Dit verslag is geschreven door Stephan Godijn. Het gaat over de dramatische tijd die hijzelf, zijn moeder en zijn jongere zuster meemaakten, nadat zij in de loop van september 1944 wegens de voor hen uitzichtloze omstandigheden naar Duitsland waren gevlucht.
Zijn vader Co had zich door zijn collega-kelner Sprokkreeff in Café-Restaurant ’t Zwaantje omstreeks 1943 laten ompraten lid van de NSB te worden, omdat sommige ideeën ervan hem wel enigszins aanspraken, maar hij had nooit enige activiteit ten gunste van de politieke organisatie van Mussert ondernomen. Eenmaal genoteerd als lid vond hij het laf om zich uit deze beweging terug te trekken toen de Duitsers terrein begonnen te verliezen. Wel realiseerde hij zich op ‘Dolle Dinsdag’ dat zijn NSB-lidmaatschap nu gevaarlijke consequenties zou kunnen krijgen. Daarom raadde hij zijn vrouw aan om voor de veiligheid van haar en de kinderen zo spoedig mogelijk naar Duitsland te vertrekken. Zelf bleef hij ‘voorlopig’ in Soesterberg achter.
De 23-jarige Jacobus (Co) Godijn en Dorothea (Dora of Doortje) Heijman (geboren in Utrecht) trouwden in Utrecht in 1931. Hij was daar enige tijd uitbater van Café van Schaik op Stationsplein 2A. In oktober 1938 ging hij werken bij ’t Zwaantje in Soesterberg van drankhandelaar Hendrik Strietman te Zeist (1895-1957).
De zoon Stephan van Co en Dora werd geboren op 9 mei 1934. Zijn zuster Doortje kwam 2 jaar later ter wereld.
Najaar 1939 verhuisde het gezin Godijn van Utrecht naar Luitenant Koppenlaan 2 in Soesterberg, op vijf minuten lopen van zijn werk. Sinds 1934 was hier enige tijd horlogemaker en goud- en zilversmid F.G. Krasenbrink gevestigd en in 1939 mej. T. Boeziek met een afdeling van Ascot Cleaners.
Tijdens de bezetting werden er zeer goede zaken gedaan in ’t Zwaantje. Behalve de ‘gewone’ gasten kwamen er veel Duitse militairen, onder wie personeel van de Bauleitung in Bosch en Duin die er projecten bespraken met Nederlandse aannemers die graag voor de bezetters werkten. Dit ging vrijwel onverminderd door tot in de zomer van 1944.
Stephan Godijn noteerde zijn verhaal in de loop van 2015 in acht afleveringen. Dit deed hij op verzoek van Dik Top die sinds 1967 in Noorwegen woont. Hij heeft het verslag enigszins bewerkt om het geschikt te maken voor publicatie.
Voor zover ik weet was mijn vader in 1943 lid van de Nationaal Socialistische Beweging (NSB) geworden, op aandringen van onze buurman J.J. Sprokkreeff. Deze werkte ook bij ‘t Zwaantje en woonde sinds oktober 1938 net om hoek van de Luit. Koppenlaan op Banningstraat 88. Maar mijn vader was niet uit idealistische overwegingen lid geworden. Nooit heeft hij een functie geambieerd of een uniform gedragen. Ik was toen 8-9 jaar oud. Zelf heb ik nooit gemerkt dat hij iets kwalijks zou hebben gedaan. Toen het tij keerde, zei hij tegen mijn Moeder “Nu het niet goed gaat, vind ik het laf om mijn lidmaatschap op te zeggen.” Zij zelf was het er helemaal niet mee eens dat hij had besloten zich bij de NSB aan te sluiten. Volgens mijn zus Doortje verweet mijn moeder Sprokkreeff altijd dat hij mijn vader zo ver had gekregen zich aan te melden bij de NSB.
In de loop van mei-juni 1945 kwam moeder er achter dat men in Soesterberg de ‘Lüneburgers’ opwachtte. Zo werden de NSB-ers genoemd die naar Duitsland waren gevlucht. Dit is de hoofdreden waarom zij met ons nooit naar Soesterberg is teruggekeerd. In Utrecht kende behalve haar familie en een paar vrienden niemand haar geschiedenis. In Soesterberg zou ze zijn verhoord en in hechtenis zijn genomen. Achteraf gezien geloof ik dat dit de juiste keus is geweest. Wij hebben na de oorlog geen hinder ondervonden van mijn vaders verkeerde stap.
Maar de verschrikkingen die na de oorlog in de openbaarheid kwamen, hebben mijn moeder, mijn zuster en ik als een zware last stilzwijgend moeten dragen. Tot op deze dag weten de kinderen van Doortje niet dat onze vader tijdens de oorlog ‘fout’ was en ook niets van ons verblijf in Duitsland. Aan mijn eigen kinderen (een dochter en een zoon) heb ik het wel in openheid verteld.
Over de gevolgen na de oorlog valt nog veel te vertellen. Het is voor ons een zeer moeilijke tijd geweest. Het huis in Soesterberg was leeg gehaald en de spullen onder de familie verdeeld. Doordat er aan geen huis te komen was, hebben wij zeer lang ingewoond, maar geen van allen op hetzelfde adres. Totdat mijn moeder in 1948 opnieuw in het huwelijk trad.
Een grappige bijkomstigheid is dat het hoofd van de Openbare School meester Lub kort na de oorlog in ons huis ging wonen. Zelf heb ik toevallig iets van deze verhuizing gezien.
Op een dag, lopende met moeder in de Kanaalstraat, stond ze ineens stil. “Kijk nou eens wie daar loopt, een vriend van je vader.” Ze stak meteen de straat over, recht op de man af. “Goeie dag, hoe gaat het met jou?” vroeg ze. Ik had deze man nog nooit gezien. “Nee maar, Dora ! Hoe maak jij het?” antwoordde hij. Moeder viel direct met de deur in huis. “Jij hebt het kostuum van Co aan! Hoe kom je daar aan?” Zonder enige schroom antwoordde hij “Ja dat klopt, ik heb het van hem gekocht.” Moeder stond bijna schaakmat. Ze gaf zich echter niet zonder meer gewonnen en zei: “Dat kan ik niet geloven. Dat was niets voor Co, dat zou hij nooit hebben gedaan.” De man hield echter vol dat zijn bewering toch echt waar was en dat het toen een rare tijd was. Moeder viel hem in de rede. “Was jij er bij die nacht toen Co werd doodgeschoten? Wat heeft zich in die nacht precies afgespeeld? Het is nu al een jaar later en ik weet alleen dat hij daar is doodgeschoten op 14 oktober.”
“Ik zal het je vertellen” zei de man. “We zaten ‘s avonds met een man of wat in Huis ter Heide in de lunchroom van Harwijne, die zelf lid was van de NSB.
Naarmate het later werd, kwamen er steeds meer Duitse soldaten binnen. Er werd druk gepraat en ook flink gedronken. Langzamerhand kregen de gesprekken een politiek tintje. Eén van de soldaten draaide zelfs met een pistool boven zijn hoofd en hij werd ook agressiever. Een ander probeerde dat te sussen. Alles bij elkaar werd het een tamelijk angstige situatie. Ik vermoed dat het Co verstandig leek om het pistool dat op de tafel was komen te liggen te verstoppen, voordat de tamelijk beschonken Duitser er gevaarlijke dingen mee zou kunnen doen. Hij pakte het pistool onopgemerkt weg en legde het in de oven van de bakkerij. Daarna ging hij weer onopvallend bij ons in zijn stoel zitten. Na verloop van tijd, ongeveer rond middernacht, maakten de Duitsers aanstalten om te vertrekken. Toen ontdekte de bewuste Duitser dat hij zijn pistool kwijt was. Alle aanwezigen werden ondervraagd, maar niemand meldde zich. Een van de officieren verloor zijn geduld en zei: “Als de dader zich niet direct meldt, worden jullie allemaal neergeschoten.” Hij wees daarbij naar een paar mannen die er zaten. Co stond op liep naar achteren, waar de bakkerij was, en kwam terug met het pistool in zijn hand. Hij legde het in de lunchroom op de tafel, liep naar zijn stoel en ging weer zitten. Meteen daarop gaf de officier aan een onderofficier de opdracht: “Schiet hem neer.” Maar deze man weigerde. Daarop trok de officier zelf zijn pistool en schoot Co zittend in zijn stoel dwars door zijn hart. Het was een vreselijke toestand. Wij hebben daar de hele nacht tot wel 3 uur moeten blijven, totdat ze het levenloze lichaam van Co weghaalden. Hij overleed in de nacht van zaterdag op zondag om ongeveer kwart voor één. Zijn lichaam werd eerst neergelegd in een schuur aan de Prins Alexanderweg, onder een zeil. Later die nacht werd zijn lijk op een rijwielbrancard van het Rode Kruis vervoerd naar de lijkenkamer van het Algemeen Zeister Ziekenhuis.”
Helaas weet ik niet hoe deze ‘vriend’ van mijn vader heette. Hij was vermoedelijk ook lid van de NSB. Ik heb hem nooit meer gezien.
bij overlijden woende te Soest
Oorlogsslachtoffer, Gefusilleerd of op andere wijze vermoord’ (i.p.) / doodgeschoten (d.r.) .) / Wegens diefstal van een vuurwapen van een Duitse militair (Bron: proces-verbaal gemeentepolitie Zeist)
Hij is getrouwd met Theodora Heijman.
Zij zijn getrouwd op 18 november 1931 te Utrecht, hij was toen 23 jaar oud.
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Jacobus Godijn | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
1931 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Theodora Heijman | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.