(1) Hij is getrouwd met (Niet openbaar).
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
(2) Hij is getrouwd met Pinxte van Grevenbroeck.
Zij zijn getrouwd rond 1450.
(3) Hij is getrouwd met Antonia van der Marck.
Zij zijn getrouwd in het jaar 1472.
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Aantekeningen
1439 Januari 24
Johan van Patteren erkent verkocht te hebben aan Diederick van Palant 8 morgen land aan den weg van Kyntzwylre naar het Wedenauwer bosch, zulks met toestemming van zijn leenheer Heymerrick van Drukten, ridder.
1449 Augustus 24
Gerart van Haren, burgemeester en schepen te Aiche, erkent overgedragen te hebben aan Diederich van Palant, burggraaf te Lymburg, de rente, vermeld in den brief van 1405 Februari 21.
1452 September 8
Frederich, oudste zoon zo Wittham, ridder, erfmaarschalk van Lymborgh, belooft zijn oom Diederich van Palant, heer tot Kensswylre, burggraaf van Lymborch, schadeloos te houden voor diens borgtocht bij Wynand van Cortenbach.
1467 September 15
Kaerle, hertog van Bourgoingen etc., benoemt zijn raad Dierick van Palant, heer tot Wildenberch en Kenswilre, tot kastelein, drost, rentmeester en ambtman van slot, stad en land van Valckenborch.
1467 April 7
Philips, hertog van Bourgoingnen etc., stelt, na doode van heer Arnt van Hoemen, ridder, Dierick van Palant, heer te Wildenbergh, drost van Valkenborgh, aan tot stadhouder van de leenen in het land van ts' Hertogenrode.
1469 April 6
Diederich van Palant, ridder, heer van Wildenberg etc., drost van Valkenberg, erkent in erfpacht gegeven te hebben aan Michael Heister, zijn dienaar te Dalen, en diens vrouw Helene het gemaal te Dalen.
1471 November 11
Everhart van den Tzwyvell en zijne echtgenoote Jutgyn van Buederich, Heynrich van Merle en Yburch van Buederich zijne echtgenoote, verklaren, dat zij voorheen aan Diederich van Palant, ridder, heer van Wyldenberg en van Wittem, drost van het land van Valkenburg, verkocht hebben hun aandeel in den hof "zo den Eyckhoultz" onder de bank van Heerlen, dat hun van Geirhart van der Lynden, genaamd van den Eyckhoultz, na den dood van diens echtgenoote Barbare van Ruyschenberg, was aanbevallen, dat Diederich dat aandeel overgedragen heeft aan Johan Ubach van Ubachsberge, dat de koopsom hun deels door Diederich, deels door Johan voldaan is en zij dezen laatste in het rustig bezit van zijn deel zullen houden.
1476 Mei 12
Friederick van Witthem, ridder, erfmaarschalk van Lymborch, Johan van Witthem, heer zo Yssche, Wernher van Witthem en hun zwager Godart van Harve erkennen verkocht te hebben aan hun oom heer Diederich van Palant, ridder, heer zo Wildenberg en Witthem, hun aandeel in de nalatenschap van heer Reynnart van Palant, proost te Aiche. Oorspr. met de zegels van de beide eerste oorkonders en van Bernhart, heer van Pallandt, Wernher van Palant, heer van Breidenbent, Emont van Palant, heer van Mobach, en Johan van Palant, heer van Wildenberg en Laurensberg.
1478 Juni 24
Johan van Palant, heer zo Wildenbergh en Berghe, erkent verkocht te hebben aan zijn oom heer Diderich van Palant, ridder, heer zo Wildenberch en Withem, een rente van 45 molder rogge uit het goed te Endelsstorp, welke rente hij wegens een vordering op Thonis en Gerart van Palant, heer van Rulant, van laatstgenoemden ontvangen had, en welke afkomstig is uit de nalatenschap van heer Reynart van Pallant.
1479 April 6
Diederich van Palant, ridder, heer zo Wildenberg en Witthem, verklaart verkocht te hebben aan Bernhart en Daem van Palant, gebroeders, een rente uit hun hof te Mertzenhuyssen, groot 6 malder rogge 's jaars, afkomstig uit de nalatenschap van heer Reynnart van Palant.
1479 Juli 12
Adolph, jonggraaf van Nassauwe, hofmaarschalk van den hertog van Oesteriick etc., erkent schuldig te zijn aan heer Diederich van Palant, ridder, heer zo Wildenborgh en Witthem, 200 rijnsche guldens.
1480 October 3
Engelbrecht, graaf zo Nassauw en Vyanden, heer zo Breda, belooft heer Diederich van Palant, heer zo Wildenberch en Wittham, die voor hem borg gebleven is bij Henrich van Nesselrode, schadeloos te zullen houden.
1481 Maart 12
Appelloenye van der Marcke, dochter 20 Aerenberg, weduwe van heer Diederich van Palant, ridder, gaat, op raad van haar broeder Adolf van der Marck, een overeenkomst aan met haar verwanten, Daym, Emont, Johan en Gherart van Pallant, over de brieven, door haar man achtergelaten op het kasteel te Valkenborch, waarbij een regeling wordt getroffen omtrent de opberging in een kist en de verdeeling van de sleutels daarvan, en de bewaring bij Peter van Kentzwilre, kapelaan te Aiche.
1481 April 11
Maximiliaen en Marie, hertogen van Oistrike etc., benoemen Emondt van Palant, heer tot Moubach, tot voogd van Jan en Anna, nagelaten kinderen van heer Dierick van Palant bij Apollonia van der Marcke.
1481 Mei 4
Koyne van Schobbendorff, stadhouder van het hof van den "Nedersten burch" te Kintzwylre, en leenmannen beleenen Dries van Kottingen, wegens overlijden van den leenheer heer Diderick van Palant, ridder, met de Kottinger beemden tusschen Helroide en Kintzwylre.
Bronnen
Persoon: Verslagen omtrent 'srijks oude archieven - Pagina 702; Heren en Graven van Culemborg
1487 Maart 27/ stamboom : van der Poel
Notaris Henricus de Pascuis alias van Asten instrumenteert, dat Dries van Palant, bastaard, en zijn vrouw Lisbeth van Oersbeeck erkennen ontvangen te hebben van Emont van Palant, heer zu Moubach, drost van Valkenborch, als voogd van de kinderen van heer Diederick van Palant, den laatsten termijn van de 700 guldens, hun bij huwelijk door den laatstgenoemde toegezegd.
1518, September. 16
Schepenen der proostdy van Meerssen met name Andries van Palant , schout , Herman van Oeverbunde , Augustinus van Amby , Wilhem Lyerarts van Vleeck , Peter van Oerssbeek, Gillis Kounen, Lambrecht in die Croen en Theodoricus Speckheuwer verklaren, dat Jan Berman verkocht heeft aan Jan Dreessens en zijne erfgenamen 1 ½ bunder weide onder Meerssen opren hueck gelegen.
Hij was een onwettelijke zoon van Diederick van Palant (de oude).