(1) Hij is getrouwd met NN Thybault.
Zij zijn getrouwd rond 1545 te Leiden.
Kind(eren):
(2) Hij is getrouwd met Ermgaert Coenendr.
Zij zijn getrouwd rond 1559 te Leiden.
Kind(eren):
Glasschrijver (1560, 1566, 1569). Glasmaker (1570). Kerkmeester (1574). Veertigraad (1574). Wonende " In het Jopenvat".
Cornelis Willemsz. vinden wij hem het vroegst vermeld in een testament, verleden voor schepenen 2 september 1560, van Cornelis Willemsz., glasschrijver, en zijn vrouw Ermgaert Coenendr., die zijn tweede vrouw blijkt te zijn. Hij verklaart dat bij het overlijden van zijn eerste vrouw zijn vermogen nog geen f 5OO,- beliep en dat hij zijn kinderen als moeders erve bewezen heeft f 160.-. Bij de voltrekking van zijn (tweede) huwelijk bezat hij f 340,-. Zijn vrouw verdient met drapenieren.
Op 29 mei 1566 werd aan Cornelis Willemsz., glasschrijver, een huis en leeg erf getransporteerd gelegen naast zijn huis genaamd t Jopenvat (Jopenbier is een soort bier) aan de Nobelstraat, zoals het zuidoostelijke deel van de Breestraat destijds heette (bron: waarboek C fol. 278).
Op 17 januari 1569 werd voor schepenen te Leiden de akte van huwelijksvoorwaarden gepasseerd van Ysaack Claesz. met Marytgen Joostendr., die vergezeld was van haar ouders Joost Willem Porsman, veertig in rade, en Marytgen Claesdr. en van Cornelis Willemsz, glasschrijver, haar oom. In dezelfde relatie trad hij op bij het tot stand komen van de huwelijksvoorwaarden van Margriete Joosten met oude Adriaen Willemsz. op 4 februari 1571.
Op 8 augustus van dat jaar transporteerde Cornelis Willem Joostenz. een huisje in de Boomgaardsteeg (waarboek D fol. 233v.). Dat het de goede C. W. J. is, blijkt uit een transportakte van twee belendende percelen van 15 juni 1570, waarin als de betreffendfe belending wordt vermeld Cornelis Willemsz. glaesmaecker (waarboek D fol. 176v.). Bovendien was bij het transport van 1571 Joost Willemsz. Porsman, veertig in rade, borg voor de verkoper met betrekking tot zijn vrijwaringsplicht.
Cornelis is in 1574 kerkmeester geworden en werden op 18 december van dat jaar de rechten voor zijn begrafenis betaald, nadat dit op 30 september (3 dagen vóór het Leids ontzet) voor zijn vrouw was geschied. Daags vóór Kerstmis werd zijn plaats als veertigraad ingenomen door Jacob Allertsz. de Haes.
In de akten na zijn dood wordt hij geregeld Cornelis Willemsz. in f Jopenvat genoemd. Hij liet drie kinderen na, van wie alleen het jongste, Neeltgen, geboren ca. 1562 met zekerheid een dochter van Ermgaerf Coenendr. was.
t Jopenvat werd in gebruik genomen door zijn neef (oomzegger) tevens schoonzoon Pieter Joosten of Pieter Joost Willemszoon (#19526), die sindsdien normaliter werd aangeduid als Pieter Joosten in f Jopenvat. waarbij deze zou zorgen voor het onderhoud van Neeltje voor 8 pond Vlaams per jaar. Blijkens het volkstellingsregister van 1581 was zij toen echter in de kost bij haar broeder Willem Cornelisz. Tybault. Zij maakte 7 oktober 1583 huwelijksvoorwaarden en ging de volgende dag in ondertrouw met Willem Dircxz. Olieslager, drie maanden later vermeld als zeijlemaecker (RAL Leiden 0506-11, akte nr. 234; ondertrouwboek A. fol. 137v., weesk.arch., reg. v. grote bewijzen B fol. 411v).
Haar zuster (mogelijk halfzustier) Aelfgen Cornelisdr was wellicht vóór 1575 gehuwd met haar neef Pieter Joosten voornoemd, die 31 augustus 1616 werd begraven. Hun enig nagelaten kind trouwde 22 sep 1597 als Maria Pietersdr D e d e 1 met Christiaen Janzn. Hasius (#19522), lakenkoper (bron: Marel, A. van der, "Dedel", NL 80 (1963) k.204-227).
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Cornelis Willemsz Dedel | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) ± 1545 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
NN Thybault | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) ± 1559 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Ermgaert Coenendr | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Marel, A. van der, "Dedel", NL 80 (1963) k.204-227