Stamboom Veenstra, Dijkstra, Peperkamp en Van den Dobbelsteen » Gerrit Lentink (1900-1928)

Persoonlijke gegevens Gerrit Lentink 

  • Hij is geboren op 27 maart 1900 in Zutphen.
  • Beroep: losse arbeider, mijnwerker.
  • Feit: (overlijden) .
    De gevaarlijke mijnarbeid
    Op vrijdag 13 juli 1928, gebeurde de eerste mijnramp op de S.M. Hendrik. Bij deze ramp, op die vrijdag de dertiende, kwamen dertien kompels om het leven. Een plotseling ontstane mijngasconcentratie van minstens 5%, waarschijnlijk veroorzaakt door een instorting, ontstak door enige oorzaak en initieerde daarmee tevens een ontploffing van kolenstof, was de oorzaak geweest concludeerde men achteraf. Toch is deze ramp niet zo bekend als de ramp van 1947, ik heb tenminste nergens een relevant gedenkteken kunnen vinden.
    De ramp voltrok zich omstreeks 14.20 uur op post 436 van afdeling (S)imon, dit was een pijler die op dat ogenblik in laag VII in bedrijf was.
    De pijler lag tussen de 401 meter en de 537-meterverdieping. De afvoer van de pijler was via een tussenschacht (opbraak) van 39 m. met deze verdieping verbonden.
    Pijler Simon was ongeveer 200 m. lang en er werkten normaal ongeveer 70 kompels die zo'n 450 wagens kolen per dag produceerden.
    De ontploffing vond plaats tijdens het wisselen van de bezetting. De ploeg van de middagdienst was nog onderweg en de ploeg van de ochtenddienst stond aan de schacht, of ging naar boven. Het geluk bij een ongeluk was dat alleen de schietploeg op de plaats des onheils aanwezig was. Overigens was dit normaal. Geschoten werd meestal tijdens de dienstwisselingen om het risico en het oponthoud zo klein als mogelijk te houden. Toen de ramp zich voltrok waren er 12 kompels op post 436 aan het werk.
    In de week voorafgaande aan de ramp waren herhaaldelijk kleinere concentratie mijngas gemeten. Door het plaatsen van persluchtblazers (düsen), de meest gebruikelijke oplossing om mijngasconcentraties te verdunnen, was er verder geen speciale aandacht aan geschonken. De Hendrik was immers bekend en berucht om zijn mijngas.
    Eigenlijk zou meesterhouwer en schiethouwer Janssen op deze dag dagdienst hebben en hulpopzichter Dietz middagdienst. Echter afdelingsopzichter Miseré verneemt 's morgens dat Dietz wegens familieomstandigheden niet kan werken en verzoekt Janssen de middagdienst van Dietz te draaien. Hij zal voor de ochtenddienst vervangen worden door reserveschietmeester Skovronski. Janssen gaat accoord en zal 's middags terugkomen.
    Voordat hij naar huis gaat controleert meesterhouwer Janssen post 436 op mijngas. Hij meet een kleine concentratie en waarschuwt Skovronski voorzichtig te zijn met schieten. Vervolgens draagt hij hem zijn zijn munitiekist met 46 patronen Agesid, 9 slaghoedjes en momentontstekers en ander schietgerei over.
    Om twintig over twaalf bevaart (inspecteert) opzichter Miseré ook post 436 en stelt vast dat er geen mijngas meer aanwezig is. Ook hij waarschuwt Skovronski voor het schieten zorgvuldig te controleren op aanwezigheid van mijngas. Van de twaalf mannen die op dat moment op de post werken klagen er enkele dat het er erg warm is. Hulphouwer Wlaszak heeft net als op de vorige dagen weer last van hoofdpijn. (Uit eigen ervaring denk ik dat dit zou kunnen wijzen op de aanwezigheid van mijngas.).
    Reserveschietmeester Skovronski is op dat moment 47 jaar, Oostenrijker van geboorte en al dertien jaren werkzaam op de SM Hendrik. Hij is gehuwd en vader van vier kinderen.

    Als omstreeks kwart over twee die middag zwarte rookwolken uit de afdelingen Simon en Betje (die qua luchthuishouding ook met Simon verbonden was) opstijgen, wordt alarm geslagen. Alles wijst op een ontploffing of brand. Bedrijfsingenieur Op den Kamp wordt geinformeerd, de reddingsbrigade wordt opgeroepen en er wordt opdracht gegeven de mijn te ontruimen.
    Op datzelfde tijdstip worden ook al de eerste slachtoffers aangetroffen. Aan de voet van opbraak 103 op de 537-meterverdieping wordt houwer Robeck bewusteloos aangetroffen. Door kunstmatige ademhaling toe te dienen is hij echter weer vlug op de been.
    Twee in de buurt aanwezige en toegesnelde opzichters vinden hulphouwer Heldens in de opbraak. Hij is bekneld tussen de laddervloeren en ladders en zal de volgende dag in het ziekenhuis in Heerlen aan een schedelbreuk overlijden.
    Omdat in de opbraak de ladders en vloeren zijn weggeslagen kan de inmiddels gearriveerde reddingsbrigade slechts met de grootste moeite, klimmend langs de stalen bekleding van de schacht, zich een weg naar boven banen. Als ze de tussengalerij bereiken worden ze geconfronteerd met een zware instorting die hen aanvankelijk de weg versperd.
    Hier wordt de zwaar gewonde houwer Latawice gevonden. Latawice is 38 jaar, gehuwd maar zijn vrouw woont nog in Polen. Hij werkt pas een jaar op de Hendrik. Bij aankomst in de verbandkamer is houwer Latawice reeds overleden.
    Ongeveer op dezelfde plek wordt houwer Rademakers gevonden, dood.
    Veel verder kan de reddingsbrigade hier niet komen want de weg wordt opnieuw versperd door een zware instorting.
    Een tweede reddingsploeg is vanaf de 401-meterverdieping onderweg naar de plek van de ramp. Maar nog voordat deze ploeg daar aangekomen is, heeft schiethouwer Janssen, die op weg naar zijn post is, de rookwolken gezien. Van andere kompels die ook onderweg naar hun posten zijn hoort hij dat enkele van hen reeds naar voren gesneld zijn om hulp te bieden. Samen met drie kompels lukt het hen een zestal bewusteloze kompels in een gang met verse luchtstroom te brengen.
    Voor de 30 jarige houwer Schmitz is het dan echter al te laat.
    Dan arriveert de tweede reddingsploeg die echter niet veel verder komt, weer tegengehouden door een instorting. Als ze op mijngas gecontroleerd hebben en vastgesteld dat dit niet meer aanwezig is doen ze hun persluchttoestellen af en kunnen zich zo via een nauwe doorlaat in de instorting naar voren werken.
    Ze vinden de lijken van drie houwers en een hulphouwer, door mijngas vergiftigd.
    Ook in afdeling Betje op de 316-meterverdieping, die met Simon in verbinding staat, zijn slachtoffers gevallen. Nog voordat hier een reddingsbrigade aanwezig is slagen hulpopzichter Kuckelkoren en locomotiefmachinist Verhoeven er in een aantal bewusteloos geraakte kompels in veiligheid te brengen. Omdat zij zelf echter ook zuurstofgebrek krijgen moeten zij hun pogingen staken.
    Wanneer de reddingsbrigade arriveert is het voor hulpopzichter Jongen, 31 jaar en vader van vier kinderen te laat.

    Als die rampdag, vrijdag de dertiende juli, voorbij is worden nog vier kompels vermist. Hun lichamen kunnen niet geborgen worden door de vele instortingen en de grote concentraties mijngas in de gangen. De bergings- en opruimwerkzaamheden vorderen slechts heel moeizaam.
    Pas op 26 juli worden de lichamen van Skovonskri en zijn kompel Lentink op de plek van de ontploffing gevonden. 45 Meter verder, in de pijler, wordt het lichaam van voorman Campers, bedolven onder een instorting, aangetroffen. Campers was getrouwd en vader van zes kinderen. Zijn oudste kind is elf jaar, het jongste twee maanden.

    Na de ramp werd door de Staatsmijnen zelf een onderzoekscommissie benoemd en daarmee was Staatsmijnen partijdig in deze eigen zaak. Eigenlijk had er een neutrale onderzoekscommissie van het Staatstoezicht op de Mijnen moeten ingesteld worden, maar ach, "de Koel" deed altijd al wat ze wilde. Alleen de Sociaal Democratische Mijnwerkersbond had kritiek op de gang van zaken.
    De conclusie van de onderzoekscommissie was; dat de ramp te wijten was aan een ongelukkige samenloop van omstandigheden en toevalligheden, niemand was dus persoonlijk schuldig.
    (Toen mijn vader in 1952 samen met een collega verongelukten, ze stikten ook in gas, kregen we hetzelfde verhaal verteld).
    Er waren echter wel fouten gemaakt, erkende de commissie. De afdelingsopzichter had officieel moeten melden dat er mijngas was gemeten. Ook hadden de dubbele messing gaaskappen van de benzinelampen (instrument waarmee het mijngas gemeten werd) van staal moeten zijn. Verder was op de plaats van de ramp de lucht verkeerd en te langzaam afgevoerd, deze ging namelijk via een andere afdeling (Betje) waardoor hier ook slachtoffers vielen.
    In een Duits laboratorium waren proeven gedaan waaruit geconcludeerd werd dat de lamp van Skovronski minstens vier minuten in een luchtstroom van meer dan vier meter per seconde en een gasconcentratie van negen procent was geweest. Hierdoor was het gaas gesmolten en had de vlam van de lamp de kans gekregen het ontplofbare mengsel van lucht en gas te ontsteken. Het mijngas zou kunnen zijn vrijgekomen door de instorting in de pijler waaronder voorman Campers bedolven was.
    De oorzaak van de ontploffing was dus niet het schieten van Skovronski zoals aanvankelijk werd gedacht. Integendeel zijn munitie was niet gebruikt, de slaghoedjes had hij nog in zijn zak, hij had helemaal niet geschoten.
    Nu, achteraf zou je kunnen zeggen dat de ramp te voorkomen was geweest. Indien de lucht voldoende snel ververst was geworden zou er nooit een gevaarlijke concentratie hebben kunnen ontstaan. Maar ja, dat had geld gekost ... en wie durfde de Staatsmijnen toen voor de rechter te dagen?

    Een ondergrondse ontploffing of brand was de nachtmerrie van iedere mijnwerker. Dat er altijd gevaar loerde wisten ze en accepteerden ze. Iedere maand vielen er gemiddeld zo'n twee dode kompels te betreuren. Het aantal ongelukken per jaar met verwondingen liep in de duizenden. Na iedere sjiecht was de verbandkamer gevuld met kompels die iets opgelopen hadden. Van blauwe nagels tot gebroken ledematen.
    Echter een alles vernietigende ondergrondse ontplofing van mijngas was in de nauwe ruimtes altijd catastrofaal. Een kettingreactie van gebeurtenissen was altijd het gevolg. Vaak was dat brand, een ontploffing van kolenstof met grote energetische waarde dat door de schokgolf werd opgeblazen en door het vuur ontstoken. Grote, zware instortingen waren hiervan het gevolg, waardoor weer nieuw, zeer giftig mijngas vrijkwam enz. Kortom een keten van rampzalige gebeurtenissen. Stel je daarbij voor dat de mijnwerker meestal halfnaakt zijn werk deed. De kans om te overleven is dan gelijk nul. Men noemde het niet voor niks "het Kolenfront" en in iedere mijngemeente vind je nu nog een gedenkteken dat de gevallen stijders aan dit zwarte, voor de bovenwereld onzichtbare, front herdenkt.
  • Hij is overleden op 26 juli 1928 in Brunssum, hij was toen 28 jaar oud.
  • Een kind van Willem Jan Lentink en Gerritje Hekkers
  • Deze gegevens zijn voor het laatst bijgewerkt op 28 maart 2024.

Gezin van Gerrit Lentink

Hij is getrouwd met Clazina Braam.

Zij zijn getrouwd op 29 maart 1922 te Zutphen, hij was toen 22 jaar oud.


Kind(eren):

  1. (Niet openbaar)
  2. (Niet openbaar)
  3. Clazina Lentink  1928-2008 

Heeft u aanvullingen, correcties of vragen met betrekking tot Gerrit Lentink?
De auteur van deze publicatie hoort het graag van u!


Tijdbalk Gerrit Lentink

  Deze functionaliteit is alleen beschikbaar voor browsers met Javascript ondersteuning.
Klik op de namen voor meer informatie. Gebruikte symbolen: grootouders grootouders   ouders ouders   broers-zussen broers/zussen   kinderen kinderen

Afbeelding(en) Gerrit Lentink

Voorouders (en nakomelingen) van Gerrit Lentink


Via Snelzoeken kunt u zoeken op naam, voornaam gevolgd door een achternaam. U typt enkele letters in (minimaal 3) en direct verschijnt er een lijst met persoonsnamen binnen deze publicatie. Hoe meer letters u intypt hoe specifieker de resultaten. Klik op een persoonsnaam om naar de pagina van die persoon te gaan.

  • Of u kleine letters of hoofdletters intypt maak niet uit.
  • Wanneer u niet zeker bent over de voornaam of exacte schrijfwijze dan kunt u een sterretje (*) gebruiken. Voorbeeld: "*ornelis de b*r" vindt zowel "cornelis de boer" als "kornelis de buur".
  • Het is niet mogelijk om tekens anders dan het alfabet in te voeren (dus ook geen diacritische tekens als ö en é).



Visualiseer een andere verwantschap

De getoonde gegevens hebben geen bronnen.

Aanknopingspunten in andere publicaties

Deze persoon komt ook voor in de publicatie:


Wilt u bij het overnemen van gegevens uit deze stamboom alstublieft een verwijzing naar de herkomst opnemen:
Sam Stamboom, "Stamboom Veenstra, Dijkstra, Peperkamp en Van den Dobbelsteen", database, Genealogie Online (https://www.genealogieonline.nl/stamboom-boris-bas/I40128.php : benaderd 11 januari 2026), "Gerrit Lentink (1900-1928)".