Hij is getrouwd met Margriete Baltens van Ruyven.
Zij zijn getrouwd rond 1566 te Leiden.
Kind(eren):
Vernoemd naar grootvader Huych Jansz van Vlottenburg #9821.
Op 13 november 1559 betaalt de Stad Leiden aan Huych Jansz van Alckemaden en Ermgheert Jans van Alckemaden ieder 40 p lijfrente (bron: RAL Thesaurrek. 630 fol. 70).
Deze lijfrente is gevestigd op 13 mei 1520 ten behoeve van Huge Jan van Alkemadezn en Ermgaert Jan van Alkemadedr (bron: RAL Thesaurrek. 602, fol. 184).
Als Huych Jansz van Alckemade geboren is in 1526 - want op 26 jan 1575 was hij 48 jaar blijkens bron: RAL Leiden 0506-43, - dan kan er niet voor hem in 1520 een lijfrente zijn gevestigd. Mogelijk is er nog ca 1519 (geb. jaar genoemd in Lunsingh Scheurleer p. 604) een zoon Huych geboren, die mogelijk jong is overleden en is onze Huych Jansz van Alckemade de tweede van deze naam.?
Op 24 juli 1540 presenteerde Jan van Alckemade "Huyghe van Alckemade, mijnen zone, te weten den jongsten (!), tot eender cappelrie gelegen inden parochiekerke vanden dorpe van Uutgeest in Kermerlant" en verzoekt hij de aartsbisschop van Utrecht "Huyge, mijnen zone, hier in te willen confirmeren met allen solemniteyten als dat behoort" (bron: NHA A Heerl. Heemstede inv.nr. 420).
1540-41: proclamatio honesti juvenis Hugonis de Alkemade, praesentati ad vicariam seu cap. perpetuam altaris S. Nicolai, in par. eccl. de Utgeest, vac.p.mort quondam dni. et mri. Hugonis de Assendelft. Gratificatio facta supradicto Hugonis de Alckemade, ad vicariam S.Nicolai de Utgeest, ante dictam, 42 stuf. Een jaar later werd deze weer overgedragen? ongedaan gemaakt?: 1541-42: institutio honesti juvenis Ruscchii filii Nicolai, ad vicariam sive cap.altaris S. Nicolai, in par.eccl. de Utgeest, vac.p.mort quondam mri. Hugonis de Assendelft sive per cessionem jur., lit et causae Hugonis filii Johannis ab Alckemade et Johannis Leseure collitigantium, 7 scuta. (bron: P.M. Grijpink, Register op de parochiën, altaren, vicarieën en de bedienaars 3e deel Kennemaria (Haarlem 1930) 130).
Op 4 maart 1560 werd Huych Jansz van Alckemade beleend met 10 morgen land te Schooten, strekkend oost van de Kruisweg tot de wetering genaamd ´Delft of Breedsloot´, noord: Josina van Ruyven, zuid: de Heilige Geest te Haarlem, bij dode van Jan Franckenz van Alckemade, zijn vader; op 16 februari 1565 droeg Huych Jansz van Alckemade dit leen over aan Adriaen van Groeneven, voor de Heilige Geest te Haarlem (bron: Ons Voorgeslacht 41 (1986) 318).
In 1561 betaalde Huych Jansz van Alckemade 24 gulden aan de tiende penning te Leiden; hij woonde toen in de bon "Over ´t Hof" op de Sint Pieterskerkgracht nr 55 als eigenaar (bron: RAL dig. Jan van Hout, 10de Penning van Leiden 1561, fol. 68).
Huych Jansz had al vroeg de zijde van de reformatie gekozen. In 1564 wordt hij genoemd als een van de ingedaagde ketters. Niet zeker is, schrijf Lunsingh Scheurleer, of hij behoorde tot de ondertekenaars van het verbond van edelen tegen de inquisitie en de verscherping van de plakkaten van 1565. Huych van Alckemade te Leiden had deelgenomen aan het Verbond der Edelen, ofschoon zijn naam niet onder de ondertekenaars van het verbond voorkomt (bron: BBH 47 fol.155). Hij schijnt niet tot het adellijk geslacht behoord te hebben. Woonde te Leiden in 1566. Heeft deelgenomen aan het Verbond der Edelen blijkens een verklaring door hem den 10 maart 1567 afgelegd. Hij vernieuwde daarin de eed van trouw aan de koning van Spanje en verklaart: "hem te dienen als een goed Leenman betaamt" (bron: van der Aa: Biografisch Woordenboek en Servaas de Bruin: Historisch Woordenboek).
Huych van Alckemade nam deel aan het Compromis der Edelen (bron: H.F.K. van Nierop,´ Van ridders tot regenten´ (1984) 273). Bekend is dat Hendrick van Brederode in september 1566 bij zijn bezoek aan de stad Leiden in gezelschap van zijn vrouw en twee zusters van de prins van Oranje werd ´getracteerd bij eenighe geuzen ten huize van Huych van Alckemade´.
Ook werd Huych op 11 mei 1566 opgeroepen te verschijnen voor het Hof van Holland om te verklaren ´wat affectie ende genegenheid zij tot den dienst van den Koning hadden: ende of zij gezind waren het met Zijne Majesteit te houden, en dezelven tegens een ieder te dienen, en hetgeen hen wegens Zijne Majesteit zal worden bevolen te gehooren´ (LS).
Huych Jansz Alckemade autheur van oproerten en seditiën om zaecken van nyewer geprobeerde religie, zoo hij compareert onthoofding 15 september 1567, 19 november 1567 en 17 april 1568 (bron: Dr L.Knappert, Opkomst van het protest in Leiden, [LA.] (1908) 256, 273).
Het Crimineel vonnisboek Leiden registerdeel 1 fol.278 vermeld op 19 november 1567 dat gedaagde Huych van Alckemade verdacht werd van ketterij; het dragen van de geuzenpenning en aanzetten tot oproer; de eis was: doodstraf, subs. levenslange verbanning uit de Nederlanden en confiscatie van zijn bezittingen; het vonnis was: ontslag uit de voorlopige hechtenis en toestemming zijn zaak door een procureur te laten behandelen.
(Hugo) Jansz (van) Alckemade tekent een schuldbekentenis wegens koop van laken op 17 jan 1568 (bron: RAL Leiden 0506-1, fol. 11v).
Gedurende de periode dat Huych van Alckemade het huis aan het Rapenburg bezat, had hij meermalen financiële problemen. De rekening van de ontvanger van de pachten van Rijsoorde, Hendrick van Brouchoven, meldde in 1568-1570 de confiscatie der goederen van Huych van Alckemade. In 1574 beschikte Huych Jansz van Alckemade weer over zijn bezittingen, blijkens zijn leningen, onder andere een van f 1800 van zijn neef (oomzegger) Huych Huychenz van Alckemade.
In 1574 en 1575 leende hij geld met zijn Rapenburg erf als onderpand * In 1575 en 1576 stond zijn pand leeg en werd de huurwaarde getaxeerd op ¹ 18, later op ¹ 10 *. Het huis viel in 1576 onder beheer van mr. Frederik van der Horst en mr. Johan van Oldenbarnevelt, advocaten voor het Hof van Holland. Huych verbleef in deze periode mogelijk enige tijd in huis van zijn neef Huych Huychensz van Alckemade op Rapenburg 27. In 1577 bleek het huis van Gerard Amelsz van Hoogeveen (#15890), pensionaris van Leiden en curator van de universiteit. Huych woonde vervolgens op het Pieterskerkhof (SL) ook nog in 1561 Over ´t Hof, Sint Pieterskerkgracht.
Nog in 1575 getuigde Huych van Alckemade op verzoek van Pieter Adriaensz van der Werff (#14721), dat laatstgenoemde ´deur tirannie der hertogen van Alba mede ballings landts heeft moete wesen´ en als zodanig met zijn broer in de stad Wesel ´mesnage heeft gehouden´. Van der Werff had van de prins van Oranje commissie brieven gekregen in 1570 of begin 1571 ´om de algemeyne zaecke der Nederlants bij de hant te nemen en aen te grijpen´, zodat hij dagelijks in Wesel afgezanten op zijn kosten moest ontvangen. Ook Van Alckemade was herhaaldelijk in Wesel door Van der Werff ontvangen en getracteerd tot oktober 1571, toen Van der Werff naar Hamburg was vertrokken. Aan het genoemde tractement was Van der Werff aan wijn, bier en spijs zeker wel f 600 kwijt geweest.
Na de alteratie werd Huych in 1574 lid van de gerenoveerde veertigraad, waarin Pieter Adriaensz van der Werff al sinds 1573 tijdens het beleg een hoofdrol vervulde. Tot 1600 zou Van Alckemade lid van de veertigraad blijven (LS).
26 januari 1575: Huych Alckemade, oud 48 jaar, was deposant over het verblijf van Pieter Adriaens van der Werff te Wesel en Hamburg. Deposant zelf was ook balling in Wesel 1570-1571 (bron: RAL 506-43 fol.?).
Op 28 september 1575 werd Huych van Alckemade (Jansz of Huychz?) vermeld als leenman van Raaphorst waarvan geen belening werd vermeld (bron: Ons Voorgeslacht 29 (1974) 108).
Huych Jansz van Alckemade, wonende te Leiden, geeft procuratie op 9 april, 10 november en 14 november 1577 (bron: RAL Leiden 0506-6, fol.173, 516, 523).
Op 30 augustus 1585 stelt Huych van Alckemade Jansz 200 Carolus gulden 40 groten vlaems borg voor zijn cousijn Pieter Marlijnsz Capiteyn (bron: RAL Leiden 0506-50, fol. 173).
Op 17 feb 1586 compareert Huijch Jansz van Alckemade te Leiden en wordt er bekentenisse ende transport opgesteld tussen hem en jonge Huijch Huijchensz van Alckemade, zijn neef, en draagt daarbij aan deze neef Huijch Huygensz van Alckemade (#9905) zijn rechten over op de boedel van Niclaes van Berendrecht (schout van Leiden), bij accoord van Jan van Hout, secretaris van Leyden. (bron: RAL Leiden 0506-51, fol. 37). p
Op 9 september 1587 geeft hij procuratie (bron: RAL Leiden 0506-52, fol. 95) en ook op 25 maart 1588 en 23 april 1588 (bron: RAL Leiden 0506-53, fol 76) en maakt zijn huysvrouwe Margriete Baltensdr machtig (bron: RAL Leiden 0506-53, fol. 24).
Op 7 februari 1587 compareert Huych Jansz van Alckemade met Huych Huygenz van Alckemade "zijne neve" betreffende de inboedel van Nicolaes Berendrecht (bron: RAL Leiden 0506-51, fol 37, 37v).
Op 9 mei 1588 stelt Huijch Jansz van Alckemade, de oude, zich als borg ten behoeve van Hans Schelker. (bron: RAL Leiden 0506-53, fol 101)
Op 9 december 1588 compareert Huych Jansz van Alckemade, de oude (!), Grietge Baltensdr en Pieter Merlijnsz van Breda zijn cousijne betreffende landen die Huych heeft liggen te Weesperkarspel (bron: RAL Leiden, 0506-53, fol 222 (?)).
Op 9 december 1588 compareert Huych Jansz van Alckemade, de oude, en "producerende een sekere stuc franchijns waer in hij verclaerde sijn testament ende tzelve openende hebben mij notaris ende getuijgen dat de vs: van alckemade tzelve met sijn naeme ondertekende daerbij vougende den dach allerdier in opengelaeten was ende tzelve genomen ende met sijn segel toegesloten hebben, verclaerde t inhouden vandyen te wesen zijn testament, leste ende uiyterste wille ....." (bron: RAL Leiden 0506-53, fol. 223).
Op 14 december 1590 geeft hij procuratie in een acte betreffende land gelegen te Noordwijkerhout (bron: RAL Leiden 0506-55, fol. 197).
Op 5 februari 1591 acte van Informatie ten behoeve van Huych van Alckemade Jansz en oude Huych van Alckemade (#21353), sijne oom (bron: RAL Leiden 0506-20, akte 30/67).
Huych Jansz van Alckemade bezit land te Aarlanderveen dat later wordt vermeld als in eigendom van Huych Jansz van Alckemade sijn zoon (sic) gebruikt door Jan Willemsz Cop (bron: transcriptie Morgenboeken van Aarlanderveen 1540-1664 dl 1, ora 3258-60, nr 52 door werkgroep genea-rijnland).
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Huych Jansz van Alkemade | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
± 1566 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Margriete Baltens van Ruyven | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.