Hij is getrouwd met Mabelia van IJsselmonde.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
Hij is de bewijsbare stamvader van het geslacht van Egmond.
Hij is begraven in de kerk te Egmond.
Hij komt voor onder de 'homines cimitis' bij het vredesverdrag met Brabant van 3 nov. 1200.
Hij schonk met Antonius de Gelmen het goed Albrantswaart in het land van Putten aan de abdij Ter Does (Ter Duinen), hetgeen in 1201 werd bevestigd door graaf Dirk VII van Holland.
Als partijgenoot van graaf Willem I vocht hij in de Loonse oorlog (1204-1205) aan het hoofd der Kennemers, samen met Banjaert, de heer van Sint Aagtenkerke te Beverwijk.
Zijn kasteel op de Hoef werd in die tijd door de vijand verwoest, het is later weer opgebouwd; op 7 juni 1573 werd het door Sonoy geheel afgebrand, in verband met de Spaanse aanval op Alkmaar.
Wegens zijn voortdurende twisten met de abdij, wier zaakgelastigde (advocadus) hij was, zou men hem de bijnaam van 'Kwaden Wouter' gegeven hebben.
Het is onbewezen of hij een zoon was van Allardus, die in 1186 bij Schagen tegen de Friezen sneuvelde.
Kwade Wouter. Rond 1200 is het Wouter, bijgenaamd de Quade, die na geslaagde kruistochten als eerste de titel van ridder mag voeren. Met de monniken heeft hij niet veel op want hij maakt een einde aan het visrecht. Elke tiende vis moet voortaan naar het kasteel worden gebracht in plaats van naar de abdij. Hij belandt in een strijd met graaf Lodewijk van Loon die nauwe banden heeft met de abdij. Hij ontvoert diens vrouw gravin Ada naar Terschelling en laat haar inschepen naar Engeland. De graaf van Loon laat in 1203 uit wraak Wouters kasteel in de brand steken. Wouter verdenkt daar dan weer de monniken van en in de kerstnacht trekt hij met zijn krijgsvolk naar de abdij en raakt slaags met de kloosterknechten. De krijgers steken een molen in brand en de grafelijke stallen. Kwade Wouter bouwt een nieuw en groter kasteel, maar zelf heeft hij daar weinig aan want hij overlijdt in 1208 op veertig jarige leeftijd. Willem, de zoon van Wouter, bouwt bij het Slot op den Hoef een kerkje, de Slotkapel. Geschiedschrijvers vermoeden dat dit een tegenhanger van de abdij moet zijn want de verhoudingen worden er niet beter op.
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.