Hij is getrouwd met Immezoete Engelbertsdr van der Marck.
Zij zijn getrouwd rond 1485.
Ridder.
Poorter van Leiden (1468).
Leids kapitein (1474).
In 1481 en 1510 veertigraad van Leiden.
Burgemeester van Leiden 1476-1478, 1485-1486, 1489-1491, 1494-1495, 1503-1504.
Het eerst werd Floris vermeld in 1451, toen hij Warderbroek van zijn vader erfde.
Het volgende jaar (1452) deed hij ten gunste van zijn verre neef Jan van der Woude afstand van zijn recht op 7 morgen in Oegstgeest, leen van Polanen.
Pas in 1455 beleende de Heer van Putten Floris met het huis Alkemade. Gezien registratie van zijn eigen leenkamer had hij echter direct in 1451 bezit van dit huis genomen.
In 1455 verkocht hij de Bernarditen te Warmond delen van kampen in Noordwijk.
In 1468 werd Floris van Alkemade poorter van Leiden, waar hij reeds in 1462 overman van de schutters was. Hij bleef als zodanig vermeld tot 1503.
In 1469 huwelijkte Floris van Alkemade, wiens beide ouders waren overleden, zijn zuster Machteld uit aan IJsbrand van de Coulster (#6788) (bron: H. Brand, "Over macht en overwicht". Stedelijke elites in Leiden (1420-1510) uitgegeven Leuven/Apeldoorn 1996, 259).
In 1470 verkocht Floris 6 morgen in Oegstgeest en zegelde bij die gelegenheid met de gekroonde leeuw van Alkemade. In datzelfde jaar verkocht hij renten op 1 morgen in Oegstgeest.
In 1470 erfde hij de 9 morgen in Poelgeest, leen van Polanen, van zijn moeder, het volgende jaar gevolgd door het huis Poelgeest, leen van Wassenaar.
In 1473 erfde hij lenen van zijn oom Willem van Alkemade (#6772), waarvan hij in 1476 echter afzag.
In 1474 was hij als Leids kapitein aanwezig bij het beleg van Neuss.
In 1477 was hij burgemeester van Leiden bij onderhandelingen te Calais.
In 1481 en 1510 was hij veertigraad van Leiden.
Hij huwde omstreeks 1485 Immezoete, bastaarddochter van Engelbert van der Mark, die eerder vanaf 1451 gehuwd was met Jan van Zwieten. In december 1487 kwam het echtpaar het eerst voor. Tijdens haar eerdere huwelijk had zij in 1479 een tiende in Hodenpijl en in 1483 een tiende in Maasland verkregen, beiden grafelijk leen.
In 1490 was hij wederom burgemeester en weer onderhandelde hij met Calais.
In 1495 belastte Immersoete samen met haar man de tiende in Hodenpijl met 50 guldens voor Dirk van Zwieten en ook de dochter van haar broer Adolf van der Mark gaf zij 50 guldens op dat leen.
In 1497 droegen zij 5 pond op beide tienden over aan Jacob Heerman. In 1499 droeg haar man het huis Poelgeest, waarvan zij vruchtgebruik zou houden, over aan Willem van Coulster.
In oktober 1510, toen haar zuster Machteld van der Mark haar lenen erfde, was Immersoete overleden. Daarop ontstond over de erfenis een geschil tussen Machteld en Floris van Alkemade, dat duurde tot zijn overlijden in het volgende jaar. Het huwelijk bleef kinderloos. (bron: dr. J.C. Kort, ´Van Alkemade 1200 1782 IV´, in: De Nederlandsche Leeuw jaargang 117 (2000), k. 229-240, aldaar 236-237).
"Heer Floris van Alkemade, leenvolger van zijn vader, Ridder, sterf sonder kinders An. 1511 begraven inden Hage ten Jacopijnen bij heer Willem sijne Oom, hy hadde getrout Jouffr. Emmesoete van der Marck, Engelberts dr, weduwe van Jan van Sweten, heer van Opmeer". (bron: van Gouthoeven en CBG 38.72). In januari 1512, toen Willem van Coulster (#7031) zijn lenen erfde, was Floris overleden.
Dit komt overeen met de mededeling van de genealoog uit de zestiende eeuw (Gouthoven!), dat hij in 1511 stierf en begraven werd bij de Jacobinessen voor het hoogaltaar bij zijn oom Willem van Alkemade. Deze lag evenwel in de Pieterskerk.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Floris Florisz van Alkemade | ||||||||||||||||||
± 1485 | ||||||||||||||||||
Immezoete Engelbertsdr van der Marck | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.