Jan Claesz machtigt zijn broeder Sijmon Claesz van Alckemade voor hem te procederen actum 28 augustus 1619 in het geding op 3 september 1619: de Balliu Jhr Andries van Thienen beklaagt voor de vierschaar Jan Claesz van Alckemade, woonende op ten Houff, die is gearresteerd.
"Gedaegde heeft sich met seer quade saecken onderstaen op de Hillegummer kermisse laetsleden. Hij heeft Lowijs de Schepper, deurwaerder van de gemene middelen, rijdende selve op sijn paert op den Heerwegh te Hillegom, moetwillich, sonder dat de voorn. deurwaerder hem of eymant iets dede ofte molesteerde, met een halve backsteen geworpen op sijn Rugge".
De eis was: 4 jaeren gebannen uit de Hove van Holland en Westfriesland en 200 gulden boete. Jan Claesz van Alckemade ontkent en later op 4 februari 1620 volgt de absolvatie van de eys (bron: NA Nhout B.XIIa-6, fol. 16, fol. term.).
Vermoedelijk heeft hij als zonen:
Claes Jansz van Alckemade, die op 2-2-1674 8 hond land, belend N de Weerlandervaart, ZO Francois Meerman en ZW en NW de weduwe van Willem van Loon, voor 659 gulden kocht van Claes Jacobsz Claverweyde, gehuwd met Guertje Cornelis Glas, Joost Claesz van Diest, gehuwd met Neeltje Cornelis Glas, Claes Absalonsz van Keuyere, gehuwd met Aeltje Cornelis Glas, Claes Cornelisz Glas mitsgaders Mees Jansz Langevelt en Pieter Jansz van Bourgondien, als voogden over Leentje Cornelis Glas, Jacob Cornelisz Glas en Dirck Cornelisz Glas (bron: NA ora Hillegom inv.nr. 1, fol. 241v).
Jacob Jansz van Alkemade, aan wie Aaltje Jansdr Beuyck met Cornelis Willemsz de Haas, haar gekoren voogd, op 13 jul 1689 verklaart 100 gld schuldig te zijn met hypotheek op 1 morgen 172 roe land onder Hillegom, belend ZO en ZW Jan van den Bosch, NW Jacob Cornelisz en NO de Meer. Afgelost op 04 nov 1692 (bron: NA ora Hillegom inv.nr.2, fol. 181v).
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.