0176_1703.2 Wehl
Gelders Archief
Doop Henricus Gerhardussen, 11-03-1782
Volgnummer op pagina:5
Kernplaats:Wehl
Dopeling:Henricus Gerhardussen, Henricus Zweers
Vader: Gerhardus Zweers
Moeder:Anna Goormans
Getuigen e.a.:Joannes Bartels, Sophia Goormans
Kerkelijke gemeente:Wehl
Kerkelijke gezindte:Rooms Katholiek
Toegangsnummer:0176
Inventarisnummer:1703.2
Pagina:389
Tijdstip: 01:00
Hij is getrouwd met Engelberta (Engels Engelina) Koenders (Coenders).
Zij zijn getrouwd op 9 mei 1809 te Wehl (GLD).Bron 1
Kind(eren):
Het dorpo WEhl ligt in het Gelderse 'De Liemers'. Wikipedia over deze streek:
De Liemers (voorheen geschreven als De Lijmers en Lymers) is een streek in de Nederlandse provincie Gelderland, gelegen ten zuidoosten van Arnhem. De streek wordt begrensd door de Duitse grens in het zuidoosten, de Nederrijn in het zuidwesten, de IJssel in het noordwesten en de Oude IJssel in het noordoosten.[2] Het was ooit een rentambt van het Hertogdom Gelre en daarvoor een Germaans gouw.[3] Er woonden in 2015 ongeveer 147.000 mensen in de Liemers.
Ligging
De Liemers heeft in de rest van Nederland geen grote bekendheid, de streek wordt elders vaak gezien als deel van de Achterhoek. Dikwijls wordt aangenomen dat het bosgebied Montferland de oostelijke grens is, en nog juist in de Achterhoek is gelegen. Een andere prominente zienswijze is de Oude IJssel als streekgrens aan te houden.[4][5] Uit historische bronnen blijkt dat de Liemers het gebied tussen Rijn, IJssel en Oude IJssel omvat.[6][7] Ook een gebied dat tegenwoordig in Duitsland ligt is Liemers, onder meer rondom de kerken in Elten.[8] De gemeente Montferland heeft zich aangesloten bij het toeristisch samenwerkingsverband van de Achterhoek, de Stichting Achterhoek-Toerisme. Over de in Montferland geplaatste 'Welkom in de Achterhoek'-borden van deze stichting ontstond in 2015 discussie.
Culturele kenmerken
Het Liemers dialect behoort tot het Nederfrankisch dialectgebied en heeft kenmerken van de overgang naar het Nedersaksisch. Dialectkaarten laten zien dat het Oude IJssel-gebied de grens vormt tussen het Nedersaksische Noord- en Oost-Nederland en het Nederfrankische Zuid- en West-Nederland. Het dialect van de Liemers wordt binnen het Nederfrankisch gerekend tot het grensoverschrijdende Kleverlands.
Tevens markeert deze grens ook een verschil in kerkelijke richting. Terwijl de Achterhoek een meer protestants karakter heeft, is de Liemers van oudsher katholiek gebleven. Het heeft daardoor culturele verwantschap met het eveneens katholieke Limburg en Brabant, zo wordt in een aantal plaatsen jaarlijks een sacramentsprocessie gehouden.
Geschiedenis
Na de ineenstorting van het Romeinse Rijk in de 5de eeuw, vulden de Franken - een stamverband van onder andere Saliërs, Bataven en Chamaven - het machtvacuüm op. Zij deelden hun rijk in de 8ste en 9de eeuw op in gouwen. Niet ongebruikelijk in de rijksorganisatie van de Karolingen werden twee gouwen in één bestuurlijk district, een graafschap, samengebracht. Hamaland (vermoedelijk vernoemd naar de Chamaven) omvatte de IJsselgouw in het noorden en de gouw Leomericke (of: Leomeriche en Leomerike), de Liemers dus, in het zuiden.
De Liemers is historisch geen eenheid. In dit gebied botsten eeuwenlang Gelderse en Kleefse belangen. Het westelijk deel van de Liemers, het scholtambt van Liemers was van het begin van de 15e eeuw tot 1815 deel van het hertogdom Kleef, dat sinds 1666 onderdeel van Brandenburg-Pruisen was. De voormalige heerlijkheid Bergh, Gelders leen sinds de 14e eeuw, vormt het oostelijk deel. Ook Gendringen en Ulft behoorden ooit tot Bergh.
Een Gelderse rentmeestersrekening uit 1340 vermeldt dat Gelre in zijn rentambt Liemers goederen bezat te Weel, Zevenaar, Bedburg (dat is Babberich), Angeroyen, Westervoort, Duiven, Groessen, Beek en Zeddam. Een Kleefse akte uit 1348 noemt in 'onssen lande van Lyemersch' bezittingen 'te Zevenaren, te Wele, te Duven, te Gruessen, the Dydem ende the Beke'. In 1355 moest de Gelderse hertog een flinke veer laten, toen hij uit geldnood zijn Liemerse bezittingen en Emmerik verpandde aan zijn zwager de graaf van Kleef. Verpanding van (delen van) het leengoed was binnen het feodale stelsel een gebruikelijke manier om financiële leemtes aan te vullen. Daar dit pand nooit werd ingelost, bleven deze gebieden eeuwenlang onder Kleefs houderschap. De heer Van den Bergh versperde voor Kleef de weg naar verdere gebiedsuitbreiding in de Liemers onder andere door Beek en de bezittingen in Didam van Kleef in pandschap te nemen.[6]
Kaart uit 1880 met de Lymers. De situatie op de kaart betreft het begin van de dertiende eeuw.
Grote veranderingen voor het gebied kwamen ten tijde van de Franse overheersing. Het Kleefse ambt Liemers werd in 1806 bij het tussen Münster en Keulen gelegen Groothertogdom Berg gevoegd. Twee jaar later werd de Liemers bij het Koninkrijk Holland gevoegd. In 1813 waren de Fransen verslagen, en werd alles weer als "vanouds"" en werden Kleefse gebieden onder Pruisisch gezag geplaatst. Echter het Ambt Liemers werd niet hersteld, maar gesplitst in de Bürgermeistereyen Duiven en Zevenaar. Het Congres van Wenen normaliseerde de rijksgrens, waardoor de Pruisische soevereiniteit na tweeënhalf jaar ophield te bestaan. Op 1 juni 1816 werd het gebied aan het Koninkrijk der Nederlanden toegevoegd.[10] Schenkenschanz en een deel van Bergh ten zuiden van de beek De Wild gingen als compensatie daarvoor naar Pruisen, waardoor de stad Emmerik werd uitgebreid met Borghees, Speelberg, Klosterberg en Hassent.[11]
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen