Hij is getrouwd met Meynsje Pieters van Velsen.
Zij zijn getrouwd rond 1630 te Noordwijkerhout (NL).
Kind(eren):
Landbouwer gegoed te Noordwijkerhout.
Ook bekend (1666, 1682) als "Jacob Cornelisz aen ´t Duyndam" en Jacob Cornelis IJsbrantszz.
Jacob woonde op de later zo genoemde boerderij Keukendel op de hoek van de Zeestraat en de Schulpweg (bron: dr Harrie Salman, Noordwijk).
Op 26 februari 1631 koopt Jacob Cornelisz voor 3200 Karolus Gulden van Adriaen en Catharina van de Ancker te ´s-Gravenhage, een woning als huis met barg, schuur en boomgaard alsmede 6 morgen 126 roe land daaronder begrepen 7 hond genaamd de Papencamp gekomen van de Pastorie aldaar, gelegen aan zes partijen alles volgens de tekening van de landmeter Mr Adriaen de Bruyn van 20 maart 1609, belast volgens de brief van 2 september 1606 het Papencamp met een losrente van 15 Karolus Gulden per jaar tbv de Grafelijkheid van Holland, voldaan met een schuldbrief (bron: NA ora Noordwijkerhout 480, fol. 43).
Meermalen komt Jacob Cornelis IJsbrantszz voor in acten, waarin hij als belender wordt vermeld (aan de Buurweg) in 1631, 1634, 1635 en 1638 (bronnen: NA ora Noordwijkerhout 480, fol. 85, 96, 104v, 113, 116 en 147).
Op 21 apr 1633 koopt Jacob Cornelisz van Sybrecht Crijnenz 8 hond land min 7 roe, belend NW de Duinsloot, NO Cornelis Cornelisz van der Spec (#4100), ZO de abdij van Leeuwenhorst en ZW Jan Cornelisz Nierop (#2388), voor 1835 Karolus Gulden gereed geld (bron: NA ora Noordwijkerhout 480, fol. 86).
Verkrijgt op 20 mei 1634 als kind en erfgenaam een deel uit de boedel bij de boedelscheiding na de dood van zijn moeder Maritge Cornelisdr, weduwe van Cornelis IJsbrantsz (bron: NA ora Noordwijkerhout 480, fol. 185v).
Jacob Cornelisz, vermoedelijk onze persoon, was pachter van de abdij Leeuwenhorst van 1635-1664 van 1 morgen 486 roeden land, waarvoor hij betaalde van 1635-1644 32-0-0; van 1645-1649 36-0-0; van 1650-1654 38-0-0 en van 1655-1664 39-0-0, waarvan de vorige pachter Pieter Willem Stevenszsz was (bron J. van Egmond: Rijnlandse pachters van de abdij van Leeuwenhorst 1410-1660 Noordwijkerhout).
Als belender nog vermeld op 27 augustus 1643 (bron: NA ora Noordwijkerhout 481, bundel III, fol. 17v) en 8 april 1650 (bron: NA ora Noordwijkerhout 481, bundel XI, fol. 3).
Jacob is ook nog belender op 2 mei 1658 en Cornelis Cornelisz Outgen (#36) dan eveneens (bron: NA ora Noordwijkerhout 482, fol. 30v).
Op 20 april 1666: Jacob Cornelisz Duyndam (#4087) verkoopt aan Cornelis Cornelisz Houckman (van der Speck) (#4100) en de weduwe van Cornelis Cornelisz Oudtgen (van Alkemade) 3 hond wei- of teelland gemeen in 15 hond land genaamd de "Bouchorst croft", compareerden mede Jan Cornelisz aen Duyn (#4090) en Pieter Thielmansz van den Berch (#7924), wonende te Noordwijk, Pieter Cornelisz van Alckemade (#4089), wonende te Oegstgeest, Jacob Cornelisz aen Duyndam voornoemd, voor hem zelve en mede met de erfenisse van jonge Cornelis Cornelisz aen Duyn (van Alkemade) (#4086) ofte desselffs weduwe, haar comparanten bij testament aangekomen, allen tezamen erfgenamen van IJsbrant Cornelisz van Vinckenbergh,(#9057) gewoond hebbende in Wassenaar, haar comparanten´s overleden broer, verkopen dezelfde 5/7 parten in 12 hond land mede in de voorsz. 15 hond gelegen, waarvan de resteerende 2/7 parten aan de kopers toebehoren, belend in zijn geheel NO Jacob Cornelisz (van Alkemade), ZO de Buurweg, ZW Sr Willem de Leeu en NW de woonsdaagse schouwatering voor 1930 Karolus Guldens (bron: NA ora Noordwijkerhout 482-84, fol. 146, 147v en 148).
Op 27 aug 1682 treden zijn erfgenamen op als belenders (bronnen: NA ora Noordwijkerhout 485, fol. 43 en RAL ora Noordwijk 182, fol. 40), hij is dan overleden, waarschijnlijk circa 1681.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Jacob Cornelisz van Alkemade | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
± 1630 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Meynsje Pieters van Velsen | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
RAL ms 5040
NA ora Nh 485 fol. 43