Tjeerd is in 1828 door de militaire krijgsraad in Noord Hollandveroordeeld (dossier nummer 1266 inventaris nr N-M 68)
Hij was 1 el, 6 palm, 7 duim, en 5 streep lang. Verder had hij een bredemond met een ronde kin, bruin haar en blauwe ogen.
In 1819 woonde hij in Leeuwarden.
Op 3-5 1819 trad hij in dienst als fuselier bij de 8e afdelingInfanterie te Maartensdijk waar hij tot 13-7 1824 verbleef,dit voldeedhem waarschijk zo goed, dat hij op 3-1 1825 voor een periode van 6 jaarbijtekende als Karassier en kreeg hiervoor fl. 8,00 aan handgeld. Indeze laatste periode is hij tenminste 15 keer opgepakt wat varieerde vandronkenschap tot het dreigen met de sabel.
Aangifte van overlijden werd gedaan te Dokkum op 27-1-1831 als TierdPieter Bomsma.
Tjeerd was ongehuwd.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.