Louw Peters Flarte was hierbij getuige.
Jacob Jans Meester was hierbij getuige.
Voorts stond voor de regtbank terecht Jan de Jonge, schippersknecht, wonende te Zwartsluis, thans in hechtenis; beklaagd ter zake als zoude hij te Zwartsluis
1. den 3 Dec. ll. den schippersknecht Egbert Jongman moedwillig hebben geslagen;
2. den gemeente-veldwachter Hoogeveen hebben toegevoegd: "als jij je smoel niet houdt, dan zal ik je met je eigen sabel de hersens inslaan";
3. den brigadier Alblas hebben geslagen en verwond;
4. den veldwachter Hoogeveen den stok gewelddadig hebben ontrukt en hem daarmede geslagen, dien veldwachter hebben mishandeld, in het been gebeten en aan de hand gewond;
5. zich gewelddadig hebben verzet tegen zijne verwijdering en de beambten daarbij hebben uitgescholden voor smeerlappen en gemeene sujetten;
6. in de policiebewaarplaats tot Hoogeveen te hebben gezegd: "als ik weer los kom, zal ik jou den nek omdraaijen en den brigadier smoren, en jij zult geen veilig uur meer hebben".
De beklaagde is, wegens mishandeling en rebellie, reeds meerdere malen door de regtbank alhier veroordeeld, en wel op 8 Maart 1860 tot eene boete van f 10,-; op 21 Februari 1861 tot gevangenisstraf van 14 dagen; op 7 November 1861 tot cellulaire gevangenzetting voor den tijd van 14 dagen; op 23 Juni 1864 tot eenzame opsluiting voor den tijd van één jaar, en door de regtbank van Rotterdam op 9 Augustus 1864 tot gevangenisstraf van drie maanden.
Door het O.M. is ook thans de schuldigverklaring van den beklaagde gerequireerd, en zijne veroordeling voor den tijd van drie jaren en tot betaling van drie boeten, elk van f 16,-, en der proceskosten.
idem 1859
Hij is getrouwd met Nelligje Marsman.
Zij zijn getrouwd op 16 januari 1858 te Zwartsluis, hij was toen 32 jaar oud.Bron 2
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Jan de Jonge | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1858 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Nelligje Marsman | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||