Hij is getrouwd met Geertuyd Simons van Neck.
Zij zijn getrouwd rond 1540.
Kind(eren):
Mr Cornelis van Veen, Jansz., Ridder, Pensionaris van Leiden (1555 - 1561) en in 1565 burgemeester van de stad Leiden, trouwt Geertruyd Simonsdr van Neck; in 1574 woonde hij te Amsterdam "op den Burchwal" (bron: Johan E.Elias: "De vroedschap van Amsterdam 1378-1795", p.30) "In Leiden waar Mr Cornelis van Veen in de katholieke tijd pensionaris en later burgemeester en schepen was" (bron: E.Theissing "Over Klopjes en Kwezels" Utrecht 1935 p.129).
Hij komt voor op de lijst van bestuurderen der stad Leiden als burgemeester in 1564, 1565 en 1569 (bron: "Oudheden en gestichten van Rhynland" H. van Heussen, Leiden 1719).
Tevoren was hij als pensionaris van Leiden vele malen als gedeputeerde van de stad Leiden in de Staten van Holland te den Haag of Brussel en Mechelen present bij de vergaderingen, de "daghvaert". Ondermeer in de jaren 1559 en 1560 ging hij maandelijks en soms nog vaker naar die zittingen. In die periode is ook vrijwel steeds aanwezig Pensionaris Mr Cornelis van Alckemade als gedeputeerde van de stad Haarlem (bron: Mr Adriaan van der Goes: "Holland onder de Regeering van Keizer Karel den Vijfden etc" betreffende 1559 en 1560 ( zesde deel), Amsterdam 1791). Reisden zij wellicht samen naar den Haag ? Hij ontving als pensionaris een jaarwedde van 200 pond Hollands verhoogd met een kledingtoelage van 19 pond. In 1558 kreeg Mr Cornelis van Veen voor "zijn promotie van doctoirschap in beyde rechten" een loonsverhoging van de Leidse vroedschap. In 1561 nam hij ontslag als Leids pensionaris nadat hem een loonsverhoging tot 267 pond Hollands was geweigerd. De secrete vroedschap was vermoedelijk niet tevreden over zijn diensten of er speelden andere zaken, want zijn opvolger werd zonder moeite een wedde van 420 pond toegekend. Mr Cornelis van Veen wilde ook alleen naar het stadhuis komen wanneer hij ontboden werd en enige tijd verlof om een privé-reis te maken (bron: RAL SAI, inv.nr. 126r-127v (1561). De religieuze overtuiging van mr Cornelis - hij was katholiek - speelde geen rol, hij werd immers in 1566 tot burgemeester en vroedschapslid gekozen. In oktober 1572 vluchtte hij wel de stad uit, maar na omzwervingen in Vlaanderen en Amsterdam keerde hij terug naar Leiden om privé-advocaat te worden (bron: S.A. Lamet, Men in government. The patriciate of Leiden, 1550 - 1600 (diss.Univ.Massachusettes 1979) 204, 314 noot in: Arie van Steensel, De middeleeuwse stadspensionarissen van Haarlem en Leiden, Holland 38 (2006) p.76-96). In 1561 betaalt voor de 10de penning van Leiden Mr Cornelis (Jansz) van Veen, wonende in de bon Over 't Hof op het St Pieterskerkhof nr 136 als eigenaar 26 gulden (bron: RAL dig. Jan van Hout 10de penning van Leiden 1561 fol. 80). Mr Cornelis van Veen en anderen "verleenen aan den gardiaan en de broeders der orde van sint Franciscus elk ½ aam Rijnwijn op 17 Juli 1566" (bron: RAL G.F. Théonville: "Archieven van de Kloosters" in het Leidse Archief, Leiden 1917, p.381). Tussen 18 juli 1566 en 1 mei 1573 was Cornelis Jansz van Veen Veertigraad van Leiden. Hij zegelde met het volgende wapen: in zilver drie geplante bomen, naast elkaar, op rijzende grond, alles groen (bron: MvB website CBG). Bij het vaststellen van de huwelijkse voorwaarden tussen Huych Huychenz van Alckemade en Catharina Willemsdr (van Warmont) op 25 juni 1570 te Leiden compareren aan de zijde van Huych van Alckemade, wiens moeder als Duyfgen Jansdr wordt vermeld, Mr Cornelis van Veen, burgemeester van Leiden en Mr Jan Duyck, licentiaat in beide rechten, als "oomen" en Floris van der Molen als "neeff" (bron: RAL RA Leiden 76 B 2). Dat de kinderen van Mr Cornelis van Veen in 1592 pretenderen mede erfgenamen van Huych van Alckemade te zijn is dus zeker niet uit de lucht gegrepen. Op 9 februari 1574 verklaart Cornelis van Veen van Dirck van Teylingen, rentmeester der nagelaten kinderen van wijlen Jonkheer Jacob Pijnssen, in leven heer van Hoffem, voor een jaar in huurwaar te hebben genomen een stuk land, geheten de Noorderworp, gelegen in twee stukken op Diericxhorn, waarop het huis staat dat Cornelis voornoemd van Jan Heynes gekocht heeft, welk land wijlen Ariaen Meyloffs vele jaren gebruikt heeft (bron: RA Alkmaar Provenhuis van Zessen inv.nr 36 318).
Op 8 juli 1575: twee schepenen "in Alcmaer" verklaren dat regenten van het Mannengasthuys en Symon van Veen, namens zijn vader Cornelis van Veen, overeengekomen zijn, dat het land van Cornelis van Veen, gelegen bij de Langevaert en bezuiden het gasthuisland genaamd Natteers, door een sloot van het gasthuis mag uitwateren op de molen, mits onderhoudende twee dammen met een pomp, alsmede een kadijk bezuiden zijn land (bron: RAA Gasthuizen inv.nr.113 320 op perkament).
In 1581 wordt mr Cornelis van Veen vermeld in het kervenregister (belastingregister) van Leiden (MvB). (nog over inv.nr 351).
"VEEN (Cornelis Jansz. van), heer van Hogeveen, Vuerse, Drakesteyn, werd in 1520 te Leiden geboren en 18 Aug. 1591 ald. in de Pieterskerk begraven. Zijn geslacht stamde af van een Jan van Veen, die een natuurlijke zoon was van den brabantschen hertog Jan III (1312-1355). Zij waren verwant met meerdere adellijke geslachten, als de van Swieten, van Nes, van Roetselaer. Het wapen der van Veens was een leeuw van goud op een veld van sabel, doorsneden met een zilveren baar, beladen met drie ringen van keel. Van 1551 tot 1561 was hij pensionaris van Leiden, toen hij als zoodanig werd opgevolgd door den gunsteling van den stadhouder prins Willem van Oranje, Paulus Buys. In deze trubbele tijden was de goed roomsche Cornelis, meester in de beide rechten" (bron: Kleijntjens in NNBW).
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Cornelis Jansz van Veen | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
± 1540 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Geertuyd Simons van Neck | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.