Hij is getrouwd met Elisabeth (Lijsken)(Lijsbeth) Adriaen Joost VERDONCK.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
Burgemeester Moergestel in 1588.
Schepen: 1597-1599 / 1601-1608 / 1611-1615 / 1621
Provisor en meester van de tafel van de H. Geest aldaar "tot Gestell bij Oesterwijck", 1593.
In 1583 is Daniel tesamen met de schout en 12 andere inwoners van Moergestel gevangen gezet te Heusden wegens een onenigheid met de "gouverneur ende casteleijn der stadt van Huesden". Met Aart Hoppenbrouwers, de schout, onderhandelt Daniel namens de gevangenen met de "gemeyne naeburen" van de vier hertgangen van Moergestel : Over ´t Water, Kerkeind, de Heizen, en den Heuvel. De naburen beloven 700 carolusgulden te betalen "nae de cours van Hollant" om de gevangenen te helpen verlossen. In 1608 is de kwestie nog niet uit de wereld. Daniel trekt te paard naar Heusden en verblijft er drie dagen. Inplaats van de os, die de gouverneur jaarlijks eist, zal hem 20 gulden ,,in Hollants gelt" uitbetaald worden 196). Daniel de Bresser pacht in 1596 een korentiende van jonker Goossen van Brecht. Hij doet die over aan Gijsbert Goyaart van Elderen en belooft de kosten "int gelaege" ten bedrage van vier gulden te voldoen. Die betaling is achterwege gebleven en Daniel wordt door Govaart voor de Moergestefse schepenbank gedaagd. De kwestie blijft daar een drie jaar slepend (vgl. J. Vriens, Inventaris van het Archief van de Tienden van Moergestel (1970)).
Toch blijft Daniel nadien het vertrouwen van Moergestel in de woelige jaren der 80-jarige oorlog bezitten. In 1601 neemt hij met Hendrik Cornelis Mutzarts en Matheeus Elis Costers namens het corpus bij Cornelis Jan Hixpoors in den Bosch 200 carolus-gulden op. Met zijn medeschepen Christiaan Mark die Ber is hij in 1604 borg voor de "gemeyne ingezetenen" voor de contributie die door de zetters der vrijheid Oirschot geëisd wordt van de gebruikers van beemden die "onder die limiten ende palen van
Oirschott" gelegen zijn . In 1610 zien we hem optreden namens de hertgang van Over ´t Water wanneer geld opgenomen wordt voor het herstel van
de kerk het twaalf-jarig bestand was het jaar tevoren ingegaan. DanielJans de Bresser is getrouwd met Lijsbeth dochter van Adriaan Joost Verdonck en Heilwich Niclaas Timmermans alias Roefs. Bij de verdeling vanhaar ouders goederen verwerven ze "die oude stede" een huis, hof, en schop met gronden en erfenissen te Moergestel op den Hilt naast "den Zegelshoff´ die toevalt aan Jan Meeus Vos. Ook verkrijgen ze dan de onbedeelde helft in een stuk weiland ter plaatse "die Strijpen aenden Zeelantsdijck", en "dachterste Eijsbrouck aenden Goiaertsdijck". In 1612 vergroot hij zijn erf over het water wanneer hij met Bartholomeus Jan Melis
van de erfgenamen van zijn schoonbroer Adriaan Adriaan Joost Verdonck een stede koopt die aan drie zijden aan zijn zijn eigen gronden grenst.
Bij de deling na de dood van Daniel Jans de Bresser en Lijsbeth Adriaans Verdonck op 11 december 1648 komt het woonhuis op den Hilt met de helft van de aanstede aan de erfgenamen van hun dochter Beatrix, de schuurmet de varkenskooi en de rest van de aanstede verwerft hun zoon Jan.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.