Stamboom Bakx » Gijsbert "Gijsbrecht" Bac van West Tilburg (± 1345-> 1417)

Persoonlijke gegevens Gijsbert "Gijsbrecht" Bac van West Tilburg 

  • Roepnaam is Gijsbrecht.
  • Hij is geboren rond 1345.
  • Titel: Heer (Stadhouder) van Weelde (B)
  • Woonachtig: tgoet tot Oerle gelegen in de parochie Westilburg.
  • Hij is overleden na 1417.
  • Een kind van Hendrik Bac van West Tilburg
  • Deze gegevens zijn voor het laatst bijgewerkt op 14 augustus 2007.

Gezin van Gijsbert "Gijsbrecht" Bac van West Tilburg

Hij is getrouwd met Katharina de Bye.

Zij zijn getrouwd rond 1365.


Kind(eren):



Notities over Gijsbert "Gijsbrecht" Bac van West Tilburg

ook: Bac van Weelde

eigenaar van: De watermolen van Rovert.
Gijsbert Bac werd als eigenaar genoemd in 1374 en wordt nu eens Bac van Weelde, dan weer Bac van West-Tilburg genoemd. Vermoedelijk woonde Gijsbert, die een zoon was van Hendrick Bac van West-Tilburg, te Weelde en ging hij later te Oerle onder Tilburg wonen. Oorspronkelijk hadden acht erfgenamen recht op een deel van dat huis te Oerle, later zeven en tenslotte zes. Zeer waarschijnlijk zijn er dus twee kinderen gestorven voordat de verdeling plaats had.

HEEMKUNDEKRING WEELDE (B)
Hoofdstuk 3: De Vrijheid Weelde

De Vrijheid Weelde vindt haar oorsprong 700 jaar geleden. De oudste archiefstukken, waarvan alleen afschriften van latere datum bewaard bleven, gaan terug tot de 13e eeuw. In die tijd was Weelde een dorp dat deel uitmaakte van het oude hertogdom Brabant. Dit omvatte de huidige provincies Brabant, Antwerpen en het huidige Nederlandse Noord-Brabant. Dit hertogdom werd bestuurd vanuit Leuven. Hendrik I, Hertog van Brabant tussen 1190 en 1235, begon met de bestuurlijke en rechterlijke inrichting van zijn hertogdom. In ieder dorp stelde hij een "villicus" of stadhouder aan. Die moest de hertog ter plaatse vervangen en werd meestal gekozen uit verdienstelijke krijgslieden die onder de hertog gediend hadden. Zijn bevoegdheden waren verscheiden.

Op de eerste plaats moest hij waken over het maalrecht; de laatste korrel graan van de dorpen Ravels, Weelde en Poppel moest gemalen worden op de windmolen van Weelde of op de watermolen van Rovert-Poppel. Op elk mud graan werd één vat of 1/16e deel afgehouden. Een mud was 75 kg. en een vat was 4,7 kg (schepmeel). Hij stond in voor de graantienden en de tienden op biggen, lammeren en jonge ganzen, welke vanaf 1620 met een evenwaardig geldbedrag aangezuiverd konden worden. Hij inde de "houtschat" bij houtkoopdagen en de jachtpacht. Hij bepaalde de grondbelasting of de cijns, maar in de 18de eeuw werd dit laatste werk opgedragen aan de "bedesetter" of borgemeester. Het dorp kreeg elk jaar een andere borgemeester. De tienden konden aan derden verpacht of verkocht worden.

Gijsbrecht Bac, heer van Weelde,

verkocht in 1365 twee derden van de Weeldse tienden aan
Wouter Bac uit Tilburg, die abt was in Tongerlo

Deze tienden hadden betrekking op: "Geneynde, 't Gulden, de Hegge, de Schijne en de Leemputten". Naast al deze verplichtingen die de inwoners van het dorp t.o.v. de stadhouder of de Heer van Weelde hadden, kregen ze echter ook de kans om bepaalde voorrechten en vrijheden te bekomen. Dit kon gebeuren door de betaling van extra belastingen, de "Noodbede". Deze noodbeden waren niet verplicht voor de dorpen, maar sommige dorpen betaalden ze toch ter verwerving van voorrechten. Het bekomen van een "Vrijheid" was in feite een afgekocht privilege. De gemeenschap die de voornaamste vrijheden bekwam, werd ook "Vrijheid" genoemd. Weelde werd zo'n Vrijheid onder Hertog Jan I, die hertog van Brabant was van 1268 tot 1294.

Om de vele oorlogen ter uitbreiding van zijn hertogdom te bekostigen, had hij een menigte noodbeden moeten innen en het is meer dan waarschijnlijk dat Weelde zijn vrijheidsbrief bekwam onder zijn bestuur. Het eerste en voornaamste voorrecht van een Vrijheid was de aanstelling van zeven schepenen, die een ruime rechterlijke bevoegdheid hadden. Ze werden gekozen uit de welgestelde burgers, "de gegoyde ingesetene". De schepenkeuze gebeurde: "na gehoord te hebben de replatie der principaelste gegoydens, representerende 't corpus deser gemeynte", na dus advies ingewonnen te hebben van de meest welgestelde burgers, die uitsluitend inspraak hadden bij belangrijke beslissingen. De schepenbank werd voorgezeten door een schout. Er was ook een secretaris en een penningmeester aan verbonden. De eerste schepen in rang was de schepen-president. De schout was de belangrijkste figuur van de Vrijheid en hij was meestal "meester in de rechten".

De schepenbank van Weelde oefende de rechterlijke macht uit over de drie dorpen (Weelde, Ravels en Poppel). De schepenbank, ook vierschaar genoemd, had alle rechtsmacht en ze vonniste alle geschillen die de "grond" raakten bij scheidingen, delingen, koopdagen, voogdij en nalatenschappen. Ze was ook bevoegd voor geschillen rakende "lijf en let", zoals beledigingen, vechtpartijen en bedrog. Zelfs behandelde ze halszaken als moord, roofmoord, verkrachting en brandstichting. Ter voorlichting van de bevolking hield de schout tweemaal per jaar "de eeninghe", rond Pasen en rond Kerstmis. De "eeninghe" was een soort volksvergadering en hierover schreef Hertog Jan II in 1296: "de eeninghe van Weelde dat zijn alle de dorpen gehuchten oft plaetsen die onder Weelde zijn vereenicht oft daeronder ressorteren; te weten in regard van bancke (rechtsspraak) namelijk de Vrijheid Weelde metter dorpen van Ravels en Poppel". In 1307 schreef Hertog Jan II nog: "...dat die van Ravels en Poppel naar Weelde te rade en te rechte commen". Een ander voorrecht dat Weelde van de Hertog bekwam, was de vrijstelling van "hand- en spandienst". Weelde had zich vrijgekocht van de verplichting om in dienst van de hertog te gaan werken (met handwerkers en gespan) aan de vestingwerken van Antwerpen en aan de wallen van 's-Hertogenbosch.

Door huwelijk en andere omstandigheden kwam Weelde in de 14de eeuw aan de graaf van Vlaanderen. In 1407 ruilde Jan zonder Vrees, graaf van Vlaanderen, met Antoon van Boergondië, hertog van Brabant, Dendermonde tegen Weelde en ressort. In die periode bekwam Weelde ook voorrechten van de graaf van Vlaanderen, o.a. tolvrij verkeer van koopwaar, voornamelijk wol en vlas, over wegen en bruggen van Vlaanderen. Andere voorrechten die Weelde bekwam in de 15e eeuw waren: de oprichting van twee jaarmarkten en een wekelijkse vrijdagmarkt. Ook de oprichting van de schuttersgilden dateert uit die tijd en het voorrecht van de ingezetenen alleen te mogen gevonnist worden door de eigen vierschaar. Een Vrijheid betekende een welvarende gemeenschap, die veel extra-belastingen kon betalen en dat bleek verder uit het hoog aantal hoogstudenten, ingeschreven aan de universiteit te Leuven. Over een periode van 300 jaar, van 1490 tot 1789, telde Weelde 50 studenten, Poppel 16 en Ravels 3.

De eerste door Brabant genoemde "Heer van Weelde" was Joannes de Bie, die in 1296 werd aangesteld. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Hendrik de Bie, die vermoedelijk geen mannelijke afstammelingen naliet, want zijn dochter Catharina de Bie werd vervolgens "Vrouw van Weelde".
Door haar huwelijk met Gijsbrecht Bac van West-Tilburg kwam het stadhouderschap in handen van het geslacht Bac (Bax) dat van vader op zoon vererfd werd. Na Gijsbrecht kwam Laurens, daarna weer een Gijsbrecht en na deze weer een Laurens. Daar deze uitwijkt om schout te worden in het Nederlandse Oosterhout en in Weelde een deel van zijn rechten verkoopt, gaat het stadhouderschap over naar Jacob Peeters van Wijtvliet. Het geslacht Van den Nieuwenhuyzen heeft in de 15e en 16e eeuw de Vrijheid van schouten voorzien: Henricus, Bartholomeus, Govaert en Bartholomeus Van den Nieuwenhuyzen waren gekende schouten van de Vrijheid. Roemrijke afstammelingen van dit geslacht hebben ver buiten Weelde de faam van hun rechtsgeleerdheid uitgedragen. Tijdens de godsdiensttwisten van de 16e eeuw heeft de Vrijheid droeve dagen beleefd. Bartholomeus Verhoeven, Schout, Joannes Matthijssen, zijn secretaris, en 13 anderen werden samen om hun geloof gemarteld en gedood in 't jaar 1573, één jaar na de marteldood van Nicolaus Janssen Poppelius.

De bolwerken van de Vrijheid waren twee versterkte kastelen die binnen "de borcht" gelegen waren. Sommigen denken dat deze burchten verwoest zijn in 1590 door soldaten van Bergen tijdens de veldtocht van prins Maurits van Oranje tegen de Spanjaarden. Maar als we de Weeldse geschiedschrijver pastoor Van Dungen mogen geloven, moet die verwoesting reeds in 1487 gebeurd zijn. Hij vermeldt immers dat er ouderlingen waren die het puin van de grondvesten nog gezien hadden en Zebertus Van Dungen was pastoor van Weelde vanaf 1598. Op deze burchten woonden de patriciërs (lagere adel) en de verwoestingen van 1487 werden door de troepen van keizer Maximiliaan aangericht in de strijd tegen de lagere adel. Onze drie dorpen beleefden toen een echte rampspoed. Weelde viel van 1071 zielen in 1480 terug naar 847 zielen in 1496. De eerste ernstige schermutseling die de Vrijheid Weelde kende, had plaats op 23 januari 1419. Op die datum was de abt van Tongerlo er in geslaagd de gedeeltelijke afscheiding van Ravels te bewerken. Hij mocht daar een schepenbank oprichten die alleen de lagere rechtsspraak kon beoefenen. Hij stelde zeven schepenen aan met een meier of voorzitter van de rechtbank. Ravels bleef echter bij Weelde voor de middelbare en hogere rechtsspraak tot in 1438. Toen wilde Ravels bij Weelde weg en het liet zich plaatsen onder de bevoegdheid van de schepenbank van de stad Antwerpen. In 1558 bekwam Ravels een volledig zelfstandige schepenbank, maar moest ze weer prijsgeven in 1619 onder de prins van Oranje.

Jan de Knuyt, een Zeeuw uit Middelburg, beleende de dorpen Weelde en Ravels. Hij stond ervoor bekend, dat hij zich door steekpenningen liet beïnvloeden. Onder zijn bewind werd de Vrijheid Weelde weer heringericht naar vroegere maatstaf en dat duurde tot in 1626. Met Amalia van Solms, landvoogdes, heeft de Weeldse schepenbank jarenlang geprocedeerd om te behouden wat het had. Uiteindelijk is Weelde daarin niet gelukt, want zelfs Poppel verkreeg een eigen schepenbank in 1655 en Ravels in 1663. In acht jaar tijd moest de Vrijheid een gevoelige aderlating ondergaan. De 18e eeuw, onder Oostenrijks bewind, was voor de Vrijheid een periode van stille welvaart. Uit de volkstelling van 1754 leerden we dat de Vrijheid, bekeken volgens neringen en ambachten, één gesloten gemeenchap vormde, waarin Weeldenaren waren aangewezen op Weeldenaren. Toen waren er 101 grote en kleine landbouwuitbatingen. Huisnijverheid of zelfstandige bedrijven waren weer te vinden in: 1 molen, 1 koperslagerij, 1 olieslagerij, 2 brouwerijen, 1 gareelmakerij, 3 wagenmakerijen en 1 schoenmakerij. Verder woonden er: 15 spinsters, 3 spinners, 7 wevers en 1 lakenwever, 7 kleermakers, 3 strodekkers, 1 kuiper, 5 herbergiers en 1 herbergierster. Ook werden er 22 werklieden vernoemd, 1 pastoor, 1 kapelaan, 1 onderwijzer-koster en 1 vorster. De vorster heette later "veldwachter". Tegen de Sint-Michielskerk was een verhoog, het vorstershuisje (bestaat nu nog) van waarop hij de inwoners na de zondagsmis allerhande aankondigingen, besluiten en verordeningen van de schepenbank ten gehore bracht.

Naar de aantallen doopsels, huwelijken en sterfgevallen tussen 1600 en 1800 kon men de kern van de Weeldse families van toen rangschikken als volgt: De Bont, Bax, Dickens, Vermeeren, Van Eyndhoven, Luyten, Janssen, Vloemans, Van Beeck, Van den Heuvel, Van Hees, Van Heyst, Van Loon, Bols, De Bie en Verheyen. De Vrijheid bleef bestaan tot aan de Franse Revolutie in 1789. Een grondige reorganisatie van bestuurlijke en rechterlijke inrichtingen werd hierdoor teweeggebracht. De "gemeente" zoals we die nu kennen, vond toen haar oorsprong.

1378 januari 14 - Tongerlo, Charters 845
Hubrecht en Ghisebrecht Bac, gebroeders, met Vrancken van Ghestel en Bruysten van Andel aan de ene kant en Henric van Broechoven met Arnt Heynen en Lonis van Langvelt, aan de andere zijde komen overeen dat de weg die Ghisebrecht tot heden bezit en waarover onenigheid ontstaan is blijft van genoemde Ghisebrecht.

1383 januari 29 (n.s.) - Tongerlo, Charters 888b
Gijsbrecht geheyten Back wnd tot Weelde en Laureys zijn zoon hebben verkocht Claesen geheyten van Rijchoeven Rijthoven? 6 mud rogge op Lichtmis uit Westtilburgse maat uit eenen goede des voors. Gijsbrechts en Laureys geheyten tgoet tot Oerle daer Jan Lybe Noude nu als een laet op sittende is gelegen in par. Westilborch en alle toebehoren waar ook gelegen, belast met hertogcijns van Brabant en 1 1/2 L rogge tafel H.Geest van Westilborch.

Heeft u aanvullingen, correcties of vragen met betrekking tot Gijsbert "Gijsbrecht" Bac van West Tilburg?
De auteur van deze publicatie hoort het graag van u!


Tijdbalk Gijsbert "Gijsbrecht" Bac van West Tilburg

  Deze functionaliteit is alleen beschikbaar voor browsers met Javascript ondersteuning.
Klik op de namen voor meer informatie. Gebruikte symbolen: grootouders grootouders   ouders ouders   broers-zussen broers/zussen   kinderen kinderen

Via Snelzoeken kunt u zoeken op naam, voornaam gevolgd door een achternaam. U typt enkele letters in (minimaal 3) en direct verschijnt er een lijst met persoonsnamen binnen deze publicatie. Hoe meer letters u intypt hoe specifieker de resultaten. Klik op een persoonsnaam om naar de pagina van die persoon te gaan.

  • Of u kleine letters of hoofdletters intypt maak niet uit.
  • Wanneer u niet zeker bent over de voornaam of exacte schrijfwijze dan kunt u een sterretje (*) gebruiken. Voorbeeld: "*ornelis de b*r" vindt zowel "cornelis de boer" als "kornelis de buur".
  • Het is niet mogelijk om tekens anders dan het alfabet in te voeren (dus ook geen diacritische tekens als ö en é).



Visualiseer een andere verwantschap

De getoonde gegevens hebben geen bronnen.

Aanknopingspunten in andere publicaties

Deze persoon komt ook voor in de publicatie:

Over de familienaam Bac van West Tilburg


De publicatie Stamboom Bakx is opgesteld door L. Bakx.neem contact op
Wilt u bij het overnemen van gegevens uit deze stamboom alstublieft een verwijzing naar de herkomst opnemen:
L. Bakx, "Stamboom Bakx", database, Genealogie Online (https://www.genealogieonline.nl/stamboom-bakx/I247.php : benaderd 1 januari 2026), "Gijsbert "Gijsbrecht" Bac van West Tilburg (± 1345-> 1417)".