Datum: Hij is gecremeerd in Arnhem, Gelderland, Nederland
zijn as is van Keulen naar een begraafplaats in Arnhem overgebracht.
.
Hij is getrouwd met Trijntje Maria Pfann.
Zij zijn getrouwd op 18 oktober 1939 te Amsterdam, Noord-Holland, Nederland, hij was toen 24 jaar oud.
Kind(eren):
Het echtpaar is gescheiden 17 april 1944 te Amsterdam, Noord-Holland, Nederland.
zij leerde elkaar kennen mei 1939. Steven Barends (1915) publiceerde op zijn 20ste gedichten waarvan hij het facisme bezong. Hij trouwde in 1939 met Truus Pfann, zij publiceerde onder het pseudoniem Karin Moen, nazi-gedichten. In 2002 dook de naam van Barends op als ondertekenaar van een Apell für die Presserfreiheit. Het ging om een protest van een mogelijk verbod van het rechts-radicale weekblad Junge Freiheit. Voor zover bekend leeft Barends nog." bron: Parool 12-09-2007
Daarnaast vestigt hij zijn reputatie als vertaler van Hitlers Mein Kampf. Kettmann vraagt Barends of hij Hitlers Mein Kampf wilde vertalen. Voor de 23-jarige Barends, met niet meer dan een HBS-diploma op zak, is dat aanbod niet alleen een erebaantje, ook het geld kan hij zeer goed gebruiken. Binnen vijf maanden houdt Kettmann een 850 pagina's tellende vertaling van Hitlers geloofsbelijdenis in handen. Barends is de vertaling begonnen op basis van een 'gentlemen's agreement' met uitgever George Kettmann. Dat hij een honorarium zal krijgen als de uitgave eenmaal wordt verkocht staat vast. Beide vrienden vinden het niet nodig om met een schriftelijke bevestiging de overeenkomst vast te leggen. Kettmann: Dat wij met deze uitgave ? ook bij den boekhandel ? vijanden zouden maken, was te voorzien; daarom op zich zelf al was het moeilijk vooruit te zeggen hoeveel geld wij voor de vertaling zouden kunnen uitkeeren. Barends komt hier later op terug. Hij wil alsnog een contract. In mei 1939 heeft hij namelijk de antiquaarsdochter Truus Pfann leren kennen en met haar wil hij trouwen. Om dat te kunnen doen moet hij zijn schoonvader, van wie hij het antiquariaat 'In dat Boec van Merlijn' aan de Amsterdamse Grimburgwal zal overnemen, ervan overtuigen dat hij in staat is de kost te verdienen. Daarvoor heeft hij een contract nodig. Bovendien wil hij van zijn eigen vader, met wie hij sinds zijn lidmaatschap van Zwart Front in onmin leeft, geld lenen om de boekhandel van Pfann over te nemen. Met een vertaalcontract op zak kan hij tegenover zijn vader bewijzen dat hij geen nietsnut is en dat hij wel degelijk in de toekomst de kost kan verdienen. Kettmann wijst Barends erop dat het ongebruikelijk is een tantièmeregeling met vertalers te treffen. Maar Barends schuift die bezwaren terzijde, met de mededeling dat het contract slechts voor intern gebruik is. Uiteindelijk stemt Kettmann toe. Uitgever en vertaler komen overeen dat Barends voor de eerste druk f 0,135 (omgerekend naar de waarde in 2005 is dit: ? 1,05) per verkocht exemplaar zal ontvangen en voor verdere drukken f 0,315 (2005: ? 2,44). Het contract heeft voor Barends de beoogde uitwerking. In oktober 1939 treedt hij in het huwelijk met Truus Pfann. Maar tot verbazing van zijn uitgever verklaart hij korte tijd later het 'interne' contract rechtsgeldig. Kettmann voelt niets voor een levenslange betalingsregeling en wil met een eenmalig bedrag de vertaalrechten afkopen. Er volgt een lange periode van financieel touwtrekken, die uiteindelijk in november 1943 door het Reichskommissariat wordt beslecht. Kettmann moet het voor een vertaler in die dagen enorme bedrag van f 3.600 (2005: ? 19.800) betalen. In een brief aan De Amsterdamsche Keurkamer schrijft Barends: Hiermee is dan verder de aangelegenheid der vertaling van Mein Kampf definitief afgehandeld, wat mijn zijde ervan betreft. Na betaling van dit bedrag heb ik geen verdere aanspraken meer. Daarmee komt aan een langslepende kwestie een einde.
Literaire activiteiten
Na de Duitse inval in mei 1940 meldt Barends zich aan bij de NSB, doet veel vertaalwerk, onder andere Goebbels' Jaren zonder weerga (1943) en Het bronzen hart (1944), alsmede Johanna Haarers Hitler-biografie voor de jeugd, Moeder, vertel eens wat van Adolf Hitler (1942). In datzelfde jaar verschijnt de vertaling van Hugo Hertwigs Het liefdeleven van den mensch, vertaald door H.P. Borgers ? een pseudoniem waar Steven Barends achter schuilgaat. Hij vertaalt het werk onder pseudoniem omdat hij liever niet heeft dat bekend wordt dat hij zijn naam verbindt aan een boek, rijkelijk voorzien van naaktfoto's
Uit de NSB gezet
In de zomer van 1942 raakt hij betrokken in een bizarre polemiek tussen het antisemitische weekblad De Misthoorn en De Zwarte Soldaat, waarbij de Mein Kampf-vertaler het opneemt tegen het WA-blad. De Duitse autoriteiten gruwden van dergelijke publieke blijken van politieke onenigheid en ze verbieden De Misthoorn. Dat kost de kersverse hoofdredacteur Kettmann de kop. In zijn val sleept hij Barends mee, die ogenblikkelijk van de NSB-leiding zijn congé krijgt vanwege 'anti-nationaal-socialistische agitatie'. Politiek onderdak kan hij nu alleen nog maar krijgen bij de SS. Groot is deze stap voor hem niet, hij heeft ooit in een levensbeschrijving toegegeven 'nationaal-socialist te zijn zolang hij denken kon', en met nieuw elan klopt hij aan bij de Germaansche SS in Nederland. De aldaar gepropageerde daadkracht wijst maar één kant uit, namelijk naar de Waffen-SS. Zo maakt ook Barends in april 1944 de gang naar de SS-keuringsarts, die in deze fase van de oorlog genoegen neemt met het karige postuur van de nazi-poëet. Barends' soldatenlot voert hem naar de Standarte Kurt Eggers, die hem uiteindelijk een plaats bezorgt in de Kriegsberichterzug van de 16e SS-Panzergrenadierdivision 'Reichsführer-SS'. Deze eenheid levert eind 1944, begin 1945 slag tegen de oprukkende geallieerden in de Italiaanse Apennijnen.
Twee van Barends' berichten komen in de Nederlandse pers. Het eerste verschijnt in Storm (het weekblad van de SS) van 2 februari 1945 en behandelt de moeilijkheden voor de legertros bij de ravitaillering aan de troepen in het bergachtige gebied: Vertikt een vrachtauto het, dan moeten er ezels voor. Dikwijls breekt een ezel zijn been, en aldoor zakken de laarzen in de modder, die iedere stap zuigend belemmert. Het voedsel echter komt naar voren. Of het geregend heeft, of dat het nòg regent, of de vijand den ravitaileeringsweg met storingsvuur bestrooit of nieuwe maan den weg onzichtbaar maakt, of het stormt of sneeuwt: het eten gaat naar voren! De tienduizend knieheffingen worden altijd volbracht.
Een tweede stuk van Barends volgt ruim anderhalve maand later en bevat meer actie. In 'SS op bezoek' doet hij verslag van een nachtelijke patrouille, eropuit gestuurd om geschut en tanks uit te schakelen. De groep bereikt een huis waarnaast tanks en een vrachtauto met tankmunitie geparkeerd staan:
Ineens komen de Canadeezen aangehold. Ze gaan naar hun tanks, keeren terug en spieden om zich heen. Onraad ruiken ze en onraad is er ook inderdaad in groote hoeveelheid aanwezig. Het signaal komt nog steeds niet. Want in koortsachtige haast zoeken onze mannen naar de telefoonleiding. Eindelijk wordt die ontdekt en doorgeknipt. Dan komt het signaal: een machinepistool begint te rikketikken. Nu gaat alles heel snel. De pantservuisten worden afgeschoten, de geweergranaten worden in het huis gejaagd. Alles brandt met loeiende vlammen; alles kraakt en knapt. Geel en rood is alles om ons heen. De granaten op de vrachtauto ontploffen, de eene na de andere. In het huis beweegt zich niets meer. Canada moet weer nieuwe mannen ter vervanging sturen, want die hier bij elkaar zaten, zien de vruchtbare vlakten van hun land niet terug. Ze zijn gesneuveld. Waarvoor? Of hun moeder en vrouwen het weten, staat te betwijfelen. Maar de joden van Wallstreet wrijven hun handen van genoegen: voor hen gaan de zaken goed. En waarom zou dan een moeder moeten weten, waarvoor haar zoon gedood werd? De patrouille sluipt terug. Morgen ervaren de heeren Amerikanen wel, dat de SS weer bij hen op bezoek is geweest.
Barends' stuk valt in de smaak bij de nationaalsocialistische pers in Nederland. Op 21 maart 1945 neemt Front en Heem het op, twee dagen later Storm en een maand later kunnen de lezers van De Zwarte Soldaat er kennis van nemen. Zijn artikelen belanden ook in de Duitse bladen. Zo beschrijft hij voor de Italien-Beobachter, een orgaan van de Ausland-Organisation (AO) van de NSDAP, wat het betekent voor een SS-luchtafweerbatterij om in een nacht in bergachtig gebied de geschutsstukken acht kilometer verder te verplaatsen.
Dichter in oorlogstijd
Barends' werk als oorlogscorrespondent zorgt geenszins voor een verstopping van zijn dichtader. Bij De Amsterdamsche Keurkamer publiceert hij in 1944 nog twee poëziebundels in de reeks 'Voorteekens', Bitter brood en Hart, mijn hart. In de laatstgenoemde bundel neemt Barends uitsluitend lyrische liefedespoëzie op, die kwalitatief zeer verschilt van hetgeen hij tot dusver publiceerde. Een voorbeeld:
Spiegelsonnet
Ik ben een spiegel, waarin gij uzelf beziet,
en geef het beeld u weer, dat gij mij gaaft te dragen,
kan van Uw buigend schoon slechts buigende gewagen,
een spiegel ben ik, vrouwe, anders niet.
Gij spiegelt mij, maar blijft mij spiegelend vermeeren,
ik vind mijzelf in tweevoud in uw blik,
gij beeldt mij streng tot grooter ik dan ik,
zoo kan ik nooit in U tot eigen maten keeren.
Want steeds is iedre droom en iedre daad
tweemaal in U voltooid en tweemaal groot gerezen,
steeds meerder dan ik was ? o ongewild verraad,
en steeds móet, vrouwe, ik in Uwe oogen lezen,
dat mij geen wanhoop en geen vreugde baat,
dan die zich spieglen in Uw wondre wezen.
In Bitter brood neemt hij het gedicht 'Nieuw lied voor de SS' op, waarvan de regels van de tweede strofe luiden:
Ik weet er komen dagen,
Te zwaar haast om te dragen,
Maar wat ook vlucht' of wijk',
Ik heb mijn woord gegeven,
te sterven en te leven,
Voor Adolf Hitler's Rijk.
Na de oorlog
In dit vers, alsook in verscheidene andere, bezweert Barends zijn Führer andermaal de gifbeker tot de bodem te zullen ledigen als het moet. In werkelijkheid zoekt hij na de oorlog in Duitsland onder een valse naam een goed heenkomen. De Eereraad voor de Letterkunde sluit hem voor het leven uit van vertaalwerk en legt hem een publicatieverbod op van tien jaar. Literair blijft hij kennelijk actief, want in 1953 en 1954 neemt het Vlaamse literaire tijdschrift De Tafelronde twee bijdragen van Steven Barends op. Voorzichtig benadert hij in april 1956 de Nederlandse justitie met de voor hem klemmende vraag of hij nog steeds wordt gezocht. Dat blijkt het geval. Barends besluit zijn leven verder in Duitsland te slijten. In 2002 woont hij, nog immer wrok koesterend, in Keulen. Op 92-jarige leeftijd werd Samuel (Steven) Barends op 12 september 2007 gevraagd naar zijn mening over de ophef die in Nederland was ontstaan over de uitspraak van Ronald Plasterk, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, die vrijgave van Mein Kampf bepleitte. In Trouw[1] zei Barends, dat hij het vreemd vond dat het boek nog altijd omstreden was, omdat men - volgens Barends - toch ook boeken van Jozef Stalin en Mao Zedong lezen mag onder de huidige wetgeving.
Gedicht van de dag: "Een soldaat" (Steven Barends)
"In Pompeji stond een soldaat aan de poort,
van een oud Romeins legioen.
Hij stond met zijn schild en zijn bronzen zwaard;
en die daar kwam, heeft hem niet gezien.
Want er stond een soldaat aan iedere poort,
van Rome tot aan den Rijn.
In Pompeji stond een soldaat aan de poort,
van een oud Romeins legioen.
En in hem stond Rome, sterk en bereid,
stond wakend en zeker en wachtte zijn tijd;
zoals er een stond aan iedere poort,
van Rome tot aan den Rijn.
In Pompeji stond een soldaat aan de poort,
van een oud Romeins legioen.
En het vuur sloeg vloeiend en hel uit de berg,
en het volk joeg als razend de stroom vooruit
maar hij stond; en of al de lava kwam
en steeg tot zijn hoofd en zijn leven nam:
en stond een soldaat aan iedere poort,
van Rome tot aan den Rijn.
In Pompeji stond een soldaat aan de poort,
totdat hem het vuur had gedood.
Hij is niet gevlucht - hij bleef op zijn post.
Hij bleef, want hij was niet afgelost.
Hij bleef en hij stond, tzij levend, tzij lijk
want op zijn schouders rustte het Rijk.
Want was hij gevlucht, dan was er één poort,
één enkele poort - onbewaakt geweest,
van Rome tot aan den Rijn."
Uit "Vive la Muerte !", uitgegeven bij De Amsterdamsche Keurkamer, in Amsterdam, 1938. en opgenomen in "Europese Gedichten - bijeengebracht en ingeleid door Karel Dillen".
Bron Wikida
Steven Barends
Steven Barends, pseudoniem van de op 9 september 1915 te Delfzijl geboren Samuel Barends zou ongetwijfeld Nederlands meest gehate dichter zijn, als hij na de oorlog niet zorgvuldig was doodgezwegen.
Hij was en is dichter, novellist en vertaler. Lid van de Algemeene Nederlandsche Fascistenbond van Jan Baars, vervolgens lid van Zwart (later: Nationaal) Front en de NSB (in 1942 geroyeerd), waarna hij zijn toevlucht tot de SS zocht. Hij vertaalde o.a. Mein Kampf van de Oostenrijks/Duitse politicus/dictator Adolf Hitler naar het Nederlands (1939)(totaaloplage van de Nederlandse vertaling 110.000 ex.).
Hij was bevriend met dichter en nazi-uitgever George Kettmann en Nico de Haas. Getrouwd geweest met Truus Pfann, die onder het pseudoniem Karin Moen nazi-gedichten publiceerde. Medewerker aan o.a. 'De Misthoorn' en 'De Waag'. Werd, net als Kettmann, 'Kriegsberichter', propagandist/oorlogsverslaggever in dienst van het Derde Rijk. Na de Duitse nederlaag vluchtte hij naar Duitsland. Kreeg na de oorlog in Nederland een publicatieverbod voor 10 jaar voor eigen werk en levenslange uitsluiting voor vertalingen.
Publiceerde in 1953 twee Duitstalige gedichten in het Vlaamse blad 'De Tafelronde'. Hij was in de zomer van 2000 nog in leven, vermoedelijk in Noord-Duitsland. Pseudoniemen: Dum-Dum en H.P. Borgers.
Hij publiceerde de dichtbundels Jeugd in opstand, Uitgeverij Oisterwijk [= uitgeverij van Arnold Meijer, de chef van Zwart Front], Oisterwijk, 1933; Viva la muerte!, De Amsterdamsche Keurkamer, Amsterdam, 1938; Hart, mijn hart, De Amsterdamsche Keurkamer, Amsterdam, 1944 (1000 ex.); Bitter brood, De Amsterdamsche Keurkamer, Amsterdam, 1944 (1000 ex.);
In deze bloemlezingen, waarin enkel nationaal-socialistische verzen stonden kan men gedichten van hem vinden: Ochtend-appèl, De Amsterdamsche Keurkamer, Amsterdam, 1936; Gelaat der dichters, De Amsterdamsche Keurkamer, Amsterdam, 1944.
Zie ook www.google.com voor meer over Steven Barends.
bron: Bart FM Droog, 2000
Samuel Barends | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
1939 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Trijntje Maria Pfann | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.