Landbouwer, gegoed te Noordwijkerhout.
Maerten Huybertsz "Op de Geest" (1623). Ook wel Maerten Huybrechtsz.
Lid van de Hoge Vierschaar te Noordwijkerhout 1609-1612 (bron: NA Nh B.XIIa-4).
Op 15 jun 1608: Jan Doedesz, wonende te Noordwijk en Cornelis Dircksz, wonende te Lisse verkopen aan Maerten Hubertsz van Alckemade 5 morgen land gelegen in de polder van de Hogevenen, alles volgens de oude brief, voor 480 gulden (bron: NA ora Lisse, inv.nr. 4, fol. 12v).
Op 25 oktober 1612 verkoopt Cornelis Meesz, gehuwd met Annetje Bartelmeesdr aan Maerten Huybertsz wonende te Noordwijk 14 hond land, belend NO Hendrick Meesz en Pieter Willemsz en ZW Coenraet Pietersz en de rekenmeester Baernaert van Crompvliet, strekkende van de nieuwe vaart tot in de vaert voor 700 Karolus Gulden (bron: NA ora Nh 476 fol.7v).
In 1613 wordt Maerten Huybertsz van Alckemade vermeld als belender (bron: NA RA Nh 476 fol.8v) en verkoopt op 28 februari 1613 "aan Jan Jansz Clinckan een wooninge, barge, schuer, pootinge en plantinge en al wat nagelvast zit" alsmede 1½ hond land, belend NO de Delft, ZO jonkvr. Maria Suys, weduwe van Jhr Hendrick van der Laen, ZW en NW de grafelijke duynen, belast met 3 en met 12 stuiver per jaar en nog 5 morgen 2 hond land gelegen aan twee percelen, de ene 3 morgen belend NO Huybert Jacobsz, ZO de nieuwe watering, ZW d'Espellaen en NW d'Espelduyn en de andere 2 morgen 2 hond, belend NO Jan Cornelisz Admirael, ZO d'Espelduynen, ZW de Spellaen voorsz, NW de oude maendaegse schoubare vaert en de bruikwaar alles volgens de oude brieven en voldaan met een schuldbrief van 2800 Karolus Gulden (bron: NA ora Nh 476 fol.30v en 477 fol. 20).
Dezelfde dag verkoopt Jan Jansz Clinckan aan Maerten Huybertsz van Alckemade een woning met 10 morgen 3½ hond land eensdeels in Noordwijkerhout een eensdeels in Lisse gelegen met de bruikwaar van 3 morgen weiland aankomende Wennitgen Hendrickdr van Santvoort met waarborg 2 morgen 2 hond land belend NO Jan Cornelisz Admirael, ZO d'Espelduynen, ZW d'Espellaen en NW de oude maendaagse schoubare vaert (bron: NA ora Nh 476 fol. 31v).
Op 7 mrt 1613 stilo novo: Maerten Hubertszn. Alckemade heeft op 15 jun 1608 recht en actie verkregen van Jan Doedesz en Cornelis Dircksz alias Commers (ook Commeren 1620) van een partij land en verkoopt dit door aan Jan Janszn. Clinck (alias Clinckan 1620) onder overhandiging van de drie oude brieven en een extract. Voldaan met een schuldbrief van dit land en land gelegen in Noordwijkerhout, welke landen tezamen groot zijn 5 morgen en het land alhier gelegen is getaxeerd op 500 gulden (bron: NA ora Lisse inv.nr. 4, fol. 107v).
Op 9 mei 1614 is Jan Jansz Clinckan schuldig Jhr Andries van Bronckhorst "30 Karolus Gulden per jaar met hypotheek op een stuk land nog belast met custings penningen welke betaald moeten worden aan Maerten Huybertsz van Alckemade volgens de brief van 26 september 1613 (bron: NA ora Nh 477 fol.16v).
Op 13 mei 1614 koopt Maerten "wooninge, schuer, barge, pootinge en plantinge met 1,5 hont lands" (bron: NA ora 477, fol. 20).
Maerten komt niet voor in het register 1623 van het hoofdgeld van Noordwijkerhout en evenmin in dat van Noordwijk.
Op 11 april 1623 koopt Maerten Huybrechtsz "op de geest" van Huijch Jansz Backer te Noordwijk "een perceel Lants groot omtrent negen hont gelegen inde noortbrinck in de voors. heerlicheyt van Noortwijck" "belent ten noortwesten de woonsdaagse wateringe, ten noortoosten Leendert Leendertsz van der Plas (#8741), ten zuijtoosten Maerten huybertsz coper selver met bruyckwaer ende ten zuytwesten Maerten Huybertsz voorsz met Eyghen" voor de som van "een ende twintich hondert vijftich carolus guldens XL grooten t stuck" (bron: RAL Noordwijk 503, fol. 102 en een document: "dit is de brief van huych den backer").
Op 19 april 1623 vermeld als belender (bron: NA ora Nh 477, fol.74).
Maerten Huybertsz van Alkemade komt niet voor in het register 1623 van het hoofdgeld van Noordwijkerhout en evenmin in dat van Noordwijk.
Op 30 april 1624 verkoopt Adriaen Willemsz van Erffvoort (#10576) als zoon en voogd van Marytgen IJsbrantsdr (van Alckemade?) "sijnen oude en impotente moeder" aan Maerten Huybertsz (van Alckemade?) 2 partijen land gelegen bij den anderen, belend NW de manedaegse schoubare watering, NO Pieter Willemsz, ZO de weg genaamd de Vaart en ZW jonge Gerrit Gerritsz Roo, voor 500 Karolus Gulden gereed geld (bron: NA ora Nh 478 fol.1).
Op 24 oktober 1624 koopt Maerten Huybertsz van Wouter Pietersz de Bont wonende te Valckenburgh en Gillis Jansz gehuwd met Marytje Pieters, erfgenamen van Marytje Bouwens 7 hond land, belend NW de manedaegse schoubare watering, NO Jan Adriaens en Hendrick Jansz, ZO de Abdij van Leeuwenhorst en ZW de kinderen van Pieter Pietersz met een schuldbrief van 700 Karolus Gulden met hypotheek op het gekochte (bron: NA ora Nh 478 fol.6v en 7v).
Op 21 mrt 1625: Adriaen Maertensz Verduyn. schuldig aan Maerten Huybertsz Alckemade 200 gulden waarvoor hij jaarlijks 12 gulden 10 st zal betalen met hypotheek op zijn huis en erf gelegen in het Noordeinde, belend NO de kleine beek, ZO Frans Fransz Verham, ZW de oude Veenderlaan en NW Geertruyt Jansdr. (bron: NA ora Lisse inv.nr. 5, fol. 167).
Op 19 mei1625: Adriaen Maertensz Verduyn schuldig aan Maerten Huybrechtsz van Alckemade 200 gulden wegens geleend geld met waarborg zijn huis en erf gelegen aan de Lageweg, belend ZO Frans Fransz Verham en NW de weduwe van Jan Jansz Hits, strekkende voor van de Lageweg tot om de oude Lisserbeek (bron: NA ora Lisse, inv.nr.6, fol. 17).
Maerten Huybertsz wordt op 8 juni 1625 als belender vermeld van land waar ook belenden de weduwe van Cornelis IJsbrandszoon (van Alckemade #4171) en Jan Huybrechtsz van Alckemade (bron: NA ora Nh 478 fol.12v).
Op 29 mei 1629 gaf Maerten Huibertszn van Alckemade tot een vrij eigen aan Lambert Pieterszn de Vries: een huis met erf, gelegen in de ban van Heemstede; ten oosten grenzend aan het land van Jan Lubbertszn Bus, ten zuiden aan het land van Jacob Pieterszn de Boer, en ten westen en noorden aan het land van heer Adriaen Pauw; het land was vrij van pacht, renten of andere lasten (bron: RAH OR Heemstede 577 fol.16).
Maerten Huybertsz van Alckemade wordt nog als belender vermeld op 26 februari 1631 (bron: NA ora Nh 480 fol.46v).
Op 24 jul 1634 verschenen "Pieter Lenaerts (van der Plas, #4245) als getrout hebbende Annetge Maertensdr voor hem selve, wijders Cornelis Pietersz decker en Jan Jansz schoenmaecker, als voogden over Hubert ende Pietergen, alle meerder en minderjarige kinderen van Maerten Hubertsz, gewonnen bij Trijntje Pietersdr, beyde saliger" en verkopen aan Matthijs Cornelisz van der Linde een stuk geestland, belend NO Jan Fransz (van Elsgeest?), ZO de Goweg, ZW Adriaen Danielsz van Tetroede (#9666) en NW de Buurweg voor 400 Karolus Gulden (bron: NA ora Nh 480 fol.99v).
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.