Jan Hendriks Lier was hierbij getuige.
Kornelis Jans van Veen was hierbij getuige.
Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant 24 november 1888
Kapitein de Winter, van de stoomboot Meppel II, uit Amsterdam aangekomen, rapporteert dat tusschen Urk en Schokland een vaartuig gezonken is. Alleen de mast is zichtbaar.
Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant 26 november 1888
Zwartsluis, 23 November. Het vaartuig van en bevaren door J. Kisjes Rz. van Zuidwolde, geladen met schelpen, bestemd naar hier, is jl. Dinsdag avond tusschen Urk en Schokland door den hevigen storm gezonken. Men vreest ten stelligste dat de beide opvarenden, bovengemelde schipper en zijn knecht R. Tulp van hier, in de golven zijn omgekomen.
Waarschijnlijk is dit hetzelfde vaartuig waarvan gisteren melding werd gemaakt.
Provinciale Drentsche en Asser Courant 26 november 1888
Algemeen wordt vermoed, dat het tusschen Urk en Schokland gezonken vaartuig, waarvan in het nummer van gister melding is gemaakt en welks mast en stutter zichtbaar zijn, terwijl ook nog de scheepsboot op het water dobbert, - is het vaartuig van Jan Kisjes, wonende te Traandijk, gemeente Zuidwolde, die, nagenoeg 70 jaar, met een bejaarden knecht aan boord was. Men grondt dit vermoeden op de omstandigheid, dat hij met eene lading schulpen was afgevaren naar Zwartsluis, waar hij niet aangekomen is, terwijl het ook niet bekend is, dat hij elders zou zijn binnen geloopen.
Overigens hebben enkele schippers, die uit zee gekomen zijn, daar veel turf, kool enz. gezien, die waarschijnlijk over boord geworpen is.
Provinciale Drentsche en Asser Courant 27 november 1888
Zuidwolde, 25 November. 't Gerucht van 't omkomen van den schipper Jan Kisjes, wonende aan de Traandijksbrug alhier, wordt meer en meer bevestigd.
Kisjes, hoewel geen beurtman, voer toch vrij geregeld op de stad Brielle. Een bejaarde knecht, weduwnaar en vader van 4 kinderen, voer sedert de laatste twintig jaren bijna onafgebroken met hem. Ze deden hun laatste reis, hoogstwaarschijnlijk in alle beteekenissen. Op weg naar huis en zwaar geladen met schelpen, is hij Dinsdag op de Zuiderzee onder noodvlag varende gezien door een schipper, die hem met zijn leege praam met groote snelheid voorbijvloog, voortgezweept door den storm, die de donderbui van dien avond vergezelde. Kisjes lag zeer diep en aan helpen was geen denken. Deskundigen beweren, dat schippers om dezen tijd van het jaar voor geen nog zoo veel met een vracht schelpen over zee gaan. "Als Kisjes met een uur niet binnen is, dan komt hij niet," vertelde de genoemde schipper te Zwartsluis.
Hij is niet gekomen en er ligt een wrak in het Val van Urk, dat als het schip van Kisjes is herkend. De vrouw was Donderdag j.l. te Meppel, waar ze haar man hoopte te vinden en in plaats daarvan een vreeselijk vermoeden kreeg, dat sedert zoo goed als zekerheid werd, hoewel de lijken van den schipper en den knecht tot dusver niet zijn gevonden. Wel dreef de omgekeerde boot bij de praam, van welke laatste de mast halverwege uit het water steekt.
Het schip was niet verzekerd; het schijnt, dat gemoedsbezwaren Kisjes daarvan hebben teruggehouden. De familie, die uit vrouw en drie genoegzaam volwassen kinderen bestaat, is nog niet besloten, of ze het schip laten lichten: men zegt, dat de kosten soms de waarde van het schip te boven gaan, te meer, daar het zeerecht op de Zuiderzee schijnt mede te brengen, dat al te gedienstige handen een gestrand schip van touwwerk en van alles, wat niet spijker- of kramvast is, ontdoen. De zee krijgt dan licht de schuld, gelijk bij een brand, als er wat vermist wordt, het vernielend vuur.
Nederlandsche Staatscourant 10 december 1888
Bericht aan Zeevarenden
Wrakken in de Zuiderzee. 3e district.
De Minister van Marine brengt ter kennis aan zeevarenden, dat in de Zuiderzee gezonken zijn de navolgende vaartuigen, als:
1e. de stoomboot "Friesland", op ongeveer 4 zeemijlen beoosten de ton van de Hofstede, in 60 d.M. water;
2e. het vaartuig "de Lutine", in de peiling:
lichttoren "Urk", Noord;
lichttoren "Zuidpunt Schokland", O.t.N., in 40 d.M. water.
De ligplaatsen dezer beider wrakken worden aangeduid door wraktonnen, en een wit licht bij nacht.
's Gravenhage, 8 December 1888.
De Minister voornoemd,
Voor den Minister,
De Secretaris-Generaal,
H.M. v.d. Wijck.
Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant 17 december 1888
Nadat men een paar dagen bezig is geweest tot opruiming van het wrak van het met schelpen geladen vaartuig, tijdens den jongsten storm tusschen Urk en Schokland gezonken, heeft men dit werk moeten opgeven. Het vaartuig heeft zich reeds zoodanig in de den grond gewerkt, dat er aan geen lichten viel te denken. Vermoedelijk zal men het nu doen opzuigen. Het werkvolk, waaronder ook een duiker, is gisteren avond weer te Kampen teruggekeerd.
Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant 24 december 1888
Men schrijft ons uit Kampen:
Nadat door den scheepstimmerman B. Schepman te Kampen een vergeefsche poging was gedaan het tusschen Urk en Schokland gezonken schip te lichten, heeft men het thans door middel van dynamiet laten springen. De overblijfselen zijn te Urk geborgen.
verkoop woning aan de Baansteeg
idem 1852
idem 1858
idem 1862
Verdronken in Zuiderzee bij het vergaan van het schip de Lutina
zie ook: https://www.flevolanderfgoed.nl/home/erfgoed/oostelijk-flevoland-2/scheepswrakken-2/lutina.html
Oorzaak: verdronken
Hij is getrouwd met Geertje Visscher.
Zij zijn getrouwd op 4 mei 1850 te Zwartsluis, hij was toen 23 jaar oud.Bron 8
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Reinder Tulp | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1850 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Geertje Visscher | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
BS Zwartsluis 1826 geb. akte 58
BS Zwartsluis 1852 geb akte 8
Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant 24 november 1888
Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant 14-01-1878
BS Zwartsluis 1850 geb akte 83
BS Zwartsluis 1853 geb akte 52
BS Zwartsluis 1854 geb akte 125
BS Zwartsluis 1850 huw. akte 13