Stamboom Veenstra, Dijkstra, Peperkamp en Van den Dobbelsteen » Thomas Antonius Johannes Cornelis Heijman (1890-1962)

Persoonlijke gegevens Thomas Antonius Johannes Cornelis Heijman 

  • Hij is geboren op 2 mei 1890 in Schalkwijk.
  • Beroep: onderwijzer, priester en onderzoeker.
  • Feit: (diversen) .
    Hugo Thomas Heijman, norbertijn van de abdij van Berne in Heeswijk, was voor Jan Heesters 'Tom, vriend voor het leven'. Hij leidde een bewogen leven met veel studie en historisch onderzoek, dat uiteindelijk minder opleverde dan het aanvankelijk beloofde. Niettemin liet hij belangrijke sporen na. Hij werd geboren in 1890 in Schalkwijk en overleed op 11 juni 1962, twintig jaar voor de dood van Heesters. Jan schilderde in 1940 een geslaagd, statig portret van zijn vriend, met wie hij in zijn Mercedes vele uitstapjes maakte, o.a. naar Vlaanderen. Heijman was in Freiburg (Zwitserland) gepromoveerd en onderzocht de geschiedenis van de abdij, de orde en zijn stichter St.Norbertus. Als mediaevist was hij thuis in de twaalfde eeuw,- de abdij stamt uit 1134. Daarnaast stond hij aan de basis van de heemkunde-kringen in Noord-Brabant, waarvoor hij een soort grondwet ontwierp. Na de oorlog was hij jarenlang betrokken bij het openluchttheater in Heeswijk, dat hij de naam Kersouwe meegaf. Via Heijman moet Jan Heesters contact gehad hebben met Antoon Coolen, die van 1950 tot en met 1958 voor dit theater de openluchtspelen schreef.

    Een miskende roeping
    Tom Heijman was een zoon van Hermanus Heijman, schoolhoofd te Schalkwijk en Johanna Staal, die behoorde tot een onderwijzersgeslacht. Reeds als tienjarige jongen gaf hij te kennen priester te willen worden in de orde van de norbertijnen. Maar de dorpspastoor stak hier een stokje voor: Tom kende zijn katechismus onvoldoende. Bovendien eiste zijn vader dat hij eerst maar eens zijn onderwijzersakte moest halen. Nadat hij daarvoor met goede cijfers was geslaagd, deed hij als achttienjarige alsnog zijn intrede in de abdij van Heeswijk.Naast zijn studies in de klassieke talen kon hij al meteen les gaan geven en wel aan de zgn. Kleine Figuur, de eerste klas. Hij ontzegde zich de geneugten des levens overigens in dat eerste jaar geenszins: hij had 5 gulden zakgeld per maand nodig naast de twee gulden voor rookwaren. Een pak kostte hem 15 gulden, evenals een overjas. Voor de grote vakantie nam hij 10 gulden extra op. Kortom, aan de gelofte van armoede was hij nog niet helemaal toe. In 1912 ontving hij het witte kleed van Norbertus. Hij kreeg veel respect voor zijn "professoren" op de abdij, vooral voor de sociale pionier en boerenapostel Gerlacus van den Elsen en de estheticus Jan Knaapen, die ook grote indruk maakte op de 7 jaar jongere Antoon Coolen, die in dezelfde jaren als Heijman in Heeswijk studeerde. Tijdens zijn priesteropleiding verdiepte Heijman zich tevens zodanig in de geschiedenis van de abdij en de orde, dat hij kort na zijn priesterwijding in 1918 de opdracht kreeg om aan de universiteit van Freiburg in Zwitserland geschiedenis te gaan studeren.

    Veelbelovend onderzoeker
    In Freiburg werkte hij hard onder leiding van de mediaevist Gustav Schnürer. Ook hier paste hij het motto "Utile et dulce" toe: hij kon van het leven genieten. In 1924 rondde hij zijn studie af met een proefschrift, getiteld: "Untersuchungen über die Praemonstratenser Gewohnheiten", waarvoor hij het predicaat 'summa cum laude' verwierf. Terug in Heeswijk werd hij als archivaris aangesteld en volgde hij nog een aantal colleges in de palaeografie en oorkondeleer in Utrecht. Daar leerde hij onder zijn medestudenten kennen de latere hoogleraar R.Post en Jan de Jong, de latere aartsbisschop van Utrecht, met wie hij sindsdien vriendschappelijke contacten onderhield. Enkele jaren later, op een avond in mei in 1932, zou hij, samen met o.a. L.J. Rogier, door De Jong, inmiddels opgeklommen tot president van het grootseminarie Rijsenburg, uitgenodigd worden om te praten over de leidraad van een te schrijven Nederlandse Kerkgeschiedenis. De uitkomst daarvan is mij overigens onbekend. In de jaren twintig, begin dertig schrijft hij diverse gedegen artikelen als resultaat van historisch onderzoek. Vanaf 1930 geeft hij tevens les aan het Heeswijks gymnasium. In 1931 komt hij in aanmerking voor een hoogleraarschap in Nijmegen, maar de leerstoel gaat aan hem voorbij. Het jaar 1934 is een cruciaal jaar voor Heijman. Hij stopt met zijn lessen en schrijft zijn voorlopig laatste artikel "Acht eeuwen" in het "Berneboek" dat dan verschijnt t.g.v. het achthonderdjarig bestaan van de abdij.

    Tegenslagen en uitstapjes met Heesters
    Wat waren de achtergronden van de omslag die zich in 1934 aankondigde? Een van de redenen van zijn terugtreden, èn als docent èn als onderzoeker, was gelegen in zijn precaire gezondheidstoestand. Hij lijdt dan aan struma en acute bronchitis. In deze jaren wordt hij tweemaal geopereerd. Het maakt hem soms erg prikkelbaar en ongemakkelijk voor zijn omgeving. Daarnaast is er naar zijn zeggen op de abdij niet de juiste sfeer voor wetenschappelijk onderzoek. Spanningen binnen de abdijmuren spelen hem blijkbaar behoorlijk parten. Deze gevoelige man, die iets van een kunstenaar heeft, kan slechts in rustige omstandigheden tot resultaten komen. Mogelijk heeft ook een brief, die hij ontving van rijksarchivaris Schoengen, hem ontmoe-digd. Deze collega schrijft hem: "Rijden wij bij de behandeling van de Praemonstratensers elkaar niet in de wielen? Is het wel te verdedigen dat wij onze krachten op één en hetzelfde onderwerp beproeven?" Schoengen pleit voor samenwerking, maar daar is het nooit van gekomen. Hoe het ook zij, Heijman heeft zijn wetenschappelijke arbeid grotendeels laten varen en afleiding gevonden in het archief en in heemkundig 'kleinwerk'. Gelukkig waren er ook nog de uitstapjes met Jan Heesters in diens Mercedes,- vaak ging de tocht naar Vlaanderen, waar Tom zijn vriend kennis liet maken met dr. Hein van Lieshout, een kruisheer uit Diest, die Jan zou introduceren bij vele oude, adellijke families in het Vlaamse land. Op 2 mei 1940 werd Tom Heijman vijftig jaar. Voor die gelegenheid tracteerde Jan zijn vriend op een groot portret. Hij schilderde hem als een waardige norbertijn, in wit habijt gezeten in een fauteuil. Aan het portret voegde hij toe: "Aet. L" (Aetatis 50). Wellicht heeft u het portret twee jaar geleden nog bewonderd in het Heestershuis, het behoort tot de collectie van ons museum. Het schilderij straalt eruditie en wijsheid, maar ook enige gestrengheid uit.

    Heemkunde in de oorlogsjaren
    Onderzoek naar eigen bodem en verleden begon in de jaren dertig populair te worden. Begin jaren veertig ontstond de georganiseerde heemkunde-beoefening in Brabant, die een extra impuls kreeg van de brute bezetting door de Duitsers. Heijman was hierin al langer geïnteresseerd en mocht bij zijn wandelingen door het dorp graag van gedachten wisselen met zijn dorps-genoten over natuur en eigen verleden. Bij de opzet en fundering van heemkunde-kringen speelt hij in deze jaren een hoofdrol. Hij weet spanningen tussen de liefhebberende werkers in de dorpen en het 'geleerde' Provinciaal Genootschap te kanaliseren. De rede, die hij op 3 maart 1941 in 's-Hertogenbosch uitspreekt voor het Provinciaal Genootschap voor Kunsten en Wetenschap-pen (waar hij zelf bestuurslid van is), getiteld "Heemkunde in Noord- Brabant", is te beschouwen als een soort handvest voor de latere Heemkunde-beoefening. Hij pleit in zijn rede voor een vruchtbare wisselwerking tussen amateurs en wetenschappers. Hij besteedt aandacht aan het pedagogisch aspect en pleit voor leiding door kunstenaars, die met het heem verbonden zijn. Medegrondlegger en natuurkenner Jan Vriends stelt dan bij elke sectie een aantal deskundigen voor. Voor de sectie Beeldende Kunst noemt hij architect Valk en … de schilder Jan Heesters, voor Film komt hij met Antoon Coolen, voor Geschiedenis en Archief noemt hij o.a. Anton van Duinkerken en Hugo Heijman. Na de oorlog zijn de spanningen op de abdij kennelijk dusdanig verminderd, dat Heijman zich weer op de studie van de orde werpt en zijn activiteiten voor Brabants heem steeds meer beperkt. Er verschijnen weer wetenschappelijke publicaties en hij schrijft "De Werkende Stilte", een volgens Hollenberg uitstekend gecomponeerde studie over de opkomst van de norbertijner orde.

    De Kersouwe en Coolen
    Als mede-oprichter stond Heijman ook aan de wieg van het openluchttheater in Heeswijk vlak na de oorlog. Vanaf de oprichting in november 1945 was hij bestuurslid, vanaf 1947 tot en met 1955 was hij secretaris van de Kersouwe, een naam die ook uit zijn koker was gekomen (Kersouwe = madeliefje). Als zodanig was hij een van de pijlers van het openluchttoneel. Oud-regisseur van De Kersouwe Ad van de Ven spreekt in dit verband vooral over de geleerde Heijman, de erudiete pleitbezorger. Vaste leverancier voor dit gebeuren was vanaf 1950 Antoon Coolen. Ieder jaar schreef hij een toneelstuk, geschikt voor het natuurtheater in de Meijerij. Als vriend van Heijman moet Heesters met deze schrijver kennis gemaakt hebben. In 1957 werd Coolen zestig jaar. Voor het tijdschrift Brabantia schreef Heijman het artikel: "Antoon Coolen als toneelschrijver voor Heeswijk". Hij begint daarin zo: "Er schuilt meer dan toeval in dat Heeswijk zijn toneelschrijver kreeg in de persoon van Antoon Coolen. Deze studeerde enige jaren op het gymnasium der abdij, waar prof. Knaapen hem de schoonheid openbaarde van Vondels Gijsbrecht. Coolen leerde hier ook het dorp kennen met zijn kasteel, zijn oude molens en zijn "ancestrale" hoefsmidse. Hij zag het boomrijke landschap, hoorde de gestage hamering van de bel op de stoomtram …." Het was Heijman zelf die deze veelschrijver had overgehaald voor zijn theater te gaan schrijven. In zijn laatste levensjaren vond Heijman vreugde in het werk van de Bernekring, met name van zijn cultuurhistorische sectie. Na een kortstondig ziekbed overleed Hugo, alias Tom Heijman, op 11 juni 1962 in het Grootziekengasthuis in 's-Hertogenbosch. Zowel de wetenschap als de heemkunde- en toneel-beoefening hadden veel aan deze getalenteerde man te danken. Jan Heesters verloor zijn goede Tom, vriend voor het leven.
  • Hij is overleden op 11 juni 1962 in 's Hertogenbosch, hij was toen 72 jaar oud.
  • Een kind van Hermanus Heijman en Johanna Maria Staal
  • Deze gegevens zijn voor het laatst bijgewerkt op 27 juli 2022.

Gezin van Thomas Antonius Johannes Cornelis Heijman

Heeft u aanvullingen, correcties of vragen met betrekking tot Thomas Antonius Johannes Cornelis Heijman?
De auteur van deze publicatie hoort het graag van u!


Tijdbalk Thomas Antonius Johannes Cornelis Heijman

  Deze functionaliteit is alleen beschikbaar voor browsers met Javascript ondersteuning.
Klik op de namen voor meer informatie. Gebruikte symbolen: grootouders grootouders   ouders ouders   broers-zussen broers/zussen   kinderen kinderen

Afbeelding(en) Thomas Antonius Johannes Cornelis Heijman

Voorouders (en nakomelingen) van Thomas Antonius Johannes Cornelis Heijman

Thomas Antonius Johannes Cornelis Heijman
1890-1962


Via Snelzoeken kunt u zoeken op naam, voornaam gevolgd door een achternaam. U typt enkele letters in (minimaal 3) en direct verschijnt er een lijst met persoonsnamen binnen deze publicatie. Hoe meer letters u intypt hoe specifieker de resultaten. Klik op een persoonsnaam om naar de pagina van die persoon te gaan.

  • Of u kleine letters of hoofdletters intypt maak niet uit.
  • Wanneer u niet zeker bent over de voornaam of exacte schrijfwijze dan kunt u een sterretje (*) gebruiken. Voorbeeld: "*ornelis de b*r" vindt zowel "cornelis de boer" als "kornelis de buur".
  • Het is niet mogelijk om tekens anders dan het alfabet in te voeren (dus ook geen diacritische tekens als ö en é).

Verwantschap Thomas Antonius Johannes Cornelis Heijman



Visualiseer een andere verwantschap

De getoonde gegevens hebben geen bronnen.



Wilt u bij het overnemen van gegevens uit deze stamboom alstublieft een verwijzing naar de herkomst opnemen:
Sam Stamboom, "Stamboom Veenstra, Dijkstra, Peperkamp en Van den Dobbelsteen", database, Genealogie Online (https://www.genealogieonline.nl/stamboom-boris-bas/I32759.php : benaderd 10 januari 2026), "Thomas Antonius Johannes Cornelis Heijman (1890-1962)".