Getuigen
Pieter Alfred Vercammen, meubelmaker, 23 j,
Pieter Jan Doms, politieagent, 24j,
Tijdstip: 3u
Door Gestapo opgepakt wegens 'bomaanslag op Duitse Kommandatuur en anti-Duitse propaganda' en gevangen gezet in het Fort van Breendonk
Op transport gezet van uit Breendonknaar het Concentratiekamp van Neuengamme
3 mei 1945
Begin mei 1945 is de stad het decor van grote gevangenentransporten vanuit het concentratiekamp Neuengamme. Gevangenen worden aan boord van schepen gebracht die voor de kust liggen. Daaronder de Cap Arcona, de Thielbek en de Deutschland, een hospitaalschip. De schepen zitten echter overvol en een deel van de gevangenen, ongeveer 2000, afkomstig uit het concentratiekamp Stutthof bij Dantzig, moet daarom aan boord van twee rivieraken, Wolfgang en Vaterland, blijven. De SS-bewakers van die aken verlaten de schepen in de nacht van 2 mei uit vrees voor de oprukkende Britten. De aken worden daarna aan land gedreven door het getij, waarna in de vroege ochtend van 3 mei ettelijke honderden uitgehongerde gevangenen aan land gaan op zoek naar eten en drinken. Opgeschrikte bewoners van de stad verwittigen de SS-troepen en soldaten van de kriegsmarine, die de gevangenen bij elkaar drijven. Een 70-tal gevangenen wordt aan boord gedood, een 300-tal andere, waaronder vrouwen en kinderen, worden op het strand gedood, de rest wordt naar de haven gebracht, aan boord van het schip Athen.
Een paar uren later bombardeert de Britse luchtmacht het schip Deutschland. De bemanningsleden, bewakers en gevangenen geraken echter veilig aan land. Bij een tweede luchtaanval worden de schepen Cap Arcona en Thielbek bestookt, omdat de Britten vrezen dat het om troepentransporten gaat. En dit ondanks de waarschuwing van de Zweden die het over gevangenentransporten hebben. De twee schepen vliegen in brand, de Cap Arcona kapseist en de Thielbek zinkt. De dodentol is enorm hoog : van de 5000 gevangenen aan boord van de Cap Arcona overleven er slechts 350 de ramp. Duitse vissersboten redden wel 16 zeelui en ruim 400 SS-bewakers. Van de 2800 gevangenen van de Thielbeck overleven er slechts 50 de ramp, ook alle bewakers en bemanningsleden komen om. Zij die in het water gesprongen waren worden door Britse vliegtuigen beschoten, de enkelingen die de kust halen worden afgemaakt door SS-soldaten. Ook de Athen die in de haven lag wordt geraakt, waarbij opnieuw een paar gevangenen om het leven komen. Met zowat 7500 doden, afkomstig uit 24 landen, is dit een van de grootste scheepsrampen uit de geschiedenis.
Daags nadien ontdekken de Britse troepen de, in de vroege ochtend van 3 mei gedode gevangenen, op het strand en vernemen ze het relaas van een paar overlevenden. Daarop geeft de Britse bevelhebber de stad vrij voor plundering. In de daarop volgende jaren worden duizenden slachtoffers begraven in kerkhoven rondom de Lubecker bocht. Tot 1971 spoelden er menselijke resten aan op het strand. Naar schatting 3000 slachtoffers rusten nog in zee.
Tijdstip: 20u
Hij is getrouwd met Maria CLAES (POELS).
Zij zijn getrouwd op 24 april 1920 te Mechelen, Antwerpen, Vlaanderen, België, hij was toen 25 jaar oud.Bron 3
Getuigen
Jan Baptist Cabuy, diamantslijper, 40j,broeder des bruidegoms
Jan Frans Poels, paswerker, 50j, vaderlijken oom van de bruid.
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Albert Hendrik CABUY | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
1920 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Maria CLAES (POELS) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Akte nr 78/ Persoonlijk archief
CABUY Albert Hendrik
De Rechtbank van eerste aanleg alhier, door ons gekortteekend zn aan de tegenwoordige akte gehecht, luidt als volgt:
Wij, Karel, Prins van België, Regent van het Koninkrijk België, Koning Leopold III door ’s vijands toedoens zich in de onmogelijkheid bevindende on te regeren, aan allen tegenwoordigen en toekomenden doen te weten. De Rechtbank van eerste aanleg te Mechelen.
Mijne Heeren,
De Procureur des Konings ?? rechtbank, heeft de eer ?? ter kennis te brengen dat blijkens de overgelegde bescheiden en bewijsstukken de akte ingeschreven in het register der overlijdensakten van de stad Mechelen onder nummer drie en zestig ?? jaar duizend negenhonderd zesenveertig, missingen bevat en onnauwkeurig opgesteld werd, dat in het belang der openbare orde bedoelde vergissing door een verbeterend vonnis dient goedgemaakt; met verzoek, bij vonnis voor recht zeggende dat CABUY Albert Hendrik geboren te Mechelen den eenentwintigsten augustus duizenachthonderd vieren negentig, zoon van Jan Baptist en diens echtgenoote Maria Lowies Gooris, beiden geboren te Mechelen, echtgenoot van Maria Poels, woonachtig te Mechelen, Oude Lierse baan vier en zestig, den eenentwintigste mei duizend negenhonder vijf en veertig, om en om twintig uur, in het Landelijk Gasthuis te Neustadt in Holstein (Duitscjland) overleden is.
Aan den bevoegden ambrtenaar van de burgerlijken stand te bevelen Uw vonnis over te schrijven in de lopende registers, met vermelding daarvan op den kant van de bewuste akte.
Opgemaakt in ons Parket te Mechelen, den achtiende maart duizend negenhonderd zes en veertig (get) J Tilman.
Vonnis
Gehoord den heer Hellemans, ondervoorzitter in zijn verslag, gezien de artikelen ?9, 99, 100 en 101 van het Burgerlijk Wetboek; 855; 856; 857 en 858 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvorderingen; 2, 30, 34, 35, 36, 37, 38, 40 en 41 der wet van 15 juni 1935; gezien de overgelegde bescheiden en bewijsstukken; om deze redenen, De Rechtbank, overeenkomstig de in voorafgaand verzoekschrift gegeven uiteenzetting, zegt voor recht dat CABUY Albert Hendrik, geboren te Mechelen den eenentwintigste augustus duizend achthonderd vier en negentig, zoon van Jan Baptist en van diens echtgenote Maria Lowies Gooris, beiden geboren te Mechelen, echtgenoot van Maria Poels, woonachtig te Mechelen, Oude Lierse baan vier en zestig, den eenentwintigste mei duizend negenhonderd vijf en veertig om en om twintig uur in het Landelijk Gasthuis te Neustadt in Holstein (Duitschland) overleden is.
Beveelt aan den bevoegden ambtenaar van de burgerlijke stand, dit vonnis nadat het hem zal overhandigd geweest zijn in de lopende registers over te schrijven, er vermelding van te maken op den rand van de bewuste akte, en binnen drie dagen, daarvan bericht te geven aan den heer Procureur des Konings, welke Magistraat er voor zorgt dat de melding op gelijke wijze in de ter griffie dezer Rechtbank berustende registers geschiedt.
Gewezen en uitgesproken in openbare rechtszitting der Rechtbank van eerste aanleg te Mechelen den eersten april duizend negenhonderd zes en veertig waar aanwezig waren de Heeren Hellemans, ondervoorzitter, Gerard, Rechter, Torfs, Rechter, Dieudonné, substituut Procureur des Konings, Van Hemelryck, griffier (get) Hellemand & Van Hemelryck
Lasten en bevelen aan alle deurwaarders daartoe aanzocht het tegenwoordig vonnis ten uitvoer te berengen. Aan onze Procureur Generaal en aan onze Procureur bij de Rechtbank van eerste aanleg er de hand aan te houden. Aan alle commandanten en Officieren der Openbare Macht er sterke hand toe te brengen wanneer zij daartoe wettelijk zullen aanzocht worden. Ten blijke van welk het tegenwoordig vonnis is geteekend en gezegeld geworden. Voor gelijkvormige expeditie afgeleverd aan het openbaar ministerie. De Hoofdgriffier J Joosten. Zegel der Rechtbank van eerste aanleg te Mechelen. Waarvan akte gedaan in dubbel, te Mechelen ten stadhuize, welke wij hebben genaamteekend.
In de rand vermeld
Vonnis van verbetering “Stierf voor België”.