’s, eigendom van den verdwenen vader. Nadat de
    vrouw een verzoek tot echtscheiding had ingediend, werden mij diens auto’s te koop
    aangeboden. Op deze aanbieding ging ik in, aangezien ik zag aankomen, dat de
    door mij verstrekte leningen nooit meer zouden worden terugbetaald. Er werd een
    koopcontract opgemaakt en ik begon de auto’s ´rijdbaar´ te maken. Direct na de
    bevrijding en nog voor mijn arrestatie stelde ik deze auto’s ter beschikking van de
    BS (Binnenlandse Strijdkrachten, HW).’
    Jo werd op 26 juni 1945 gearresteerd door de P.O.D., de Politieke Opsporingsdienst.
    De P.O.D. moest zaken van de Tweede Wereldoorlog uitzoeken, zoals
    het opsporen van landverraders en Nederlandse SS’ers en SD‘ers. Mishandeling
    op mishandeling volgde, tot hij op voorspraak van het hoofd van de P.O.D. een
    maand later op 26 juli weer werd vrijgelaten onder aanbieding van excuses. Na
    zijn arrestatie waren zijn auto’s door de BS echter ‘gesloopt en geplunderd’. Uit
    onderzoek zou blijken, dat de herkomst van de auto’s ‘in orde was bevonden’.
    Jo zou zijn door de BS gekannibaliseerde auto’s met een verklaring van
    aansprakelijkheid van diezelfde B.S. terugkrijgen. Het ging om een Cadillac,
    twee Packards, twee Hudson Terraplanes en een Hillmann. Zijn gezondheid had
    door de ontberingen ernstig geleden, maar hij leende niettemin een groot bedrag
    om zijn auto’s opnieuw rijdbaar te maken in het vertrouwen, dat de BS zijn
    rekeningen inderdaad zou voldoen. Eind 1945 waren de meeste auto’s weer op de
    De huwelijksfoto uit 1920 van Jo Vondeling
    en Nellie Peperkamp
    (bron: coll. Arie Vondeling, Rijswijk)
    l107l
    HVR-Jaarboek 2012 l ‘Voor lange mensen was de ziekenauto te kort’
    weg. Maar op 3 januari 1946 legde een ambtenaar van het rayon Rotterdam van
    het Nederlandsch Beheersinstituut – een instelling die tot doel had het opsporen,
    beheren en liquideren van ‘vijandelijke en landverraderlijke vermogens - alsnog
    beslag op het wagenpark van Jo Vondeling zonder rekening te houden met de
    in zijn bezit zijnde verklaringen van rechtmatig eigendom. De auto’s werden
    ‘tegen schunnig lage prijzen’ verkocht nog voordat hij er iets tegen kon doen.
    Ook de BS trok zijn aansprakelijkheidsverklaringen in nu de auto’s niet meer in
    het bezit van Vondeling waren. Jo moest ‘kromliggen en … aftobben van zorgen,
    omdat het Nederlandsche Recht heeft gesproken en haar dank heeft bewezen voor
    zelfverloochening in tijden van nood en terreur, voor ongevraagde offers aan het
    volk en voor gevaarlijke sabotage aan de Duitschers’.16 Jo Vondeling overleefde de
    oorlog dus berooid, maar vastberaden. Hij zou later toch nog een uitkering krijgen
    van de Stichting 1940 -1945!
    J.G. Vondeling v/h Asberg
    Direct na de oorlog zag Jo Vondeling een advertentie, waarin het bedrijf van
    Asberg te koop werd aangeboden. Jo ging de uitdaging aan en zette in 1946 onder
    huurkoopcondities –hij kon niet anders- het garagebedrijf voor de reparatie van
    auto’s en motorfietsen, alsmede met de stalling van deze voertuigen onder de naam
    ‘J.G. Vondeling voorheen Asberg’ met een Caltex benzinepomp voort. Ook nam
    Het garagebedrijf van Jo Vondeling met voor de deur een zeldzame Nash (Ambassador 8 cil of 600
    Model 4240 6 cil) fastback uit 1942, die vermoedelijk met het Amerikaanse leger was meegekomen.
    V.l.n.r. Jo Vondeling, Piet van der Peet (chef-monteur), middelste zoon Arie Vondeling en Van Drunen
    (monteur) met daarvoor jongste zoon Ab Vondeling, achter het stuur de boekhouder Jaap Moeilijker
    en voor het achterspatbord oudste zoon Jan Vondeling (bron: coll. Arie Vondeling, Rijswijk).
    l108l
    HVR-Jaarboek 2012 l ‘Voor lange mensen was de ziekenauto te kort’
    Het gezin Vondeling vlak na de oorlog met op de bovenste rij v.l.n.r. Truus (*1922), Eef (*1923),
    moeder en vader Vondeling, Jan (*1926-†2002), Sjaan (*1924) en Coba (*1922) en op de onderste
    rij v.l.n.r. Arie (*1930), Nellie (*1935) met pop, Nico (*1934) en Ab (*1936-†2007) (bron: coll. Arie
    Vondeling, Rijswijk).
    hij het ziekenvervoer weer ter hand met de Studebaker van Asberg, die de oorlog
    had overleefd. Twee (Jan en Arie) van Vondelings drie zonen: Jan (1926-2000),
    Arie (geb.1930) en Albert (Ab, 1932-2008) gingen al snel boven de zaak aan de
    Kerklaan 24 wonen met een potkacheltje, ‘zo koud was het er’. Hun vader Jo en
    moeder Nellie woonden aanvankelijk nog in Rotterdam, totdat het hele gezin met
    negen kinderen zijn intrek kon nemen in de Wilhelminalaan 16 in Rijswijk. Het
    woonhuis boven de garage in de Kerklaan bleef toen leeg. Later verhuisde het
    gezin nog naar de Herenstraat 129 en uiteindelijk naar de Blekerslaan 4 (nu 8).
    Een deel van het personeel, zoals Piet van der Peet, en ook verpleger Henkelman
    - hij mocht vanwege zijn gevorderde leeftijd van vader Jo nooit bij zijn voornaam
    genoemd worden - bleven na de overname voor het bedrijf beschikbaar. De
    ziekenauto werd altijd bemand door twee mensen, waaronder vader Jo en zijn
    zonen, die (toen) geen van allen een EHBO-diploma hadden en in voorkomende
    gevallen eerdergenoemde verpleger Henkelman. Oud-postbode Theo van der Kooij
    herinnert zich de alarmschel in de garage, die vanuit het politiebureau geactiveerd
    werd als een ziekenauto nodig was. De overall ging uit, de witte jas aan en weg
    was de ziekenauto.17 Het besturen van de ziekenauto en andere auto’s van het
    bedrijf leverde zoon Arie, die nog geen 18 jaar was, een vermogen van f 900,-
    aan bekeuringen op. Bij de troonswisseling in 1948 werden deze hem allemaal
    kwijtgescholden!
    l109l
    HVR-Jaarboek 2012 l ‘Voor lange mensen was de ziekenauto te kort’
    De opdrachten voor het ziekenvervoer kwamen vooral van huisartsen, zoals
    Hulscher, Post en Verdoes Klein, maar bij ongevallen – ook op de toen al drukke
    Rotterdamse Weg, de latere Rijksweg 13 - van de politie. De patiënten werden
    vooral naar het katholieke ziekenhuis Antoniushove, dat toen nog in Voorburg was
    gevestigd, vervoerd, en natuurlijk ook naar de Haagse ziekenhuizen. De nu ruim
    90-jarige voormalige groenteman Johannes Boone (geb. 1920) herinnert zich nog
    zijn vervoer met de Studebaker-ziekenauto naar Ziekenhuis Zuidwal in Den Haag
    in 1947 of 1948. Hij was toen 27 of 28 jaar oud. Hij had een blindedarmontsteking
    en was heel erg ziek. ’s Avonds om negen uur ontbood zijn huisarts Kalis van de
    Haagweg 98 de ziekenauto van Vondeling. Op de brancard werd hij naar binnen
    geschoven. Maar zo ziek als hij was, herinnert hij zich ook nog het fonteintje van
    de ziekenauto. De glas-in-loodramen waren hem ontgaan. Hij bleef zeven dagen
    in het ziekenhuis op een zaal met 39(!) overwegend maagpatiënten, waarvoor
    toentertijd door de onverzekerde Boone ƒ 45,- betaald moest worden, inclusief de
    operatie! Het ziekenvervoer had ƒ 7,50 gekost.
    Ook Jo Vondeling werd ziek
    Er is nog even sprake geweest van de aankoop van een andere ziekenauto in plaats
    van de vooroorlogse Studebaker. Het moest een Mercury 79M worden. Maar
    nog geen twee jaar na de overname werd Jo Vondeling ziek: longtuberculose. De
    nieuwe ziekenauto ging dus niet door. Jo moest langdurig TBC-kuren ondergaan in
    diverse sanatoria in onder andere Renkum en Delft. Vanaf zijn bed regelde hij nog
    korte tijd taxiritten naar vakantiebestemmingen, die met een Chevrolet Stylemaster
    Series DJ Model 1503 uit 1946 gechauffeerd werden door zijn zoons en ging hij
    toch ook weer verzekeringen afsluiten. Maar Jo kon niet aan de verplichtingen
    van zijn huurkoop voldoen en daarom deed de weduwe Asberg het garagebedrijf
    onder de bestaande huurkoopcondities op 1 april 1948 over aan zijn chef-monteur
    Jo Vondeling regelde vanuit zijn kuurbed in de Blekerslaan nog korte tijd taxiritten naar vakantiebestemmingen
    met een Chevrolet Stylemaster Series DJ Model 1503 uit 1946 met een van zijn zoons als
    bestuurder (bron: coll. Arie Vondeling, Rijswijk)
    l110l
    HVR-Jaarboek 2012 l ‘Voor lange mensen was de ziekenauto te kort’
    ‘Grote’ Piet W. van der Peet. Grote Piet ging wel boven de garage aan de Kerklaan
    wonen. In een gezamenlijke advertentie in de ‘Origineele Rijswijksche Courant’
    van vrijdag 2 april 1948 werd de overdracht bekend gemaakt. In die advertentie
    zei Grote Piet, dat ‘ook de ziekendienst, transport in binnen- en buitenland, aan
    het bedrijf blijft verbonden’.18 Enkele maanden later werd de Studebaker echter
    toch verkocht.
    Jo kocht in Zeeland na de overdracht van het garagebedrijf aan Grote Piet van
    der Peet toch nog weer een vooroorlogse Renault lijkwagen. In Rotterdam werd
    de auto door een constructiebedrijf aan de Gaasbeekstraat geschikt gemaakt als
    ziekenauto en door autoschadeherstelbedrijf Ruiter & Vaartjes (nu Auto Ruiter in
    Wateringen)19 aan de Tulpstraat in Rijswijk geel gespoten. Josef Ruiter en Roelof
    Vaartjes (1908-1999) waren al sinds 1 maart 1930 partners in hun autoplaatwerkerij
    en -spuiterij aan de Tulpstraat 71 en 73 in Rijswijk. Zij spoten regelmatig de door
    Van Koppen vervaardigde autobussen en voorzagen ze met de hand van belettering.
    Mogelijk hebben ze dat ook gedaan voor ziekenwagens en brandweerauto’s voor
    Rotterdam.20 De Renault van Vondeling werd gestald in een paardenstal, naast
    Villa Beukenheim - nu woonhuis- in het Julialaantje in Rijswijk, het zogenaamde
    ‘Zwarte Laantje’ vanwege het kolengruis, dat als wegbedekking werd gebruikt21 .
    Zoon Arie en de verpleger Henkelman bemanden deze ziekenauto, die echter geen
    lang leven beschoren zou zijn.
    In deze voormalige paardenstal in het Julialaantje - het zogenaamde ‘Zwarte Laantje’ vanwege het
    kolengruis, dat als wegbedekking werd gebruikt - naast Villa Beukenheim werd de Renault-ziekenauto
    van Vondeling gestald (foto: Hans Waldeck, De Wijk)
    l111l
    HVR-Jaarboek 2012 l ‘Voor lange mensen was de ziekenauto te kort’
    De gemeenteraad neemt het heft in handen
    Het ziekenvervoer in de gemeente Rijswijk gaf in 1948 als gevolg van de verkoop
    van de Studebaker van Van der Peet en de tot ziekenwagen omgebouwde lijkwagen
    van Vondeling aanleiding tot veel klachten. De ziekenauto kwam te laat of was
    helemaal niet beschikbaar. De gemeenteraad zocht een oplossing bij de politie,
    maar vond een nieuwe politieziekenauto te duur. Uitbreiding van het aantal taxi’s
    zou de mogelijkheden voor zittend ziekenvervoer in ieder geval kunnen vergroten.
    De gemeenteraad voelde zich alleen verantwoordelijk voor het ongevallenvervoer
    en stemde in met de ombouw van een bestelauto van de brandweer tot ziekenauto.
    Deze ombouw mocht niet meer kosten dan 150 gulden en moest gedeeltelijk
    in eigen beheer plaatsvinden. De zoon van brigadierbrandmeester J.M. Kniest,
    chauffeurmonteur S. Kniest, die een EHBO-cursus had gevolgd, werd belast met
    de ombouw en zou ook de bestuurder worden. Het gezin Kniest woonde toen nog
    in de dienstwoning boven de brandweerkazerne aan de Kerkstraat 3, waar deze
    ziekenauto gestald werd. De politie kreeg echter het beheer over de auto die dus
    alleen zou uitrukken voor ongevalslachtoffers.
    Naast deze ziekenauto werd een tweede auto in reserve gehouden. Het was een
    zogenaamde ‘bellewagen’. Een ‘bellewagen’ was een uit de oorlog overgebleven
    brandweeruitvoering van de Austin K2 van het Britse leger, die als K2 en K2Y in
    groten getale in Nederland werden ingezet als brandweer- en ambulancevoertuig.
    Tussen 1 juli 1947 en 15 mei 1952 werd de verbouwde brandweerauto tachtig tot
    honderd maal ingezet als ziekenauto. Op die laatste datum werd hij afgevoerd
    en vervangen door een nieuwe ziekenauto, die in de loop der jaren steeds vaker
    gebruikt moest worden en in 1961 zijn topjaar beleefde met 731 ritten.
    Met de oprichting op 1 januari 1957 van de Rijswijkse G.G. & G.D. werd het
    ziekenvervoer bij deze dienst ondergebracht. De brandweer leverde nog steeds de
    chauffeurs en verzorgde ook het kleine onderhoud.22
    Dit artikel kon tot stand komen met de informatie en afbeeldingen van de dames
    Wil Soonius-Plugge uit Voorburg, Th. M. Ruisch-Asberg uit Hilversum en Mientje
    Asberg-Ruijten uit Ugchelen en de heren Arie Vondeling uit Rijswijk, Joh. Boone
    uit Den Haag, Theo van der Kooij uit Rijswijk, Henri Vaartjes uit Rijswijk en last
    but not least Jan Eijken uit Rijswijk.
    Een onderzoek als dit wordt nooit volledig en is met alle in acht genomen
    zorgvuldigheid nooit helemaal correct. Indien de lezer op- of aanmerkingen heeft
    of nog mooier aanvullingen in tekst of afbeeldingen, dan houdt de auteur zich
    aanbevolen.
  • Hij is overleden op 22 mei 1960 in Alblasserdam, hij was toen 60 jaar oud.
  • Een kind van Jan Vondeling en Rewertje Eintje van Dettum
  • Deze gegevens zijn voor het laatst bijgewerkt op 28 maart 2024.

Gezin van Johann Gerrit Vondeling

Hij is getrouwd met Petronella Maria Peperkamp.

Zij zijn getrouwd op 23 juni 1920 te Rotterdam, hij was toen 20 jaar oud.


Kind(eren):

  1. (Niet openbaar)
  2. (Niet openbaar)
  3. (Niet openbaar)
  4. (Niet openbaar)
  5. Jan Vondeling  1926-2000 
  6. (Niet openbaar)
  7. (Niet openbaar)
  8. (Niet openbaar)
  9. (Niet openbaar)

Heeft u aanvullingen, correcties of vragen met betrekking tot Johann Gerrit Vondeling?
De auteur van deze publicatie hoort het graag van u!


Tijdbalk Johann Gerrit Vondeling

  Deze functionaliteit is alleen beschikbaar voor browsers met Javascript ondersteuning.
Klik op de namen voor meer informatie. Gebruikte symbolen: grootouders grootouders   ouders ouders   broers-zussen broers/zussen   kinderen kinderen

Afbeelding(en) Johann Gerrit Vondeling

Voorouders (en nakomelingen) van Johann Gerrit Vondeling


Via Snelzoeken kunt u zoeken op naam, voornaam gevolgd door een achternaam. U typt enkele letters in (minimaal 3) en direct verschijnt er een lijst met persoonsnamen binnen deze publicatie. Hoe meer letters u intypt hoe specifieker de resultaten. Klik op een persoonsnaam om naar de pagina van die persoon te gaan.

  • Of u kleine letters of hoofdletters intypt maak niet uit.
  • Wanneer u niet zeker bent over de voornaam of exacte schrijfwijze dan kunt u een sterretje (*) gebruiken. Voorbeeld: "*ornelis de b*r" vindt zowel "cornelis de boer" als "kornelis de buur".
  • Het is niet mogelijk om tekens anders dan het alfabet in te voeren (dus ook geen diacritische tekens als ö en é).



Visualiseer een andere verwantschap

De getoonde gegevens hebben geen bronnen.

Aanknopingspunten in andere publicaties

Deze persoon komt ook voor in de publicatie:


Wilt u bij het overnemen van gegevens uit deze stamboom alstublieft een verwijzing naar de herkomst opnemen:
Sam Stamboom, "Stamboom Veenstra, Dijkstra, Peperkamp en Van den Dobbelsteen", database, Genealogie Online (https://www.genealogieonline.nl/stamboom-boris-bas/I8185.php : benaderd 8 januari 2026), "Johann Gerrit Vondeling (1900-1960)".