In april 1945 woonde ik aan de Ebbingestraat 9 te Groningen. Mijn vader had daar een kaaswinkel. De bevrijding was voor ons een angstig gebeuren. In de avond van 15 april zagen we buiten een groot vuur met daar in het midden de Martinitoren en het loeien van de branden. Daarna zagen we mensen komen over de Ebbingebrug, vooral mensen uit de Oude Ebbingestraat waaronder voor ons vele bekenden, die op de vlucht waren voor de brand. Met kinderwagens, karretjes en fietsen vol huisraad liepen zij in shock richting plantsoen met op de achtergrond de gloed en het loeien van de brand. Op dat moment was niet te bevatten wat er allemaal gebeurde en bovendien waren we bang dat ieder ogenblik de Martinitoren met donderend geraas zou instorten. Ondertussen gingen de ontploffingen en het schieten de hele nacht door en werd het gedreun steeds heviger.
De volgende dag ging mijn vader met de buren Addo Woest en Polle Huizinga het dak op om met een tuinslang de boel nat te houden tegen de vonkenregen. Intussen zaten mijn moeder en wij, drie kinderen van 4 maanden, 8 en 11 jaar in de achterkamer dicht bij elkaar. De situatie was erg gespannen, de Canadese soldaten voerden een huis-aan-huisgevecht. Plotseling stormde een Canadese soldaat naar binnen met een geweer in de aanslag op zoek naar Duitsers die zich mogelijk hadden verstopt. Na grondige inspectie van de woning vertrok hij weer, ons in onzekerheid achterlatend.
Tijdens een vuurgevecht kwamen Canadese soldaten mijn moeder en wij kinderen uit huis halen vanwege het naderend vuur. Onder begeleiding van de Canadese soldaten, waarvan één soldaat de reiswieg met mijn babyzusje onder zijn hoede nam, liepen wij tegen de gevels gedrukt van portiek naar portiek. Plotseling kwam mijn vader met Addo daar ook aan, helemaal overstuur roepend: “Ze hebben hem doodgeschoten, ze hebben hem doodgeschoten! Polle is dood.”
De mannen hadden met z'n drieën op het dak gestaan om het pand nat te houden, Polle Huizinga in het midden. Vanuit apotheek de Zaayer werd op de mannen geschoten, Polle werd geraakt en was op slag dood. Mijn vader en Addo zijn met een hulpverlener opnieuw naar het dak gegaan om voor het lichaam van de eenentwintigjarige Polle Huizinga te zorgen.
Na dit alles bleek dat de Duitse soldaten die nog weerstand hadden geboden, vrij snel waren overmeesterd en eindelijk was het schieten opgehouden. Omdat de brand achter ons huis nog niet was geblust, moest ons huis worden ontruimd. Buurtbewoners schoten te hulp om de inboedel eruit te halen, de spullen werden midden op straat in de Marktstraat gezet, heel raar om onze huis raad en vertrouwde spullen op straat te zien staan.
Al snel kwamen er voorbijgangers die er met onze spullen van door gingen. Ook de kaaswinkel werd geplunderd, voorzover er nog kaas was. De etalage stond vol met zgn. Goudse kazen van blik, niet van echt te onderscheiden. We zagen iemand wegrennen met zo'n grote "Goudse kaas" van blik, maar na een paar meter ermee te hebben gerend, werd hem kennelijk duidelijk dat het nep was. De man gooide het blik van zich af en de namaakkaas rolde als een wiel verder de straat in.
Nel Dijkstra, Emmen
Hij is getrouwd met Geziena Jacoba Bolhuis.
Zij zijn getrouwd voor 1945.
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Polle Huizinga | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
< 1945 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Geziena Jacoba Bolhuis | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.