Jan Floriszn. van Alkemade werd in 1380 blijkbaar na de dood van zijn vader beleend met het burggrafelijke leen in Oegstgeest. Kort daarna gaf de burggraaf het hem in eigendom, zodat het uit de registers verdween. Een perceel van zes morgen verkocht hij in 1385 echter aan Jan Floriszn. van Alkemade vander Woude, die toen zijn oom bleek te zijn. Dat betekent dat Floris van Alkemade, de vader van Jan van Alkemade vander Woude, ook de grootvader van Jan Floriszn. van Alkemade was.
Een laatste maal werd hij vermeld in september 1386, toen hij geteld werd onder degenen, die in het gerecht van Leiden waren. Zijn naam is in deze aantekening echter doorgehaald waarschijnlijk in verband met zijn overlijden. Hij stierf zonder nakomelingen. Daarmee is in overeenstemming dat het leen van Polanen overigens zonder aanwijsbare overgang aan de nakomelingen van Jan Floriszn. van Alkemade van den Woude kwam (bron: Dr. J.C. Kort, Van Alkemade 1200-1782 II, in: De Nederlandsche Leeuw jaargang 114 (1997), kolom 385-390, aldaar 389).
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.