Roeterdink De eerste vermelding van deze boerderij dateert van 1382 waar het Roterdinc als een horig erf van de heer van Wisch wordt genoemd onder de vermelding "Wisscher lude Eschede" en met de naam van Heyn Roterdinc, hij zal er toen waarschijnlijk gewoond hebben. In 1480 wordt de boerderij genoemd als Roterdink. De boerderij behoorde dan tot prior en convent "Groeten Buerloo" en en is gekocht van Bernt van Wysch en zijn vrouw. In de pondschatting van 1492 lezen we ene Tabe de bouman is, hij is pauper. In een akte betreffende nieuwe voorwaarden van verpachtingvoor vier jaar lezen we dat het convent het goed Roterdynk te Gorssel in 1534 verpacht heeft aan Henrick Roterdynck. Streektaalkundig gezien zou de naam Roeterdink vertaald kunnen worden in: roet en dink. Roet betekent in het plaatselijke dialect onkruid. Dink is heuvelachtige verhoging in landschap, droogblijvend bij hoog water van de IJssel bij Gorssel. Naam wordt ook geschreven als Roetering, Roteringh, Roterdynk en 't Roeterd. Het Roeterdink te Gorssel was volgens overlevering in de Middeleeuwen de plaats, waar ter dood veroordeelden werden opgehangen.
https://www.strookappe.nl/foto%27s/Eesterhoek/Roeterdink%20-%20Linde.jpg" width="359" height="250" />
Een nog bestaande stille getuige van het erve Roeterdink is een oude linde die ten oosten of ten zuiden aan de voorzijde van de boerderij heeft gestaan. De Roeterdink linde is zeker 200 jaar oud en mogelijk wel 600 jaar oud en kon wel eens de oudste linde van Gelderland zijn. De boom is hol van binnen maar is nog gezond!
In het verpondingskohier van 1648 blijkt dat het Roeterdinck toebehoort aan 't Predikerklooster te Zutphen en bestaat uit "tientbaar uitgesondert 4 molder, an gesaay 28 nolder, Hof x molder, weydelandt 19,5 koeweide. Noch 2,5 mldr gesaay met ackermael met noch het heggeholt om de kempe. Geeft jaerlix in 't geheel 209 daalder. Al met al een flink bedrijf dus. De pacht was het hoogste van hethele kerspel Gorssel in 1646!
In die tijd waren Gerrit Claessen Roeterinck en Aaltjen Roeterinck de hoofdbewoners van de boerderij. Mogelijk zijn zij familie van Henrick Roterdynck (de pachter anno 1534) maar niet duidelijk is wie van beiden dan een nakomeling van Henrick zou zijn. Van Aaltjen haar voorouders is überhaupt niets bekend alhoewel we verderop in het verhaal wel een aanname doen. Van Gerrit weten wij dat hij een zoon van ene Claes en mogelijk is dat Claess Gerraetssen die in 1643 als doopgetuige wordt genoemd, maar dat is dus niet zeker. Een mogelijkheid is ook dat Gerrit de broer is van Lisabeth Claessen die getrouwd was met Claess Smeinck
Gerrit en Aaltjen zijn waarschijnlijk getrouwdomstreeks 1633 en hadden in ieder geval drie dochters. De twee oudsten Geertjen en Garbrecht trouwden met twee broers van 't Valcke in Eefde zijnde resp. Wolter en Jan. Geertjen gaat met Wolter wonenop 't Valcke en Jan komt naar 't Roeterdink om daar met Garbrecht en haar ouders te wonen en uit hun huwelijk worden twee zoons geboren. Garbrecht overlijdt niet lang daarna en Jan hertrouwt in 1667 met Marritjen Jansen en gaat op haar ouderlijk huis Ooijtink in Almen wonen. Zus Geertjen is al eerder overleden, dat was al in 1662. Wolter hertrouwt ook en vertrekt naar Beunk in Epse. Op 't Valcke is de moeder van Wolter en Jan al in 1651 hertrouwd met de jongere Harmen Dercks en na haar overlijden hertrouwt deze Harmen in 1666 met de derde dochter Roeterdink en dat is Claesken! En zo verhuist er opnieuw een dochter van Gerrit en Aaltjen naar 't Valcke in Eefde waar duidelijk een band mee was. Op de foto hiernaast zien wij Roeterdinks van 2012 poseren voor deze boerderij ook al woonden zij er toen niet.
Uit het huwelijk van Harmen en Claesken wordt één docher geboren. In 1669 hertrouwt Claesken met Hendrick Claessen ten Bosch z.v. Claes Aelberts ten Bosch en Dercksken Hendericks Schuring. Dit zal familie zijn geweest want Claes was de getuige bij de doop van Claesken! Claes Aelberts ten Bosch was eerder getrouwd met Garberich Gerritsen op 't Have en zij is een dochter van Cunneken Hendriks en het is goed mogelijk dat deze Cunneken een zus van Aaltjen Roeterdink was. In dat geval is de herkomst van Aaltjen toch te herleiden en zou zij een dochter kunnen zijn van Henrick ten Bussche, een kleindochter van Garrit ten Bussche en achterkleindochter van Henrick Roterdynck, de pachter van 1534. Maar we doen hierbij wel een paar aannames!https://www.strookappe.nl/foto%27s/Eesterhoek/Roeterdink%20-%20Familie%20Roeterdink%20voor%20boerderij%20Valcke%20in%20Eefde.jpg" width="376" height="250"/>
Laten we het maar even bij feiten houden. Uit het eerste huwelijk van Claesken wordt in 1667 een dochter geboren en uit haar tweede huwelijk worden drie kinderen geboren. Dochter Geesken wordt in 1670 geboren op 't Valcke, maar de zoons Jan en Albert worden in resp. 1672 en 1675 geboren op Roeterdink. Waarschijnlijk is moeder Aaltjen voor 1672 overleden en komt Claesken daarom terugnaar Gorssel om bij haar vader te zijn. Claesken trouwt op 13 mei 1677 voor de derde keer, nu met Albert Willems Bijlart (Bielderman) uit Harfsen. Albert komt naar Gorssel en gaat verder als Roeterdink door het leven en wordt vader van vier kinderen: Henderick, Willem, Gerrit en Aeltjen. Gerrit is vernoemd naar zijn opa die in 1680 nog wel in leven was en op de boerderij woonde.
Willem is overleden tussen 1709 en 1713 want in het lidmatenregister van dat jaar wordt hij niet meer genoemd. Klaasken Roeterink, bouvrouw op Roeterink, woont dan samen haar twee jongste kinderen Gerrit en Aaltjen op de boerderij. Ook kleindochter Anna Everts van de Kleine Muil woont op de boerderij, zij is de meijt aan Roeterink. Dochter Aaltjen was al in 1708 getrouwd met Jan Stevens Bleeckman die waarschijnlijk ook op de boerderij woonde maar pas in 1718 wordt ingeschreven als lidmaat van de kerk in Gorssel. Waarschijnlijk zijn Aaltjen en Jan in 1715 verhuisd naar de Roskam in het dorp waar Jan herbergier was. Zij maakten toen plaats voor Gerrit Roeterdink die op 12 april 1715 trouwde met Willemken Klaassen Bronsink en met haar op de boerderij ging wonen. Uit dit huwelijk worden zes kinderen geboren in de periode 1716-1729. Van geen van de zes kinderen noch van Gerrit en Willemken wordt na deze periode iets vernomen en we hebben het vermoeden dat de familie is vertrokken van 't Roeterdink of nog erger.
Op 5 april doet Philips Jansen, bouwman op Roeterinck, belijdenis. Hij is op 6 juni 1732 getrouwd met Hendersken Albert Wiltink en zij zullen toen op 't Roeterdink zijn gaan wonen en Gerrit en Willemken hebben opgevolgd. Philip is de zoon van Jan Stevens Roskam en Aaltjen Alberts Roeterinck en dus een neefje van Gerrit Alberts Roeterinck. Hendersken is een dochter van Albert Wiltink die van oorsprong een Roeterdink is, hij is namelijk in 1675 geboren als zoon van Henderick en Claesken Roeterinck. Philip en Hendersken waren dus neef en nicht en uit hun huwelijk worden geen kinderen geboren. Op 12 februari 1735 hertrouwt Philip met Teunisken Wolferink en uit dit huwelijk worden wel kinderen geboren, negen in getal waarvan de jongste waarschijnlijk kort na zijn/haar geboorte in 1751 overlijdt. De andere acht groeien op en trouwen en wonen o.a. op Klaphekke (Jan), Reuvekamp (Geertjen), Dommerholt (Harmken), Boschloo (Gerrit) en Groot Bentink (Willem). Op delaatst genoemde boerderij gaat Philip ook wonen, hij maakt waarschijnlijk plaats voor zoon Albert die op 9 juli 1769 trouwt met Jenneken Lentink. Ruimte moest er komen, want uit dit huwelijk worden maar liefst tien kinderen geboren. Ook de meeste van deze kinderen komen goed terecht en zien we terug op deze website zoals zoon Antonij op 't Gier en dochter Alberdina op 't Dijker. Twee andere dochters blijven op Roeterdink wonen. Allereerst dochter Geesken die in 1803 trouwt met Teunis Roeterdink van 't Klaphekke waarnaartoe zij waarschijnlijk in 1805 zijn verhuisd.
Volgens eenpachtcedul van 25 november 1811 blijkt Albert pachter van het erve en goed Roeterdink en hij verklaart deze dan in huur te accepteren voor 155 guldens, hij pacht deze van het Geestelijke Rentambt te Zutphen. Garrit Valkeman en broer Garrit Roeterding staan borg voor betaling van de pacht. Op dezelfde dag wordt een pachtcedul opgesteld voor het Wolferink en ook hier staan Garrit Valkeman en GarritRoeterdink borg, de pacht daarvoor was 102 guldens. Dat is wel een bijzonder gegeven omdat Wolferink al een aanzienlijke boerderij was en Roeterdink op basis van deze informatie zelfs nog groter moetzijn geweest. Op 23 december 1814 overlijdt Albert op 71-jarige leeftijd en jongste dochter Wendeliena trouwt kort daarna op 10 februari 1815 met Albert Roeterdink van Groot Bentink. Op 16 juli 1815 wordt dochter Wendeliena geboren en kort daarna overlijdt moeder Wendeliena op 5 augustus 1815. Datzelfde jaar vertrekt Jenneken Lentink naar boerderij Vaarneman in Epse waarschijnlijk samen met haar ongehuwde zoons Gerrit en Hendrik. Zij is hier op 14 mei 1829 overleden.
Albert blijft dan alleen achter met zijn dochtertje Wendeliena en hertrouwt op 21 maart 1816 met Janna Dam, ook wel Ziemelink (Siemelink) en Keukelenberg genoemd. Zijn dochter Wendeliena overlijdt op 7 maart 1817 op boerderij Roeterdink en met haar overlijden wordt de boerderijnaam Roeterdink voor de laatste keer genoemd in de burgelijke stand. Na het overlijden van zijn echtgenote en dochtertje Wendeliena zal Albert maar al te graag van de boerderij zijn vertrokken wat hij snel doet want op 8 april 1817 wordt dochter Wendelina geboren in Epse. Dit gebeurt op het erve Dijkman (Klein Bussink) waar Albert en Janna zijn gaan wonen. De boerderij Roeterdink is daarna onbewoond. Op 23 juni 1820 wordt bouwland de Speldenakker voor 247 gulden verkocht aan Gerrit Groot Bentink (eigenlijk Roeterdink) van Groot Bentink en wordt gemeld dat deze toebehoorde aan het erve Roeterdink welke waarschijnlijk eerder dat jaar zal zijn afgebroken in opdracht van Hendrik Jan Wijers van 't Walle die de grond met de vervallen boerderij had gekocht. In 1821 staat het huisnummer 11 van het erve Roeterdink niet meer geregistreerd in de personele omslag.
https://www.strookappe.nl/foto%27s/Eesterhoek/Roeterdink%20-%20Kaart%201809.jpg" width="422" height="150" />
Kaart 1809 met rechts het erve "Roetering". Uit een akte van 1811 blijkt dat zij de boerderij pachten van het Geestelijke Rentambt te Zutphen en blijken de Roeterdinks dus geen eigenaar van de boerderij te zijn geweest, zij hebben de boerderij dus gepacht. Dat was oorspronkelijk ook het geval met Vaarneman en Dijkman in Epse.
Het vroegere huisperceel van Roeterdink hoort op de kadastrale kaart van 1832 bij 't Walle. Verderop, naar de IJssel, hebben de erven Roeterdink dan nog verschillende percelen bouw- en weiland en nog een heideveld. Bij de markeverdeling van de marke Gorssel in 1849 waren aan't Roeterdink nog 1,5 wharen verbonden, de meeste van heel Gorssel. Het geeft aan wat voor een voorname boerderij dit is geweest.
Egbert Stormink van Nieuw Walle en Willem Hendrik Makkink van 't Walle hebben in 1936 bij graafwerk voor de de rondweg om Gorssel nog duidelijk resten van de fundering gezien. Klaas Stormink (de vader van Egbert en toen eigenaar) liet toen de grond bij de oude boerderij afgraven voor ophoogzand. Er zat wel 1,5 meter zwarte grond op welke in de naaste put werd gedeponeerd. Bij de oude lindeboom kwam heel veel puin tevoorschijn waaronder kloostermoppen wat duidt op een oud bouwwerk en waarschijnlijk is de boerderij nog wel veel ouder dan de eerste vermelding van de 15e eeuw!
1633-1680> Gerrit Claessen Roeterinck en Aeltjen Roeterinck Eerstehoofdbewoners van dit overzicht 1662-1667 Jan JansenValkeman-Roeterinck en Garbrecht Gerrits Roeterinck Garbrecht is de dochter van Gerrit en Aeltjen 1671-1676 Henderick Claessen ten Bosch-Roeterinck en Claesken Gerrits Roeterinck Claesken is de dochter van Gerrit en Aeltien en zus van Garbrecht 1677-1727> Albert Willems Bijlart-Roeterinck en Claesken Gerrits Roeterinck Albert is de tweede (eigenlijk derde) echtgenoot van Claesken 1708-1715 Jan Stevens Bleckman en Aaltjen Alberts Roeterinck Aaltjen is de dochter van Albert en Claesken 1715-1732~ Gerrit Alberts Roeterinck en Willemken Klaassen Bronsink Gerrit is de zoon van Albert en Claesken en broer van Aaltjen 1732-1734 Philip Jansen Roeterdink en Hendersken Alberts Wiltink Philip is de zoon van Jan en Aaltjen en een neefje van Gerrit 1735-1769~ Philip Jansen Roeterdink en Teunisken Arents Wolferink Teunisken is de tweede echtgenote van Philip 1769-1815 AlbertPhilips Roeterdink en Jenneken Alberts Lentink Albert is de zoon van Philip en Teunisken 1803-1805 Teunis Roeterdink en Geesken Roeterdink Geesken is de dochter van Albert en Jenneken 1815-1816 Albert Roeterdink en Wendeliena Roeterdink Wendeliena is de dochter van Albert en Jenneken en zus van Geesken 1816-1817 Albert Roeterdink en Janna Dam Janna is de tweede echtgenote van Albert
Met de stenen van de in 1820 afgebroken boerderij wordt er in Epse een nieuw boerderijtje gebouwd die de naam Klein c.q. Nieuw Roeterdink krijgt. Overigens wordt de boerderij al ingetekend met perceel 23b op de pre-kadastrale kaart van 1818 van Joppe en zal de boerderij dus al twee jaar eerder zijn gebouwd en zal het oude Roeterdink in 1818 zijn afgebroken, maar nadat deze in 1818 ook nog op de pre-kadastrale kaart van Gorssel was ingetekend. De boerderij werd bewoond door Jan Nijkamp en Zwaantjen Krimpert en zij leenden in 1820 geld van Maria Roeterdink, dochter van Albert Roeterdink en Jenneken Lentink. Mogelijk had Maria geld over uit de verkoop van de landerijen van het erve Roeterdink. In 1825 dragen zij de boerderij in eigendom over aan jongste zoon Jan Nijkamp. Een andere zoon is Lammert Nijkamp die in 1817 getuige was bij de aangifte van de geboorte van dochter Wendelina van Albert Roeterdink en Janna Dam in Epse, er bestond toen dus al een relatie tussen de families. Eerder woonde de familie Nijkamp nog op nabijgelegen erve Nijkamp (ook wel Nieuwkamp, tegenwoordig Vuurslag) waar Jan Nijkamp in 1821 nog worden geregistreerd in de personele omslag, betreft huisnummer 118.
Dit betreft veldgrond van Jan Tuitert (getrouwd met Jenneken Oostenenk) en zijn schoonzuster Derkjen Oostenenk (weduwe van Derk Tuitert). Het eerste echtpaar woonde op het erve Tjoonk en het tweede echtpaar op het erve Dijkman, allebei in Epse (tegenwoordig Joppe). Op het gelijknamige maar ander erve Dijkman in Epse woonde ook Albert Roeterdink, een vroegere schoonzoon van Albert Roeterdink en Jenneken Lentink. Hij was namelijk eerder getrouwd met Wendeliena Roeterdink en woonde met haar bij zijn schoonouders op het erve Roeterdink. Opvallend is dat eerder genoemde Maria Roeterdink na haar huwelijk in Diepenveen woonde maar dat haar dochter Jenneken in 1813 op Roeterdink is geboren. Afijn, met Maria en Albert Roeterdink zijn er dus contacten naar de familie Nijkamp en deze contacten zullen tot de boerderijnamen Klein en Nieuw Roeterdink hebben geleid. Mogelijk zijn bij de eerste bouw van Klein Roeterdink de stenen van het oude afgebroken Roeterdink gebruikt en is daarom de naam Klein Roeterdink gebruikt. Bij de nieuwbouw met betere nieuwe stenen kan dan de naam Nieuw Roeterdink zijn ontstaan. Maar aannemelijker is het dat het één boerderij is geweest met de namen Klein en Nieuw Roeterdink. Mooi is het om te zien dat voor de boerderij weer lindebomen staan zoals dat ook met het oorspronkelijk erve Roeterdink in Gorssel het geval is geweest. De boerderij stond dichtbij het erve Veldzicht van de familie Dijkerman en was gelegen aan de Dommerholtsweg. In 1993 is de boerderij afgebroken en was het definitief gebeurd met de boerderijnaam Roeterdink in Gorssel, maar gelukkig zijn er zijn er tegenwoordig nog veel inwoners die de familienaam Roeterdink dragen!
(1) Hij had een relatie met Teunisken Arents Wolferink.
Kind(eren):
(2) Hij is getrouwd met Hendersken Alberts Wiltink.
Zij zijn getrouwd op 6 juni 1732 te Gorssel, Gelderland, Nederland.
Het echtpaar woont van 1732-1734 op boerderij Roeterdink
Philippus Roeterdink | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Teunisken Arents Wolferink | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) 1732 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hendersken Alberts Wiltink | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Erwin Strookappe
Kopje Boschterhoek