Rechtbank te Zwolle
T. V., 34 jaar, arbeider te Zwartsluis, gedagvaard ter zake dat hij in den nacht van 4 op 5 April J. de Jonge, 63 jaar, heeft mishandeld. Getuige De Jonge was bezig het slot op de brug te doen, toen beklaagde hem sloeg. Hij had te voren met hem en vier anderen verschil gehad over het verdeelen van geld voor het schutten van een schip ontvangen, waarvan hij ook deel wilde hebben. Beklaagde ontkent en zegt reeds lang weg geweest te zijn, toen de brug op slot gedaan werd. Getuige Mastenbroek verklaart, dat Teunis Schuring gezegd had alles gezien te hebben, doch er bijgevoegd had "het te verdommen" getuigenis af te leggen. T. Schuring verklaart dan ook, dat hij niets van de vechtpartij heeft gezien en beweert ook dat hij Mastenbroek den volgenden dag niet heeft gesproken. Dit houdt deze echter vol en noemt Jan Worst als getuige daarvan op. De officier acht het gewenscht een nader onderzoek in te stellen, ook naar het feit of Schuring de waarheid heeft gezegd en verzoekt verdaging van de behandeling der zaak. De rechtbank stelt dientengevolge de behandeling uit tot 19 Juni te 1 uur.
Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant 20 juni 1890
Rechtbank te Zwolle
In de namiddagzitting wordt voortgezet de zaak van T. Volken te Zwartsluis, die 22 Mei was uitgesteld.
J. de Jonge, de sluiswachter aan de schutsluis, was in April mishandeld, toen hij het slot op de brug deed. Hij weet evenwel niet, wie hem eigenlijk geschopt of geslagen heeft, hij was bedwelmd, zegt hij. Zijn verklaringen, thans afgelegd, kloppen niet geheel met het verhoor van 22 Mei.
Beklaagde zegt, dat hij alleen woordenwisseling met getuige heeft gehad en hem misschien op "onzachtzame wijze" op den schouder heeft geklopt, maar hij heeft hem niet geslagen of geschopt.
L. Mastenbroek verklaart hetzelfde als de vorige maal; wat door een andere getuige bevestigd wordt. Teunis Schuring had met vier anderen 37 stuivers verdiend met het doortrekken van schepen. Over dat geld was met J. de Jonge woordenwisseling geweest. Toen had hij hem een paar stompen gegeven; van beklaagde heeft hij echter niets gezien. Thans bekent hij ook met anderen den volgenden dag er over gesproken te hebben. H. v.d. Boomgaard heeft ook niet gezien, dat Volken De Jonge geslagen heeft. De officier zegt, dat het feit, aan T. Volken ten laste gelegd, niet is bewezen en vraagt vrijspraak.
Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant 27 juni 1890
Rechtbank te Zwolle
De rechtbank heeft heden het navolgende vonnis gewezen:
T. Volken, arbeider te Zwartsluis, ter zake van mishandeling van J. de Jonge aldaar, van 4 op 5 April jl., vrijspraak.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Thijs Volken | ||||||||||||||||||